"Parlement is ook kind van zijn tijd'

Uit een enquête van NRC Handelsblad blijkt dat 59 procent van de Tweede-Kamerleden vindt dat ze te veel op ambtenaren lijken. Ruim tachtig procent signaleert een kloof tussen burger en politiek. Wat is de remedie? Vandaag de mening van mr.drs. L.C. Brinkman (44), voormalig directeur-generaal op het ministerie van binnenlandse zaken, ex-minister van WVC en fractievoorzitter van het CDA sinds 1989.

DEN HAAG, 4 APRIL. “Boven de ingang van de vergaderzaal zou eigenlijk de spreuk moeten hangen: "hier eindigt de bureaucratie en begint de democratie'. Het lijkt me echter van belang om niet in de probleemanalyse te blijven steken. We moeten nu proberen de werkwijze en de samenstelling van de Kamer aan te passen. De uitslag van de enquête geeft aan dat daarvoor ruimte en bereidheid is.

“Het gaat er in de kern om de afstand tot het grote publiek te overbruggen. In het Kamerdebat moet de praktische invalshoek voorop staan. Iedereen begrijpt wel dat er lange wetten nodig zijn en ingewikkelde procedures. Maar het politieke bedrijf zou de problemen - of het nu gaat om veiligheid, het milieu of werkgelegenheid - moeten bespreken zoals ze door de burgers worden ervaren. Het debat gaat door zijn langdradigheid en technische invalshoeken heel vaak over competenties en procedures. De concrete problemen worden ondergedompeld. De eerste les die ik kreeg van mijn voorganger De Vries was toch: let op bij de procedures! Dat motto geldt voor elk Kamerlid dat aankomt. Procedures zijn hier erg belangrijk. Maar de burger is allereerst geinteresseerd in het resultaat.

“Het parlement is natuurlijk ook een kind van zijn tijd. Onze samenleving is verbureaucratiseerd en niet alleen omdat de overheid zich in de loop der jaren met meer dingen is gaan bemoeien en er meer ambtenaren zijn gekomen. Ook in het normale maatschappelijke leven voltrekt zich dat proces. De glimmende kantoorpaleizen slaan vanuit elke straat toe, of het nu om Philips gaat of de vereniging van bakkerijen. Bij bedrijven of instellingen zijn ook ambtelijke lagen tussen het directe produktieproces en de klant geschoven. Ik denk dat we nu in een fase zitten waarbij bedrijven en instellingen het wat platter en sneller willen organiseren, zodat je wat meer rechtstreekse verhoudingen tot de burger krijgt. Bureaucratie is eigen aan verzorgingsstaat, maar dat proces verkeert nu in zijn tegendeel omdat er zoveel procedures zijn dat mensen het gevoel hebben dat het stropiger wordt. Er is een breed draagvlak voor milieubeleid, maar wat zie je: die goede doelen stokken in eindeloze procedures. Een mestfabriek of een spoorlijn zijn goed voor het milieu, maar niemand wil ze bij zijn eigen achtertuin. Er komen bezwaren, en het beleid loopt vast in procedures. Het geloof in de resultaatgerichtheid van de democratie komt dan onder spanning.

“De Tweede Kamer kan veel van zijn werkwijze verbeteren. Er moet allereerst minder worden vergaderd. We moeten debatten meer indikken zodat hoofdlijnen zichtbaar worden. Dat lijkt maar een klein aspect, maar het kan een enorme doorwerking hebben omdat de burger zich voor hoofdlijnen interesseert. Het verschijnsel van de Uitgebreide Commissievergadering (UCV) moet terug worden gedrongen omdat zij de kroon is op het werk van de specialisatie. De sociale controle - in de zin van een algemene afweging - werkt sterker in de plenaire vergadering. Kamerleden komen hier buitengewoon gemotiveerd. Maar velen lopen op tegen een collectieve machteloosheid om interne procedures te veranderen. Je moet durven zeggen: we vergaderen op die dag gewoon niet meer. Soms dan zit je bij een vergadering die een halve dag duurt terwijl het ook allemaal in een paar uur gezegd had kunnen worden. Maar als er geen andere zaken op de agenda staan, is er toch een natuurlijke drang om de tijd vol te praten. Je moet je gewoon dwingen om de zaken in te dikken zodat je vanzelf de prioriteiten zet. Minder vergaderen betekent meer tijd voor contact met kiezers, gesprekken en werkbezoeken.

“Als je ten tweede kijkt naar de samenstelling van de Tweede Kamer dan zie je dat de eenzijdige herkomst forse vormen aanneemt. Je moet als partij zoeken naar meer doorsnee, en meer ruimte bieden in bestuurlijke en financiële zin aan nevenfuncties. Dat is lange tijd omstreden geweest maar ik constateer dat het toch als een van de mogelijke oplossingen wordt gezien. Het gaat me erom dat je vanuit de praktijk van een vakgebied - of dat nu de groene sector is, de advocatuur of als dokwerker, dominee of dokter - kijkt naar een probleem. Er moeten in de Kamer ook mensen zijn die feitelijk in dat proces hebben gezeten, die de problemen kennen vanaf de werkvloer, en niet alleen vanuit de kantoorramen door een bureaucratische bril kijken. Voor mijn functioneren vond ik de ambtelijke achtergrond een groot voordeel, maar je moet niet allemaal Tweede-Kamerleden van dat type ervaring hebben. Je hebt ook mensen nodig die met beide benen in de modder hebben gestaan, en niet alleen met de benen in het papier.

“We moeten onderzoek doen naar mengvorm van kiesstelsels. Dat leeft ook in de partijen. We hebben gevraagd om het Duitse kiessysteem nu eens door te meten, en wat modellen te maken. D66-leider Van Mierlo scoort een punt als hij zegt dat de herkenbaarheid van de politiek te maken heeft met de poppetjes. Dat is objectief waar. Als dat alleen naamloze types zijn, gaat er vervlakking van uit. Ik zoek een mix en hoop dat andere partijen die in hun kandidaatstelling ook zoeken.

“De Haagse politiek heeft vaak een té hoge pretentie, het conglomeraat van ambtenarij en politiek denkt alles even te regelen. Elke sector is verknoopt met adviesraden, belangengroepen, departementen en Kamerleden. Dat is op zich niet slecht, de lijntjes zijn kort. Maar hoe krijg je het beleid in de samenleving uitgelegd? We moeten minder ambities hebben dat wij alles voor elkaar krijgen. Er wordt een stapel papier afgeleverd met het idee dat Nederland er morgen zo moet uitzien. We moeten meer van onderop redeneren, en meer investeren in het sociale bindweefsel van de samenleving zelf. Als wij de samenleving sectoraal toespreken en beregelen dan krijg je automatisch dat in het land de belangen tegenover elkaar komen te staan. Dan wordt er gezegd: ik heb mijn procedure, ik heb mijn nota, ik heb mijn loket. Je moet niet met nota's staan wapperen maar de problemen concreet daar oplossen waar ze zich voordoen.