Oost-Europa (1)

Het artikel van Peter Michielsen "Het Westen kijkt toe hoe het Oosten wegzinkt' (NRC Handelsblad, 30 maart) roept om antwoord op de vraag waarom het Westen niet echt helpt om de mensen in het Oosten voor de fatale afgrond van economische mislukking te behoeden.

Wat kan het Westen doen? De groot-europese ontwikkelingsbank staat wel erg ver af van de dagelijkse praktijk in steden en dorpen. Provinciale "herstelbanken' naar het dynamische voorbeeld van de Nederlandse Herstelbank in de naoorlogse tijd, zijn nodig voor de financiering van het herstel, de verbetering van de infrastructuur en de opbouw van de bedrijven. Lang en gedurfd krediet is daarbij nodig. Garanties bij wijze van Marshallhulp, om de banken voor te grote verliezen te behoeden. Het merendeel van het financieringspotentieel kan worden aangetrokken via de uitgifte op grote schaal van "herstelbrieven'; obligaties zonder rente, uit te geven in het Westen vooral onder particulieren. Gederfde rente - te stellen op 10 procent inclusief riciso-element - kan voor deze particulieren worden beschouwd als een fiscaal aftrekbare gift. Stel de looptijd op 20 jaar en plaats de hoofdsom in Ecu's.

De herstelbanken werken nauw samen met het gewone bankwezen en met het verzekeringswezen. Het gaat om aanvullende functies en niet om concurrentie. Zet op deze wijze met steun van het Westen een financieringspotentieel op de been in de directe nabijheid van het bedrijfsleven en beleidsmakers in de provincies van de landen in het Oosten. Daarnaast zal steun voor opleidingen moeten doorgaan.