Redding aarde voorgekookt in kelder VN

De redding van de aarde was het onderwerp waarmee de afgelopen vijf weken tientallen diplomaten zich in de kelder van het Newyorkse VN-hoofdkwartier hadden opgesloten. Er kwam gisteren een Handvest voor de Aarde uit tevoorschijn, maar eensgezindheid over de grote milieuconferentie die deze zomer in Rio de Janeiro zal worden gehouden bleef uit. De ontwikkelingslanden bleken overigens, anders dan verwacht, minder onderling verdeeld dan de rijke landen.

NEW YORK, 4 APRIL. Vijf weken lang is de kelder van het VN-hoofdkwartier in New York het laboratorium geweest waarin de redding van de aarde is voorgekookt. In talloze zalen en zaaltjes, maar niet in de laatste plaats in het halfduister van de koffiecorner bij conferentiezaal vier, werden de strategieën bepaald en de verbonden gesloten om straks in Rio de Janeiro een "duurzame' toekomst voor de aarde af te kondigen.

Diplomatiek VN-grijs is in deze weken met vele tinten opgevrolijkt door de aanwezigheid van honderden lobbyisten, namens milieu- en ontwikkelingsorganisaties uit de hele wereld. Vrachtenvol pamfletten zijn verspreid ("een boeddhistische kijk op onze problemen') en wie er zin in had, kon een therapeutisch gesprek aan knopen met een Amerikaanse die een "ego-blast'' had opgelopen na een strategisch dispuut met een mannelijke medestrijder.

“Het UNCED-proces”, zegt een diplomaat over de Conferentie voor Milieu en Ontwikkeling die in juni in Brazilië wordt gehouden, “heeft de meest complexe agenda die ooit aan een wereldforum is voorgelegd”. Het laat zich raden. Ontbossing, woestijnvorming, armoedebestrijding, de rechten van vrouwen en inheemse volkeren, chemisch afval en kernafval, consumptiepatronen en produktiemethoden, werkelijk alles is opgevoerd.

“De resultaten van een conferentie als deze kunnen eigenlijk alleen maar tegenvallen”, zegt de Nederlandse ambassadeur in Kenia, mr. L. Mazairac, die tevens permanent vertegenwoordiger is bij het VN-milieuprogramma UNEP in Nairobi en uit hoofde van die functie in New York aan de onderhandelingen heeft deelgenomen. “Op deze conferentie wordt zo waanzinnig veel overhoop gehaald dat aan het einde de puinhopen alleen maar groter dan kleiner lijkt. Maar wie een paar stappen achteruit zet, ziet structuren ontstaan. Hier worden besluiten genomen die misschien niet morgen maar wel in de komende drie tot vijf jaar tot wezenlijke resultaten zullen leiden”.

Het Handvest voor de Aarde bijvoorbeeld, lijkt op het eerste gezicht een uiterst stijf stuk, geschreven in, aldus een diplomaat, “van die vieze VN-taal”. Wat niet wegneemt dat er in het Handvest fundamentele zaken worden aangesneden, zegt drs. J. Waller-Hunter, de hoogste ambtenaar van de Nederlandse delegatie. Dat geldt met name voor beginselen als "de vervuiler betaalt', een meldingsplicht bij grensoverschrijdende milieurampen (Tsjernobyl, Sandoz) en de verplichting "milieu-effect-rapportages'. Een belangrijke doorbraak is dat de Verenigde Staten geen veto hebben uitgesproken over het gebruik van de term "precautionary approach', het principe dat voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen. Deze term speelt onder andere een belangrijke rol in het debat over het vermeende broeikaseffect. De VS hebben tot nu toe geen milieumaatregelen willen nemen omdat ze de ernst van dit probleem niet wetenschappelijk bewezen achten. Andere landen werpen tegen dat wetenschappelijk bewijs niet mag worden afgewacht omdat de gevolgen onomkeerbaar zijn als het bewijs ooit wel zal worden geleverd. Zij pleiten daarom voor "risicomijdend gedrag'.

Het Handvest voor de Aarde is in New York een van de strijdpunten geweest waarover tot in de allerlaatste minuten van de conferentie zwaar is onderhandeld. Rijke landen hebben zich ingespannen voor een "korte en inspirerende tekst”, terwijl de arme landen vooral aardse zaken als het delen van geld, kennis en macht zwart op wit wilden zien. Deze tegenstelling bleek duidelijk uit een vinnig debatje tussen een Europees delegatielid die pleitte voor “een tekst die een kind boven zijn bed wil hangen”. Waarop een vertegenwoordiger uit Sri Lanka terugkaatste dat “kinderen in mijn land vaak noch een bed hebben, noch kunnen lezen”.

Op de conferentie in Rio de Janeiro zullen behalve het Handvest ook een verdrag voor het wereldklimaat en een verdrag voor het behoud van planten- en diersoorten worden ondertekend. Deze verdragen worden buiten UNCED om, rechtstreeks door regeringsdelegaties, voorbereid.

In New York is wel de basis gelegd voor aanpassing van het VN-apparaat ten gunste van milieu- en ontwikkelingsbeleid. De Rio-conferentie zal, als de staatshoofden en regeringsleiders dit voornemen bekrachtigen, de Algemene Vergadering van de VN voorstellen een commissie toe te voegen aan de Economische en Sociale Raad (ECOSOC). De commissie krijgt als taak erop toe te zien dat de bestaande VN-organisaties en -lidstaten zich houden aan het Handvest en het uitvoeren en verder ontwikkelen van het actieplan "Agenda'21'. Om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen zal deze ook rechtstreeks kunnen rapporteren aan de Algemene Vergadering.

Een belangrijke stap is ook gezet op het gebied van de overdracht van technologische kennis opdat arme landen zich "schoner'' kunnen ontwikkelen. Van belang is vooral de formulering dat de regeringen van rijke landen zih zullen inspannen om te bemiddelen bij kennisoverdracht op voor arme landen gunstige voorwaarden.

Veel van de teksten die in New York zijn aangenomen staan, naar goed VN-gebruik, nog tussen vierkante haken, hetgeen erop duidt dat een of meer lidstaten nog bezwaar hebben. In Rio zullen deze haken moeten worden weggepoetst.

Opmerkelijk genoeg staan er vrij weinig haken in de "Agenda'21': een stuk van omstreeks duizend pagina's vol milieu- en ontwikkelingsproblemen en mogelijke oplossingen. Toch worden ook hier wezenlijke knopen doorgehakt, zoals het hoofdstuk over afvalstromen waarin wordt bepaald dat het bestaande moratorium op het dumpen van laag-radioactief afval in zee moet worden omgezet in een verbod. Ook is vastgelegd dat de door het Atoombureau IAEA in Wenen vastgestelde gedragscode voor grensoverschrijdend verkeer van radioactief afval moet worden omgezet in een internationaal verdrag. Gevoelige haken staan er overigens wel in het hoofdstuk waar het gaat om de opslag van radioactief afval in de zeebodem. De VS en Zweden willen hier niet van een verbod weten.

Zoals bij de gehele voorbereiding van de Rio-conferentie hebben de Verenigde Staten de afgelopen weken heftig tegengesparteld bij het maken van internationale afspraken. “De Amerikanen geloven er heilig in dat alle problemen per defenitie zichzelf oplossen en bovendien voelen ze zich de wereldpolitie-agent die niemand iets kan maken”, zegt een delegatielid uit Nigeria.

De Amerikaanse president Bush heeft nog steeds niet aangekondigd of hij naar Rio zal gaan. De afgelopen week riep de conservatieve Wall Street Journal hem nog op vooral thuis te blijven omdat “duurzame economische groei” hetzelfde is als “gereduceerde groei”, aldus de krant.

De ontwikkelingslanden, verenigd in de G-77, zijn er de afgelopen weken in geslaagd een redelijk gesloten front te handhaven. Onder leiding van de Pakistaan Jamsheed Marker opereerden ze in grote eendracht, hoewel de verwachting bestond dat ze verdeeld zouden raken doordat het ontwikkelingspeil van de diverse landen inmiddels sterk uiteenloopt. De G-77 zal eind deze maand in Kuala Lumpur nog een aparte voorbereidende conferentie voor Rio houden. “Wij voelen de politieke wil om van Rio een groot succes te maken”, aldus Marker deze dagen in New York, in het besef dat de wensen van een blok van 128 landen moeilijk te negeren zijn.

Grondbeginsel 16