O-Europa moet ook zichzelf redden

De groep van zeven grote industrielanden (G7) heeft nu wel overeenstemming bereikt over een hulpplan voor Rusland, van 24 miljard dollar, maar dat doet niets af aan een van de grootste obstakels voor Westerse investeringen in dat land. Westerse banken en staten kunnen wel bereid zijn kredieten te verschaffen, maar ze slagen er veelal niet in om wederpartijen te vinden die ook een deugdelijk bestedingsplan hebben. Het zelfde probleem geldt voor alle landen in Oost-Europa.

In Polen werden na 1989 de oude managers ontslagen en vervangen door vertrouwde leden van Solidariteit. Maar nu beseft men dat negentig procent van hen wel politiek betrouwbaar is, maar ongeschikt voor het leiden van bedrijven en vervangen moet worden.

Waar haalt men bekwame mensen vandaan? En als men die heeft, hoe achterhalen zij wat hun specifieke markt vraagt? Er zijn geen betrouwbare statistieken, zodat markt-onderzoek slechts via enquêtes kan gebeuren. En áls er dan een acceptabele opzet wordt gevonden voor rendabele produktie, en áls overbodige werkkrachten kunnen worden ontslagen, ook dan hangt financiering nog af van te verkrijgen zekerheden.

Bijvoorbeeld over eigendomsrechten. Die staan veelal niet vast zodat over "eigendom' niet juridisch-geldig kan worden beschikt. Warschau heeft bijvoorbeeld geen kadaster en ook Gdansk niet. Daar is het in 1945 voor de Russen verborgen en nooit meer teruggevonden.

Peter Michielsen schreef (in NRC Handelsblad van 30 maart) over de wanhoop en verbittering in Oost-Europa. Wat Polen betreft, zolang daar de eigendomsrechten niet vaststaan of de staat daarover geen regeling treft, kan niet aan koop, verkoop of hypotheek gedacht worden. Men heeft er wel het oude handelsrecht per wet hersteld, maar dit is het oude Duitse wetboek uit 1934, waarvan de kennis en jurisprudentie zijn verdwenen.

Stabiele eigendomsrechten moeten nog worden ingevoerd of hersteld. Zolang de Oosteuropese landen er niet zèlf in slagen om de goederen en diensten te produceren waar vraag naar is, ontstaat er geen economisch draagvlak om leningen uit het buitenland aan te gaan en aflossingen af te spreken.

Het belangrijkste probleem lijkt het opstellen van prioriteiten in de betreffende landen en tussen landen onderling. Een grote mate van "self help' zal nodig blijven. Zowel politici als commerciële instanties stuiten steeds op oude, collectivistische denkwijzen en normen waar nauwelijks doorheen valt te komen, omdat men zich daar zelf niet van bewust is.

Men spreekt er over "markt', "privé-initiatief', "winststreven' en "kapitalisme' zonder zich daar een beeld van te kunnen vormen, samenhangen te zien en ernaar te handelen. De onbewuste hang naar "de staat', "de overheid', met de daarbij horende afwachtende houding, is nog lang niet verdwenen.

Geen wonder dat professor Hayek, die dezer dagen zo lovend werd herdacht, in 1945 van mening was dat het wel makkelijk kon zijn om het spontane leerproces te vernietigen dat de onontbeerlijke basis is van een vrijwillige en individualistische beschaving, maar dat het boven onze krachten gaat een dergelijke samenleving opnieuw op te richten als deze grondslagen eenmaal vernietigd zijn.

Dreigende taal over "volksopstanden' helpt niet: de mensen daar zijn niet dom en zien goed in dat ook hun overheid bergen werk moet verzetten voor zoiets als verbetering kan ontstaan. Dat daartoe een deugdelijk en aansprekend plan moet bestaan is duidelijk. Als het Westen hierop positief en royaal met hulp en mankracht reageert, kan veel extremistisch kwaad worden voorkomen. Maar er moet wel een economisch deugdelijke aanpak van binnenuit zijn. Anders zal het blijven bij noodhulp met voedselpakketten en komt het economisch herstel in de voormalige communistische landen niet van de grond.