Politieke spionage en Pinochet

Nou, dat verjaardagsfeest was goed verziekt. Twee moeilijke, maar succesvolle jaren had de christen-democratisch/socialistische overgangsregering van de Chileense president Patricio Aylwin achter de rug. Achter haar lag de recente geschiedenis van 17 lange jaren dictatuur onder generaal Augusto Pinochet: repressie, schendingen van mensenrechten, internationaal isolement. De toekomst beloofde niets dan goeds: toenemende welvaart in het meest welvarende land van Latijns-Amerika en een verdere consolidatie van de democratie. En dat alles terwijl de voormalige dictator nog steeds een openbare functie bekleedt. Kan het voorzichtiger, evenwichtiger en toleranter dan in Chili? Maart 1992 had een mijlpaaltje moeten worden in de Chileense overgangsdemocratie.

Dat werd het ook, maar anders dan gedacht. Er was al die vervelende zaak van de voormalige Oostduitse leider Erich Honecker. Ondergedoken in de Chileense ambassade te Moskou, een man zonder land, zonder paspoort. Maar wel met een paar vrienden, in elk geval in Chili. De Chileense ambassadeur in Moskou, Clodomiro Almeyda onder anderen, een voormalige Chileense balling in de DDR. Rusland wil Honecker niet meer, Duitsland wil hem graag (achter de tralies) en Chili twijfelt tussen het klassieke Latijnsamerikaanse asielrecht, de morele schuld aan de leider van de voormalige vluchthaven voor 50.000 Chilenen, en de commerciële en vriendschappelijke banden met het Duitsland van Helmut Kohl. Een vervelende zaak, die zaak-Honecker, maar niet écht een smet op het blazoen van de regering-Aylwin, hoewel een westers diplomaat van oordeel is dat het Moneda-paleis in deze ""een plee-figuur slaat''.

Nee, de gematigd-feestelijke stemming vorige maand in Santiago werd bedorven door twee yuppie-politici van de ultra-rechtse Union Democratica Independiente (UDI), een splinter die allesbehalve democratisch en onafhankelijk is en vooral bekendheid geniet als de "politieke arm' van Pinochet. Of, zoals een socialistische senator het onlangs zei: ""Het Chileense leger is de militaire arm van de UDI''. Enfin, de relatie is duidelijk en daarmee ook de verontwaardiging waarmee de twee yuppie-politici, de afgevaardigden Andrés Chadwick en Pablo Longueira, op dinsdag 17 maart - een week na de tweede verjaardag van de regering-Aylwin - met veel aplomb een geheim rapport openbaar maakten waaruit bleek dat de slechte oude tijden in Chili nog lang niet voorbij zijn.

Schandaal, schandaal, politieke spionage, riepen de populaire Chileense kranten vanaf hun voorpagina's. En een schandaal is het geworden. Volgens de met documenten gestaafde beschuldigingen van Chadwick en Longueira houdt de afdeling recherche van het ministerie van binnenlandse zaken, de Policá de Investigaciones, zich bezig met het bespioneren van vooraanstaande Chilenen in het politieke, economische, religieuze en anderszins openbare leven. Een "politieke politie' dus, zoals het in de termen van de UDI heette. En daarmee was de verbinding naar het door de UDI zo hartstochtelijk bestreden communise snel gelegd. Maar is er zoiets als een Chileense Stasi? Welnee, haastte minister van binnenlandse zaken Enrique Krauss te zeggen. ""De regering accepteert niet dat het privéleven en de legitieme activiteiten van de burgers worden gecontroleerd'', zo luidde de verklaring waarin de regering afstand nam van de daden van de rechercheurs. ""Onverteerde resten van het vorige regiem'', noemde een diplomaat de daders van deze als een solo-actie aangemerkte spionage.

Maar een verklaring was niet genoeg. Er moest een kop rollen, een aanzienlijke graag. Die van Krauss was onmogelijk. Hij is de belangrijkste minister van president Aylwin en bovendien een zeer goede vriend van het staatshoofd. Het werd de chef van de Polcia de Investigaciones, generaal (b.d.) Horacio Toro, een man die tijdens het militaire regime een goede staat van dienst had opgebouwd door het vooral oneens te zijn met Pinochet. In de eerste week van het schandaal concentreerde de zaak zich op de figuur Toro. De generaal zat in Canada en kon, zo meldden de Chileense kranten tot in details, niet onmiddellijk aan het bevel voldoen om terug te keren naar huis, omdat zijn goedkope vliegticket dat niet toestond. Maar uiteindelijk zette hij weer voet op Chileense bodem en bood, zoals het ook hoort, zijn ontslag aan.

Dat zou einde-zaak hebben betekend, ware het niet dat in de daaropvolgende week meer details over de politieke spionage aan het licht kwamen. Een van de meest opmerkelijke zaken was, dat behalve rechtse bisschoppen, captains of industry en politici van zowel de regeringspartijen als de oppositie, ook hoge militairen het onderwerp waren geweest van de extra-legale recherches van de Policá de Investigaciones. Zo hadden de mannen van generaal Toro ook de (overigens door de Chileense pers nauwgezet gevolgde) bewegingen van generaal en mevrouw Pinochet waargenomen, alsmede die van hoge functionarissen van de marine en de luchtmacht.

Dat pikten de inlichtingendiensten van de strijdkrachten op hun beurt niet. Naar onlangs bleek, begonnen zij al in januari met contra-spionage-activiteiten tegen "investigaciones'. ""We maakten ons zorgen over mogelijke aanslagen'', verdedigde marine-chef admiraal Jorge Martnez Busch deze acties. ""Nooit iets over gehoord, de afgelopen twee jaar'', kaatste een zegsman van de regering terug. En hoe kwam de UDI eigenlijk aan zijn documenten? Goede banden met het leger (en zijn inlichtingendiensten) wellicht? Een sarcastische regeringswoordvoerder Enrique Correa: ""We waarderen de bezorgdheid van de UDI voor de burgerlijke vrijheden hogelijk. Misschien dat ze ons ook kunnen helpen om de laatste rustplaats te vinden van de 9957 vermiste politieke gevangenen onder het vorige bewind''.

Het werd de hoogste tijd dat het Chileense parlement zich met de zaak ging bemoeien. In de meeste emotionele zitting van het Congres van de afgelopen twee jaar, werd er gevloekt en gescholden in het parlementsgebouw in Valparaiso, waar tot dantoe een bij de overgangsdemocratie behorende uiterste correctheid tussen de politici van de verschillende partijen was betracht. UDI-afgevaardigden noemden de verklaring van minister Krauss ""leugenachtig'', de minister signaleerde dat rechts in Chili ""aan de rand van een zenuwinzinking staat''. Dat is goed mogelijk. De eerste, en uiterst belangrijke, politieke krachtmeting onder de regering-Aylwin, zal met de lokale verkiezingen eind juni binnen minder dan drie maanden worden gehouden.

Als het schandaal van de politieke spionage in Chili iets aantoont, dan is het wel dat de samenleving daar nog bijzonder gespannen is. Weliswaar sprak in een recente enquête 52 procent van de Chilenen zich uit voor de regering, en vond 79,1 procent de democratie de beste regeervorm, 37,1 procent meent dat er alleen maar meer chaos en wanorde in Chili is gekomen sinds de democraten het van de dictators hebben overgenomen. Dat is ook de boodschap van de UDI, wiens oprichter en voormalige adviseur van Pinochet, senator Jaime Guzmán, vorig jaar bij een terreuraanslag om het leven kwam.

En Pinochet? Is hij als hoogste baas van het leger niet verantwoordelijk voor bij voorbeeld de geheime acties van zijn inlichtingendienst? Zo is het, zei minister Correa ferm, maar hij weet dat het niet meer dan een plaagstootje in de richting van de oude generaal is. Pinochet zelf verliet, terwijl het schandaal zich ontrolde, het land voor een "particuliere' rondreis langs een groot aantal landen. Met een privévliegtuig vloog hij eerst naar Ecuador, waar president Rodrigo Borja liet weten dat de ex-dicator "niet welkom' is. Dat verplichtte de Chileense regering tot een tandenknarsend protest wegens belediging van een hoge overheidsfunctionaris. Het kon nog erger. Zou Pinochet niet tussentijds moeten terugkeren, gezien zijn verantwoordelijkheid in deze zaak, zo vroegen verslaggevers aan minister Correa. ""Hij is met vakantie'', antwoordde de minister, ""en wij respecteren ieders vakantie''. Maar intussen houden de Chilenen elkaar goed in de gaten.