Oponthoud in Brandenburg

Ik kwam uit Zuid-Polen, met de auto, en toen ik om zeven uur 's avonds bij Cottbus de Duitse grens passeerde, stak er een verlate sneeuwstorm op. Het was een sterk verlangen naar warm eten en een behaaglijk bed dat me naar het westen dreef, maar nergens vertoonde zich zoiets als een Gasthof aan de snelweg door de ex-DDR. Dus maar afgeslagen en een stadje opgezocht. Het werd Brandenburg, even na Berlijn. Dat klonk niet gek. Historie, keurvorsten, Brandenburger Tor.

Om halfnegen reed ik er binnen en er was inderdaad een hotel. Dat stond tenminste in grote letters boven de schamele entree: Hotel Haus Brandenburg. De zweterige man aan de balie wilde in ruil voor de sleutel gelijk afrekenen. Dat was dan 59 DM. Had me toen al geen licht moeten opgaan?

Na lang zoeken door brede, neerslachtige gangen in zo'n kleur die Carmiggelt met reptielenpoep in verband bracht, bleek de sleutel wel degelijk op een deur te passen. Daarachter bevond zich het begeerde bed, maar niets om de uitwendige mens te verfrissen. Wel een kleuren-tv, maar geen douche, zelfs geen simpele wastafel. En ook geen wc. Navraag bij de overbuurman leerde dat deze voorzieningen zich elders op de gang in een centrale ruimte bevonden en zo belandde ik in een washok, dat me aan de diepe treurnis van mijn recrutentijd deed denken.

Opspelen bij de figuur aan de balie had geen zin, want hij was al vertrokken. Waar was ik in verzeild geraakt? Dezelfde overbuur hielp me uit de droom. Het betrof hier een voormalige Stasi-kazerne, die na omwenteling en hereniging in allerijl tot hotel was omgetoverd.

Het belendende restaurant heette vroeger kantine. Daar kon men, ondanks het late uur, gelukkig nog voedsel verstrekken, zelfs van behoorlijke kwaliteit. En bier natuurlijk. Er zaten meer Nederlanders, een stel vrije jongens met veel ringen, armbanden en sterke verhalen. Ze handelden in tweedehands auto's, die ze per trailer uit Nederland invoerden en aan Polen, Russen en Oostduitsers verkochten. Hoe ontduik je hoge invoerrechten? “Door zo'n kar even tegen een boom te zetten, want dan is het een schadegeval en betaal je minder.” En als de handel tegenliep, hadden ze altijd nog hun uitkerinkje.

Zo kreeg het Brandenburger oponthoud toch nog iets leerzaams.