"Wij in Soedan willen geen democratie!'

KHARTOUM, 4 APRIL. Er heerst angst in Khartoum. Agenten van de drie grootste veiligheidsdiensten waken dag en nacht over opposanten. Ze schaduwen buitenlanders en verschaffen zich de toegang tot hotelkamers. Christelijke geestelijken worden geïntimideerd, christenen die bidden “zonder vergunning” krijgen een boete. Leden van volkscomités spioneren in de buurten en verklikken ieder dissident gedrag.

In de ministeries waken nieuw benoemde aanhangers van het regime over mede-ambtenaren. Honderden critici verblijven in zogenaamde ghosthouses, geheime detentiecentra. Op de luchthaven worden van reizigers buitenlandse kranten geconfisqueerd, boeken in beslag genomen en brieven opengescheurd. De Soedanese traditie van tolerantie en openheid heeft plaatsgemaakt voor repressie en intimidatie.

De moslim-fundamentalisten zijn aan de macht in Soedan. In naam oefent de acht-koppige Revolutionaire Reddingsraad (RRC) van president Omar el-Beshir de macht uit. De RRC blijkt een façade; de raad komt vrijwel nooit bijeen. De werkelijke macht ligt bij een geheim genootschap van 40 leden gedomineerd door de Moslimbroeders. Deze 40 leden geven instructies aan de ministeries en de president. De man achter de troon heet Hassan al-Turabi, leider van het voormalige Nationaal Islamitisch Front (NIF) en van een internationale islamitische organisatie, de Arabische en Islamitische Volksconferentie.

“Soedan zal nooit meer hetzelfde zijn”, verzucht een bittere professor. “Dit regime heeft heel ingrijpende gevolgen gevolgen voor ons land, niet alleen op politiek gebied maar ook psychologisch, in alle aspecten van de samenleving. Dit regime is volledig nieuw voor onze manier van denken. De nieuwe machthebbers koesteren geheel andere waarden dan in de Soedanese tradities passen, hun waarden zijn gebaseerd op die van Iran. Ze zullen ieder obstakel op hun weg verpletteren.”

Zoals vrijwel iedereen in Soedan durft deze professor zijn naam niet te laten afdrukken in een krant. Critici geven hun mening alleen nog in het donker. Prominente oppositieleiders als de voormalige premier Sadeq el-Mahdi en de communistische leider Mohamed Ibrahim Nugud voelen zich geïntimideerd door geheim agenten die 24 uur per dag bij hun huis waken en controleren wie zij ontvangen. Tijdens ons gesprek wipt er een buurtjongen binnen “om thee te vragen”. “Dat is de zoon van de voorzitter van het plaatselijke volkscomité. Die gaat nu onmiddellijk uw aanwezigheid hier melden. Het is beter dat u opstapt”, waarschuwt de professor. “En als ze u ondervragen,zeg dan dat we elkaar van vroeger kennen”, voegt hij er aan toe als we snel afscheid nemen.

De militaire staatsgreep tegen het burgerregime van Sadeq el-Mahdi in juni 1989 luidde de machtsovername in door de moslim-fundamentalisten. Alle politieke partijen, inclusief het NIF, werden verboden en de partijleiders gingen tijdelijk achter de tralies, ook Hassan el-Turabi. Maar schijn bedriegt in Soedan. “Wij in het leger waren al langer op de hoogte van de NIF-plannen voor een staatsgreep”, legt een voormalige hoge militair uit. “Staatsgrepen worden in Soedan altijd gepleegd door een minderheidspartij. Na de mislukte communistische coup in l971 gingen de leider van de communistische partij naar de galg. Om zo'n lot te vermijden wilden de nieuwe militaire machthebbers en het NIF pas hun geheime verhouding in het openbaar brengen nadat het regime zich had gestabiliseerd.”

De fundamentalisten hebben veel afgekeken van hun atheïstische aartsvijanden, de communisten, als het gaat om recrutering van aanhangers. In de jaren zeventig begonnen ze vanaf de basis hun kruipende revolutie. Op de universiteiten, in de scholen en het leger propageerden ze hun zuivere islam als alternatief voor de decadente Westerse invloed. Zakenlui infiltreerden de banksector en stichtten islamitische banken waardoor de fundamentalisten nu een uiterst strategische positie in de economie innemen. Onder het democratische regime bezetten ze slechts een tiental door algemeen kiesrecht verkregen zetels in het parlement, maar ze bezaten 6 kranten.

Na de militaire staatsgreep werden de contouren van het fundamentalistische netwerk zichtbaar. NIF-leden bezetten nu strategische posities in de regering, het leger, de politie, op de universiteit, in de rechterlijke macht en alle media, ze opereren een eigen veiligheidsdienst en controleren de ghosthouses voor politieke gevangenen. Bovendien beschikken ze met de oprichting van een para-militaire eenheid, de Volksstrijdkrachten, waarin iedere student twee maanden moet dienen, over een eigen leger.

Van de ruim 24 miljoen Soedanezen hangt een aanzienlijke minderheid traditionele godsdiensten aan of is christen, vooral in het zwarte zuiden. De islamisering en arabisering (in het zuiden worden voornamelijk tribale talen en Engels gesproken) gaat in heel het land gestadig voort. “Niet al te snel, want dat zou een volksopstand kunnen aanwakkeren”, analyseert een politicoloog. “De abrupte en meedogenloze toepassing van de shari'a in 1983 door president Numeiry leidde tot groot verzet en Turabi, toen diens naaste medewerker, heeft die les niet gemist. Het gaat er niet alleen om wat er al is uitgevoerd, maar wat er nog zal worden doorgevoerd. De islamitische wetgeving zoals beschreven in de Koran is de opperste wetgeving. Dat is de leidraad van dit regime, Turabi zegt het zelf.”

De shari'a werd vorig jaar van kracht in alle behalve de zuidelijke regio's, met een optie deze wetgeving alsnog voor de niet-islamitische zuiderlingen in te voeren. Het afleggen van een toelatingsexamen in het Arabisch is een voorwaarde voor iedere student, ook voor degenen die studeren aan de zuidelijke, Engelstalige universiteit van Juba. Islamitische lijfstraffen, zoals steniging of het afhakken van handen, zijn van kracht maar behalve afranseling wegens illegaal drankgebruik nog niet toegepast. Soedanese vrouwen, naar Arabische en Afrikaanse maatstaven traditioneel geëmancipeerd, dienen zich steeds meer te conformeren aan hun rol zoals beschreven in de Koran. Een oude, vrijwel nooit uitgevoerde wet volgens welke vrouwen niet zonder schriftelijke toestemming van hun echtgenoten naar het buitenland mogen reizen, wordt nu strikt toegepast.

Op 16 november stelde president Beshir in zijn capiciteit als minister van cultuur dat vrouwen werkzaam in overheidsdiensten hun hele lichaam dienden te bedekken, met uitzondering van de ogen en handen. Gemengd dansen moest te worden voorkomen. De president waarschuwde dat de nieuwe regels strikt zouden worden toegepast.

Volledig volgens het langzame maar indringende ritme van de revolutie is het dragen van sluiers nog niet verplicht gesteld. Turabi zegt in een vraaggesprek dat volgens de Koran “vrouwen moeten worden bedekt, maar zo'n regel kan niet door middel van een wet worden doorgevoerd; we kunnen het alleen door morele druk afdwingen”. In overheids-instellingen en scholen verschijnen inmiddels steeds meer gesluierde vrouwen. De overheid heeft voorgesteld leningen te verstrekken aan vrouwen die de dure sluiers niet kunnen betalen.

Naar Soedanese maatstaven is het fundamentalistische regime repressief en intolerant. De leiders zetten hun beleid af tegen de huns inziens moreel vervallen Westerse samenleving. Ieder gesprek begint met: “jullie Westerlingen begrijpen ons islamieten niet”. Turabi spreekt over sterke vrouwenemancipatie in de laatste drie jaar evenals respect voor de rechten van de mens in Soedan. Altayeb Mustafa, hoofd van het nationale persbureau SUNA, verwoordt vermoedelijk nog op de meest sprekende wijze de gedachtenwereld van de fundamentalisten. “Er heerst volledige persvrijheid in Soedan. Jullie Westerlingen beschouwen het afhakken van handen van dieven als onmenselijk. Wij vinden de in het Westen toegestane homoseksualiteit onmenselijk. Homoseksualiteit is tegen het leven gericht. Waarom komen mensen klaar als ze in opwinding zijn, en niet daarna? Omdat de natuur zo is, seks is om je voort te planten. Door een hand af te hakken van een misdadiger kan je duizenden levens redden. Waarom bestaat er vrijwel geen misdaad als de shari'a van kracht is?” Hij vervolgt: “waarom eist het Westen dat we democratie instellen? Wij Soedanezen willen geen democratie! Het is ondemocratisch dat ze van ons democratie eisen. Wat heeft democratie voor zin als je land er zwak door wordt? Onder het nieuwe regime zijn we nu bijna zelfvoorzienend in voedsel, ons leger heeft een stad veroverd op de zuidelijke rebellenbeweing en de president van buurland Kenia vreest ons nu en kwam daarom vrede sluiten. We zijn nu sterk. Er waart een nieuwe, sterke geest door Soedan.”

De avondklok in Khartoum werd vorige week met een uur bekort. Tanks ter beveiliging van het militaire hoofdkwartier zijn verdwenen. Vriend en vijand zijn het over één ding eens: het regime heeft zich gestabiliseerd, het voelt zich veiliger. De Soedanese oppositie in Egypte blijkt verdeeld. Zestig officieren van de legitieme leiding, zoals de oppositie-coalitie in Kairo zich noemt, voegden zich bij de zuidelijke guerrillabeweging, het SPLA. Maar toen eerder dit jaar beide groepen een gemeenschappelijke actie wilden uitvoeren in West-Soedan sloegen de regeringstroepen de opstand met succes neer. Het SPLA zelf viel in twee rivaliserende facties uiteen en na de val vorig jaar van president Mengistu in Ethiopië heeft het regime een goede bondgenoot in dit buurland.

De binnenlandse oppositie hield zich tot dusverre rustig. “De bevolking past zich aan de situatie aan, de repressie werkt”, zegt een leider van een verboden politieke partij. Maar een voormalige regeringsmilitair meent dat “de binnenlandse oppositie zich opmaakt naar de wapens te grijpen”. “Er vertrekken jongeren naar Kairo en naar het SPLA om te gaan vechten”. Iedere Soedanees realiseert zich dat met de radicale veranderingen van de laatste drie jaar een belangrijk hoofdstuk is afgesloten. “De makkelijke tijden in de Soedanese politiek zijn definitief voorbij”, besluit een oppositieleider.