"Veroordeling Finkensieper is onrechtmatig'

AMSTERDAM, 4 APRIL. In de strafzaak tegen psychiater Finkensieper zijn de bewijsregels niet in acht genomen. De veroordeling wegens seksueel misbruik van pupillen zal daarom door het Europese Hof in Straatsburg waarschijnlijk in strijd worden geacht met het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM).

Die conclusie trekt de Amsterdamse hoogleraar strafrecht mr. T.M. Schalken in een noot - schriftelijk commentaar - op het arrest van de Hoge Raad dat gisteren in de Nederlandse Jurisprudentie is gepubliceerd. Schalken is van mening dat de advocaten van Finkensieper door hof en rechtbank “geen adequate gelegenheid hebben gekregen tot ondervraging van belastende getuigen”, zoals het Europees verdrag voorschrijft.

Tegen de uitspraak van de Hoge Raad is door advocaat mr. G. Spong een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Spong zegt buitengewoon verheugd te zijn met de “steun van hooggeleerde zijde”. Het commentaar van Schalken is door de raadsman onmiddellijk opgestuurd naar de commissie die over enige maanden het Europese Hof zal adviseren. Als het Europese Hof concludeert dat de getuigen niet conform de regels zijn ondervraagd dan kan Finkensieper, die een straf van zes jaar uitzit, met succes onmiddellijke invrijheidsstelling eisen. Tevens kan hij dan langs juridische weg schadevergoeding vragen.

Het volgens Schalken belangrijkste verzuim in de strafzaak Finkensieper is dat de rechtbank en het hof de advocaten geen toestemming gaven vier getuigen - slachtoffers - tijdens de openbare rechtszitting te ondervragen. Het hof wees erop dat de advocaten tijdens het gerechtelijk vooronderzoek bij de rechter-commissaris in ieder geval drie getuigen vragen hebben kunnen stellen.

De verdediging van Finkensieper wilde de getuigen op de terechtzitting evenwel opnieuw horen omdat zij de getuigen wilden confronteren met verklaringen die later door anderen zijn afgelegd. De Hoge Raad oordeelde dat de advocaten door de weigering van het Hof niet in hun belangen waren geschaad. Dat laatste is volgens Schalken in strijd met het Europees verdrag omdat “de mogelijkheid om getuigen en hun verklaringen tegenover elkaar te stellen een substantieel onderdeel is van het ondervragingsrecht”.

Reden voor de rechters om de slachtoffers van Finkensieper niet op een openbare rechtszitting te horen was dat deze getuigen een dergelijk verhoor te traumatisch vonden. Het hof had daarom volgens Schalken beter kunnen zeggen een ondervraging niet in het belang van de slachtoffers te achten. “In dat geval had het Europese Hof ten minste voor de eerste keer eens een afweging kunnen maken tussen het belang van de slachtoffers tegenover het belang van de verdachte”, aldus Schalken.

Desgevraagd zegt Schalken dat de psychische druk die vanuit de samenleving en via de pers op de rechters is uitgeoefend er waarschijnlijk toe heeft geleid dat men de bewijsregels minder strikt heeft toegepast. Voor een veroordeling is het vereist dat er wettelijk en overtuigend bewijs wordt geleverd. “In deze zaak hebben de rechters zich vooral door hun overtuiging laten leiden en daar is geen controle op mogelijk”.

Schalken beklemtoont dat hij niet wil beweren dat Finkensieper onschuldig is. Zijn stelling is alleen dat de bewijsregels niet in acht zijn genomen. Deze strafzaak past wat dat betreft geheel in de reeks van voorbeelden die drie psychologen deze week in het boek "Dubieuze zaken' presenteerden. Zij concludeerden dat de Hoge Raad door “lichtzinnigheid” in honderden gevallen slecht toezicht heeft gehouden op de juiste toepassing van rechtsregels.