Verkiezingen in Italië gaan dit keer ergens over

Italië is zichzelf niet meer. Er doen maar liefst drie pornosterren mee in de verkiezingscampagne. Ze rijden Rome rond in ondergoed, maar in de kranten levert dat niet meer dan een klein berichtje op, vaak niet eens met foto. Onder de kandidaten is ook een kleindochter van de fascistische dictator Benito Mussolini, met veel ingrediënten voor een sappig verhaal: een aantrekkelijke jonge vrouw met een stapel zwoele foto's uit haar filmverleden, met als tante Sophia Loren en met een paar aanhangers die "Duce, Duce' roepen. Maar ook zij blijft in de marge. Het gaat dit keer echt ergens over in Italië.

De parlementsverkiezingen van zondag en maandag zijn de belangrijkste sinds 1948, toen het land moest kiezen tussen wit (de christen-democraten) en rood (de communisten). Deze tweedeling heeft tot een jaar of twee, drie geleden de politiek beheerst. Nu is zij verdwenen en is er een nieuwe voor in de plaats gekomen: oud of nieuw.

Tegenover elkaar staan de christen-democraten met premier Andreotti als symbool van 45 jaar hetzelfde en een heterogene groep van protestpartijen: extreem-rechts (de neofascisten), economisch conservatief (de republikeinen) en populistisch (de Lega Nord van Umberto Bossi). Het beeld wordt verwarrend omdat de traditionele oppositie, de ex-communistische Democratische Partij van Links, in veel opzichten in het oude kamp thuishoort. Bovendien kunnen de socialisten van Bettino Craxi, hoewel ze trouwe bondgenoten zijn geworden van de christen-democraten, met veel goede wil ook in het kamp van de vernieuwers worden geplaatst. Het tekent de politieke sluwheid van Craxi.

Een breuk met het verleden is onwaarschijnlijk, maar het land kan het zich niet veroorloven niet voor vernieuwing te kiezen. Als ergens in een Europese democratie het begrip "de arrogantie van de macht' op zijn plaats is, is het in Italië. Door de luxe van zekere herverkiezing zijn veel christen-democraten het contact met de samenleving kwijtgeraakt, met gevaarlijke politieke en economische consequenties. Er is een grote kloof ontstaan tussen het paese legale, de politiek en de instituties, en het paese reale, de samenleving. De partijen werken niet als kanaal om de wensen en ideeën van de kiezers te vertalen in beleid, maar als middel om greep te krijgen op de samenleving.

In het zuiden verzamelen christen-democratische en socialistische politici enorme pakketten voorkeurstemmen die bij elkaar worden gehouden door de beloftes van banen en overheidssteun, te verdelen via de partijkanalen. Soms zit er ook een bebloed lint van de mafia omheen.

De staatsbedrijven en andere instellingen in de omvangrijke publieke en semi-publieke sector, van banken en staalfabrieken tot radio en tv en de opera, worden niet beschouwd als algemene voorzieningen, maar als speelterrein voor de partijen. Ze zijn verdeeld volgens de politieke machtsverhoudingen, en vormen op die manier een belangrijk extra partijwapen, de sottogoverno, de onder-regering. Af en toe heeft de (ex-)communistische partij een brok toegeworpen gekregen, en dat verklaart waarom veel kiezers deze partij ook bij de "oude' groep indelen.

De omvang en de politisering van de sottogoverno, gekoppeld aan het uitblijven van een machtswisseling, heeft hier geleid tot vergelijkingen met Oost-Europa. Italië heeft zijn eigen nomenklatoera. Ze betalen een belachelijk lage huur in prachthuizen die direct of indirect eigendom zijn van de staat. Ze rijden rond met een escorte zodat ze geen last hebben van de files. Ze verrijken zich met steekpenningen of met vette contracten voor "hun' bedrijven - veel politici zijn ook economisch actief. Ze konden tot voor kort zelfs gratis naar de kapper in het parlement.

Een hoofdprobleem bij het protest is dat de vergelijking met een Oosteuropese nomenklatoera maar zeer gedeeltelijk opgaat. De christen-democraten hebben, de afgelopen dertig jaar in samenwerking met de socialisten, Italië begeleid (richting gegeven zou een te sterk woord zijn) bij de overgang van een agrarisch land naar de vijfde industriemacht ter wereld. En de kiezers kregen keer op keer de kans om hen naar huis te sturen.

Door de tweedeling, die zowel door christen-democraten als communisten is gecultiveerd, is dat niet gebeurd. Bovendien konden de regeringspartijen steeds pronken met voor iedereen zichtbare vooruitgang. De laatste grote crisis van de christen-democraten was de economische stagnatie en de politieke beroering van de jaren zeventig.

De nieuwe crisis is ontstaan na het verdwijnen van de tweedeling en is aangewakkerd door de Europese eenwording. De spiegel die de Europese gemeenschap het land voorhoudt, laat enorme problemen zien. Het immense begrotingstekort is daarbij het symbool van wat er allemaal mis is.

Allereerst wegens de consequenties. Als Italië er niet in slaagt het tekort omlaag te brengen, komt de monetair-financiële aansluiting bij de rest van Europa in gevaar. Iedereen erkent dat dit desastreuze gevolgen zou hebben voor de concurrentiepositie van de industrie. Hoewel al vier jaar lang opeenvolgende kabinetten roepen dat nu de definitieve sanering is begonnen, is het tekort alleen maar gegroeid. De Italiaanse bank, die sinds kort zelf de rente kan vaststellen, heeft vorige week gedreigd de rente te verhogen als er niet snel een serieuze ingreep komt.

Eén van de hoofdoorzaken van het tekort is de politisering van de sottogoverno. Een sanering in de dienstensector van de staat, zoals post en spoorwegen, is uitgebleven omdat daar veel mensen zitten, vooral uit het zuiden, die daar in ruil voor een stem zijn gekomen. De te kostbare sociale zekerheid, vooral de pensioenen, zou vorig jaar worden herzien - niet gebeurd omdat invaliditeitspensioenen een handig middel zijn voor politieke klantenbinding. Staatsbanken en -bedrijven functioneren niet optimaal omdat de managers om politieke redenen zijn benoemd, niet wegens hun capaciteiten. En kostbare openbare werken in het zuiden, waarvan de zin vaak onduidelijk was, hebben in een voor iedereen zichtbaar proces gigantische sommen doorgesluisd naar de mafia.

Als Italië niet voor verandering kiest, zal het na de enorme sprong vooruit in de jaren tachtig een sterke terugval doormaken in de jaren negentig. De protestpartijen zullen dit weekeinde een harde klap op tafel geven. Dan kunnen zelfs de arrogante machthebbers niet meer verhullen wat iedereen ziet: zo kan het niet langer.

Foto: Verkiezingsaffiche van de Italiaanse "Partij van de liefde', één van de vele splinterpartijtjes die meedoen aan de verkiezigen. (Foto EPA)