Puur geluk

Artur Joesoepov, de man die vanaf volgende week in Linares de kandidatenmatch tegen Timman speelt, analyseerde eens een van zijn winstpartijen in New in Chess en maakte toen een opmerking die me erg beviel. Hij schreef ongeveer: ""De volgende fase wordt beheerst door de belangrijkste factor in het schaken, puur geluk.'' Ja, zo is het. We doen wat we kunnen, met inspanning van alle krachten, maar in laatste instantie blijft het een kansspel en het is een verlichte geest die getuigt dat dit geen reden tot neerslachtigheid, maar juist tot vrolijkheid is. De opmerking van Joesoepov had door Tartakower gemaakt kunnen zijn. Aan de andere kant, het is niet de opmerking van een wereldkampioen. Kasparov en Karpov zouden zoiets nooit zeggen. Integendeel, als er sprake van zou zijn dat ze door geluk hadden gewonnen, zouden ze aantonen dat ze in een vroeger stadium van de partij eerder pech hadden gehad en dat hun uiteindelijke overwinning geheel aan eigen vindingrijkheid te danken was.

Er werd veel geschreven over het geluk dat Piket zou hebben gehad in verschillende partijen van het kampioenschap van Nederland. Hijzelf dacht er anders over, zag ik in het verslag van Dirk Jan Ten Geuzendam. Hij had op domme, onnodige manier een pion weggegeven tegen Van der Wiel; na de partij had hij laten zien hoe zijn tegenstander op verschillende momenten had kunnen winnen. Die had het niet gezien, hij wel, was dat geluk? Zo spreekt de kampioen.

Over pech willen schakers al helemaal niet horen. Niemand verachtelijker dan de de ongeluksvogel die zich beklaagt dat hij door domme pech verloren heeft. ""Kansen krijgt de speler die ze voor zichzelf weet te scheppen'', antwoordde Aljechin energiek toen een pechvogel zich weer eens beklaagde over zijn ongeluk. Dat schreef Kotov in zijn boek over het werk van Aljechin. Zo voel ik het ook. Geluk bestaat, maar pech maak je zelf.

Ik kwam er op doordat ik een beroemde stelling weer eens zag afgedrukt.

Wit Spasski-zwart Hort. Het was de beslissende partij van hun kandidatenmatch in Reykjavik 1977. Zwart had niet veel tijd meer, maar genoeg om te zien dat hij met 35...Lxc5 36. Dxc5 Dg4 snel kon winnen. Maar hij deed niets, liet de tijd verstrijken totdat de wedstrijdleider er op wees dat zijn vlag gevallen was. Achteraf schreef Hort dat hij de weg naar winst inderdaad had gezien. Hij was er zo opgewonden door geworden dat hij versteende en zijn handen niet naar de stukken kon brengen. Droevig. Een gelukje voor Spasski. Maar van pech voor Hort kan je niet spreken. Hort had zijn ongeluk zelf gemaakt. Eerder had hij het al voorbereid. Hij had al winnaar kunnen zijn, want Spasski was ziek geworden. Hort had de match kunnen opeisen, maar hij stond Spasski een week uitstel toe. Zeer sportief. Een wereldkampioen had het niet gedaan, denk ik. Die zou eerder denken: logisch dat ze ziek worden als ze tegen mij moeten spelen. Ik zal nog wel meer zieke tegenstanders op mijn pad vinden, maar dat is mijn zaak niet, ik eis de match op.

De stelling stond weer eens afgedrukt in het nieuwe blad Schach-Journal, tijdschrift voor wetenschappelijk-literaire bijdragen aan het schaakspel. De zwartspeler wordt daar "Gort' genoemd, op zijn Russisch. Dit Duitse blad wordt voornamelijk door Russen volgeschreven en de hoofdredacteur is Alexander Koblenz uit Riga, beroemd geworden als trainer en secondant van Tal. Het is de tweede jaargang, maar pas het derde nummer. Uitgever Arno Nickel verontschuldigt zich dat hij in 1991 niet aan de laatste twee kwartaalnummers is toegekomen. Hier wordt de hete adem van de actualiteit nog niet gevoeld. De belangrijkste partijen die in dit nummer besproken worden zijn uit 1851, 1946 en 1969. Ik zal binnenkort nog eens terugkomen op dit tijdschrift. Nu neem ik iets over uit een bijdrage van Jevgeni Gik. Het gaat over een prachtpartij waarmee Mark Taimanov zich in 1969 plaatste voor het interzonale toernooi. Begin van het hoogtepunt van zijn loopbaan. In het interzonale toernooi plaatste Taimanov zich voor de kandidatenmatches. Gik schrijft het niet, maar de partij die hij bespreekt en waar Taimanov zo opgetogen over was, kan ook gezien worden als de inleiding tot het definitieve einde van Taimanov als wereldtopspeler. In zijn kandidatenmatch verloor hij met 6-0 van Fischer. Terug in de Sovjet Unie werd hij zwaar gestraft. Al zijn privileges werden afgenomen, zijn salaris gekort. Zijn vrouw liep weg. Jarenlang mocht hij niet meer in het buitenland spelen. Hij had in de gevangenis kunnen komen wegens valutasmokkel, - nu hij zo verschrikkelijk van een Amerikaan had verloren werd, geheel in strijd met de gewoonte, aan de grens opeens zijn bagage gecontroleerd - maar gelukkig verloor vlak daarna ook Larsen met 6-0 van Fischer, waardoor Taimanovs misdaad minder erg werd. Het is niet altijd makkelijk om geluk en ongeluk direct te herkennen. ""Ik zal je wensen vervullen.'' In een sprookje vaak een sinistere wending, aankondiging van groot onheil. In de volgende partij werd Taimanovs wens vervuld.

Wit Loetikov-zwart Taimanov, 37ste kampioenschap van de Sovjet Unie, 1969, laatste ronde.

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 e7-e6 5. Pb1-c3 Dd8-c7 6. Lc1-e3 a7-a6 7. Lf1-d3 b7-b5 8. Pd4xc6 Dc7xc6 9. Le3-d4 Lc8-b7 10. Dd1-e2 Pg8-e7 11. f2-f4 b5-b4 12. Pc3-b1 Pe7-g6 13. De2-f2 Lf8-d6 Mooi gespeeld. Na 14. Lxg7 is zwart 14...Pxf4 15. Lxh8 Pxd3+ 16. cxd3 Dc1+ van plan. 14. Ld4-e3 0-0 15. Pb1-d2 Ta8-c8 16. h2-h4 Dc6-c7 17. e4-e5 Ld6-c5 18. h4-h5 Lc5xe3 19. Df2xe3 Pg6-e7 20. Pd2-c4 Pe7-f5 21. De3-d2 Lb7-d5 22. Pc4-e3 Pf5xe3 23. Dd2xe3 Dc7-c5 24. De3-g3 h7-h6 25. Th1-h4 Wits aanval heeft niet veel te betekenen. Na 25...Kh8 26. Tg4 Tg8 zou zwart zeer goed staan. Hij kiest een ingewikkelder mogelijkheid, die minder sterk is. 25...Dc5-g1+ Achteraf werd gevonden dat het na 26. Ke2 Txc2+ remise zou zijn geworden. Dan had Taimanov een beslissingsmatch moeten spelen met de gevreesde Stein. Maar hij had geluk. 26. Ke1-d2 Dg1-d4 Na 26...Dxa1 zou 27. Tg4 komen, wat nu met 27...Le4 28. Txg7+ Kh8 zou worden afgeweerd. 27. f4-f5

x

Lijkt zeer gevaarlijk. Echter: 27...Tc8xc2+! 28. Kd2xc2 b4-b3+ 29. Kc2-d1 Gik analyseert dat 29. axb3 tot remise had geleid. 29...Dd4-g1+ 30. Dg3-e1 Dg1xg2 31. De1-f1 Ld5-f3+ 32. Kd1-e1 Dg2xb2 33. Ta1-b1 Db2xe5+ 34. Ke1-f2 b3xa2 35. Tb1-e1 De5-f6 36. Kf2-g3 Lf3-g2 Weer een mooie zet. Hoe wit ook neemt, het zou hem een toren kosten. 37. Df1-g1 e6xf5 38. Dg1-d4 Df5-g5+ 39. Kg3-h2 Lg2-e4 40. Th4xe4 f5xe4 41. Dd4xe4 Dg5xh5+ De afgegeven zet. Zwart heeft aan de verwikkelingen zes pionnen voor een stuk overgehouden. Wit gaf op.