Zondebok van "Titanic' trof geen blaam

LONDEN, 4 APRIL. Kapitein Stanley Lord van de "Californian' had weinig kunnen doen om de passagiers van het zinkende schip "Titanic' te redden omdat de afstand tussen de twee schepen op het moment van de scheepsramp te groot was. De schepen blijken dertig kilometer van elkaar verwijderd te zijn geweest.

Dat concludeert een onderzoekscommissie van het Britse ministerie van verkeer, die na het opsporen van het wrak twee jaar geleden op verzoek van minister Cecil Parkinson een nieuw onderzoek begon naar de gebeurtenissen van 14 april 1912. Toen verdronken na een aanvaring met een ijsberg 1500 van de 2206 opvarenden van de "Titanic'.

De in 1962 overleden kapitein Lord heeft de rest van zijn leven campagne gevoerd tegen verwijten dat hij de "Titanic' niet had geholpen. In 1912 was hij als "zondebok' naar voren gekomen uit het eerste officiële onderzoek. In films werd hij als leugenaar en dronkaard afgeschilderd.