Wakker

Regen ruist in de berken achter het huis. 's Nachts klinkt regen anders dan overdag, 's nachts is het vaak het enige.

Waarom lig je wakker? Je weet dat het niet verstandig is om wakker te liggen, dat het dan begint te spoken, dat angsten en verdenkingen uit de schaduw treden, dat je dingen ziet mislukken die helemaal niet hoeven mislukken, dat je mensen verwijten maakt die niet verdiend zijn, althans beter verzwegen kunnen worden, dat het fout gaat met de kinderen, dat de hond gegrepen wordt door een pitbull en wat moet je dan in godsnaam doen? Dat weet je! En dat je van wakkerliggen pijn in je rug krijgt, en een waas in je hoofd, en korstjes aan je ogen. Toch lig je wakker.

Op zolder stommelt een stoel - dat is de hond.

Ruisen van regen, vlagen van wind. Met behulp van dit geluid, dat aan een stromende bergbeek doet denken, zou je je naar de Alpen kunnen verplaatsen. Kamperen aan de voet van de Eiger. Maar dan moet je je gedachten natuurlijk niet meteen weer laten afglijden naar gletsjerspleten.

De hond komt naar beneden, je hoort het tikken van zijn nagels bedachtzaam op de trap. Hij rekt zich uit en geeuwt. Hij steekt zijn neus in de kier van de slaapkamerdeur. Zijn ze er nog?

Hij stapt in zijn mand op de overloop, draait zich een paar keer rond, gaat liggen en legt zijn kop op de rand, slaakt een zucht.

We zijn er nog. Die hond heeft daar genoeg aan.