Oost-Europa (2)

Volgens Peter Michielsen kan alleen grootschalige hulp Oost-Europa redden, zò grootschalig dat het Westen daarvoor een deel van zijn welvaart zal moeten opofferen. Maar in hetzelfde artikel levert hij het bewijs van het tegendeel: de tientallen miljarden mark die in de voormalige DDR zijn uitgegeven leidden, naar hij zelf toegeeft tot een minder dan mager resultaat.

Grootschaliger kan haast niet. Derhalve lijkt het zinniger wat minder ambitieus te zijn: een schoenenfabriek van Bata in Tsjechoslowakije, een lampenfabriek van Philips in Polen, technische hulp hier, een infrastructurele verbetering daar.

Oost-Europa vertoont nu eenzelfde beeld als de voormalige koloniën India en Indonesië in de eerste twintig jaren na de kolonisatie. Ook daar heersten bestuurlijke chaos, apathie en armoede. Pas in de jaren zestig liet India de periodiek weerkerende hongersnoden achter zich op weg naar een langzaam stijgende welvaart. Indonesië kan zelfs ontwikkelingshulp weigeren ten faveure van haar lange tenen.

Men kan slechts hopen dat de fase van chaos in Oost-Europa minder lang duurt dan in de voormalige koloniën omdat zij een betere infrastructuur hebben. Grootschalige hulp zoals in de DDR past niet in dit ontwikkelingsconcept en kan zelfs contraproduktief zijn omdat het consumentisme bevordert voordat een toegenomen arbeidsproduktiviteit het daarvoor benodigde inkomen heeft gegenereerd.