"Plan-economie heeft nooit gewerkt in Vietnam'; Vietnam begon veel eerder dan O-Europa met economische hervormingen; "Ook het kapitalisme is niet ideaal, we zullen nog verder moeten zoeken'

HANOI/HO CHI MINH-STAD, 4 APRIL. Le Dang Doanh is verontwaardigd. De directeur van het Centraal Instituut voor Economisch Management (CIEM), een denktank van de Vietnamese regering, heeft de afgelopen jaren alles gedaan om bij internationale financiële instellingen in een goed blaadje te komen, maar Vietnam krijgt geen leningen. “Onze economische richtlijnen voldoen volledig aan de normen van het Internationaal Monetair Fonds en van de Wereldbank”, zegt hij, “en onze politiek valt ook wel mee, dit is geen Noord-Korea.”

De Vietnamese economie dreef jarenlang op een combinatie van autarkie en op ruilhandel met andere "socialistische landen'. In 1986, op een moment dat de snelle ineenstorting van het communisme in Oost-Europa en in de Sovjet-Unie nog niet in zicht was, begon de Vietnamese regering met verregaande economische hervormingen, doi moi. De planeconomie werd, naar analogie van de Chinese weg, ingeruild voor een vrijemarktssysteem.

Le Dang Doanh, die destijds adviseur was van partijleider Nguyen Van Linh, wijst op de zegeningen van het prijsmechanisme en van het achterwege blijven van subsidies op bepaalde produkten. “Vroeger was de rijst zo goedkoop dat de boeren er de varkens mee voerden. Nu moet voor rijst de werkelijke prijs worden betaald en wordt er zuinig mee omgesprongen.”

Le Dang zegt dat Vietnam nooit geschikt is geweest voor een “commando-economie” en dat de leiders allang wisten dat het communisme niet werkte. “Wij zijn geen communisten”, zegt hij, “wij zijn nationalisten, de oorlog ging om het krijgen van onafhankelijkheid, niet om het communisme.” Maar het "kapitalisme' ziet hij ook niet als ideaal. “We moeten een rechtvaardige, vrije samenleving opbouwen die de mensheid dient en dat doet ook het kapitalisme niet, we moeten verder zoeken.”

Vietnamese economen prijzen zichzelf gelukkig dat zes jaar geleden al met de doi moi is begonnen, vóór de omwentelingen in Oost-Europa; daarna was het mogelijk te laat geweest. De buitenlandse handel van Vietnam is door het wegvallen van de Oosteuropese markten in enkele jaren dramatisch veranderd. De import uit de voormalige Sovjet-Unie kelderde in 1991 met maar liefst 84 procent, terwijl de export naar Oost-Europa zo goed als verdween. Rusland eist daarentegen wel een groot bedrag aan buitenlandse schuld op van Vietnam: 10 miljard roebel. Hanoi en Moskou zijn het er nog niet over eens welke koers daarbij moet worden gehanteerd: in de oude tijd was een roebel evenveel waard als een dollar, nu is een roebel nog maar anderhalve cent.

Na de overwinning van de Noordvietnamese communisten en de Vietcong, bijna zeventien jaar geleden, legden de Amerikanen het herenigde Vietnam een embargo op, dat werd opgevolgd door veel andere industrielanden en sindsdien nog steeds van kracht is. Officieel houden de meeste bondgenoten van de VS zich aan het embargo, maar dat weerhoudt individuele zakenlieden er niet van "verkennende bezoeken' aan Vietnam te brengen.

Vorig jaar kwamen alleen al uit Japan 500 handelsmissies langs. Terwijl de Japanners vooral produkten verkopen, investeren zakenmensen uit Taiwan, Australië, Frankrijk en Hongkong in fabrieken. Nederland is zesde op de lijst van investeerders (vooral de brouwerij die Heineken in 1993 in Ho Chi Minh-stad zal openen draagt daartoe bij). Hoewel het totale volume van investeringen met 1,2 miljard dollar (1991) relatief laag was, betekende het een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor.

Vietnam is sedert enkele jaren de op twee na grootste exporteur van rijst, na de Verenigde Staten en Thailand. In 1991 werd, volgens een officiële opgave, een miljoen ton rijst geëxporteerd. Ook de uitvoer van andere produkten loopt voorspoedig.

Olie is de grote trekker geworden. De 3,95 miljoen ton ruwe olie die Vietnam vorig jaar produceerde werd in zijn geheel aan het buitenland verkocht, aangezien het land zelf niet over raffinage-installaties beschikt. 80 procent van de olie ging naar Japan - Vietnam is vermoedelijk het enige land ter wereld dat een handelsoverschot heeft met Japan. Vorige maand sloot het staatsoliebedrijf PetroVietnam een overeenkomst met vijf grote oliemaatschappijen, waaronder Shell en BP, voor de winning van olie uit nieuwe velden voor de Vietnamese kust.

Ondernemers uit de grote industrielanden zijn zonder uitzondering vol lof over het huidige Vietnam. De vertegenwoordiger van Mitsubishi in Hanoi vertolkt de woorden van velen. Yasuo Miyamori: “Dit land heeft grote mogelijkheden. De bereikbaarheid is uitstekend door de lange kustlijn; er wordt voldoende voedsel geproduceerd voor de eigen bevolking, het onderwijssysteem staat op een hoog niveau en er zijn nauwelijks interne conflicten.” Miyamori vergelijkt Vietnam met het Zuid-Korea van 25 jaar geleden. Na deze lovende woorden komt het grote "maar': “We willen de Verenigde Staten niet bruuskeren.”

Mitsubishi houdt zich via dochteronderneming Mitsubishi Meiwa voorlopig alleen bezig met de oliehandel; om als afzetmarkt voor personenauto's te dienen kent Vietnam nog een te lage economische ontwikkeling, zegt Miyamori, en verklapt meteen het grote verlangen van zijn bedrijf in Oost-Azië: de economische verovering van de Volksrepubliek China. “Aan een miljard Chinezen kunnen we meer verdienen dan aan 65 miljoen Vietnamezen.”

Voorlopig is Honda het grote buitenlandse succesverhaal in Vietnam. De trots van elke jongere en van elk gezinnetje is een Honda-brommer - Honda is in Vietnam een eponiem voor brommer. Vroeger waren Tsjechische brommers de meest verkochte, nu zijn het bijna uitsluitend Honda's, er rijden er miljoenen rond in Vietnam.

De Japanse bedrijven JVC, Sanyo en Sharp verkopen evenals Goldstar en Samsung uit Zuid-Korea onderdelen voor televisies en radio's aan Viettronics, een staatsbedrijf dat er apparaten voor de binnenlandse markt van maakt. Viettronics moet zichzelf bedruipen - en kan dat ook - sinds de regering eind vorig jaar alle subsidies voor staatsondernemingen heeft ingetrokken om de inflatie van meer 5 procent per maand de kop in te drukken. Inflatie bevindt zich met de hoge werkloosheid (1,7 miljoen mensen) aan de keerzijde van overschakeling naar een markteconomie in Vietnam.

Ondanks de scherpe stijging van 35 procent van de handel met het Westen, is vorig jaar het totale handelsvolume van Vietnam afgenomen. Vietnam gaat ervan uit dat de toetreding tot het Verdrag voor Vriendschap en Samenwerking van de ASEAN, de Associatie Zuidoostaziatische landen (Thailand, Maleisië, de Filippijnen, Singapore, Brunei en Indonesië), op 28 januari, 's lands economie nieuwe impulsen zal geven. Hoewel Vietnam niet als volwaardig lid van de ASEAN is toegelaten, gaat Hanoi ervan uit dat dat een kwestie van tijd is. De Vietnamese premier Vo Van Kiet is weer welkom in de hoofdsteden van de landen in de regio.

De ASEAN werd in 1967 juist opgericht als buffer tegen het Indochinese communisme, maar nu de nazaten van Ho Chi Minh hebben gekozen voor de vrije markt verwelkomen de anti-communistische buren Vietnam als een welkome aanvulling op hun snel groeiende economieën. Met name Thailand en Maleisië hebben hun handel met Vietnam sterk opgevoerd.

Hanoi verwacht een uitstralingseffect van de liaison met de ASEAN. West-Europa, Japan - en misschien zelfs de Verenigde Staten - zullen door het voorzichtige nieuwe vertrouwen dat Zuidoost-Azië Vietnam heeft geschonken mogelijk worden overgehaald soortgelijke stappen te nemen.