New-Yorkse media ontgroenen Bill Clinton

NEW YORK, 4 APRIL. Gouverneur Clinton en de drugshandelaar, Wild Bill, Luv Guv. Een greep uit de koppen van de sensatiebladen New York Post en New York Daily News over gouverneur Bill Clinton, de koploper in de voorverkiezingen voor de Democratische presidentskandidatuur. Zijn vrouw Hillary kreeg de etiketten, "oplichtster' en "radicale feministe' opgeplakt.

New York heeft de Clintons volgens lokaal gebruik ontgroend. Journalisten bezigen er de taal van taxi-chauffeurs. De koppen van de sensatiebladen bevatten vaak beledigende woordspelingen. Maar nadat Slick Willy (gladjanus) wekenlang bittere aanvallen te verduren had gekregen, heerst er sinds kort een wapenstilstand. Zelfs de hem vijandige New York Post kwam gisteren over de brug. “Het pleit sterk voor de kracht van Clintons persoonlijkheid dat hij de nog nooit vertoonde aanvallen van de pers over persoonlijke kwesties heeft overleefd”, schreef de Post over het resultaat van de eigen koppenguerrilla. Clinton reageerde verbaasd.

Komende dinsdag moeten New-Yorkse Democraten hun keuze maken tussen Bill Clinton en de voormalige gouverneur van Californië, Jerry Brown. De aanbeveling van de New York Post is belangrijk omdat deze krant met haar verfijnde populistische neus grote invloed heeft op de New-Yorkse televisiestations. Clinton heeft al steun van een belangrijk joods blad en van de zwarte krant Amsterdam News. Brown heeft tot nog toe alleen de steun van het progressieve weekblad Village Voice.

Door de meevallers van de afgelopen twee dagen lijkt Clinton ook meer ontspannen. Na tijden van onzekerheid lijkt hij aan de winnende hand, al hebben veel kiezers nog geen besluit genomen op wie ze gaan stemmen. Clinton voer eerst uit tegen de “snotneuzige opmerkingen” over zijn karakter maar sinds een paar dagen verwenst hij de New-Yorkse pers niet meer. Hij ziet er plotseling de humor van in.

Bij een bekende talk show van de ruige Don Imus stak Clinton de draak met zijn eigen bijnaam Slick Willy. Toen Imus aan Clinton vroeg, wat hij ervan zou vinden, als de dikke actrice Roseanne Barr haar bedavonturen met hem openbaar zou maken, was de reactie enthousiast: “Ik zou een proces tegen haar aanspannen voor alimentatie. Ze heeft de best lopende televisieshow in Amerika, dus dan zou ik meteen de rest van mijn campagne kunnen financieren.” Imus stelde de humor op prijs. “Als hij niet grappig was geweest, had ik hem afgemaakt”, sprak hij dreigend. Het is illustratief voor het weinig inhoudelijke karakter van het mediadebat in New York.

Donderdag sprak Clinton een menigte toe op Wall Street. In plaats van zijn gehoor te behagen viel hij op New-Yorkse manier de financiers direct aan, die hun inkomens bij een stagnerende economie alleen maar zagen groeien. Zijn toespraak over buitenlands beleid, afgelopen woensdag, verleende hem presidentieel aanzien ondanks het feit dat kiezers zich hoofdzakelijk bezig houden met binnenlandse zorgen.

Jerry Brown is gestruikeld over de New-Yorkse grondregel voor politici om zich niet te sterk met een van de onderling hevig rivaliserende etnische groepen te associëren. Dat wekt meteen achterdocht van andere groepen. Tijdens een campagnebijeenkomst in Brooklyn kondigde hij aan dat hij de zwarte politicus Jesse Jackson zou benoemen tot vice-president. Dat werd niet op prijs gesteld door joodse organisaties. Jackson heeft vroeger wel met losse opmerkingen ingespeeld op het latente anti-semitisme onder sommige zwarten in New York en de joodse kiezers zijn dat niet vergeten. Joden vormen ongeveer een derde van het electoraat in de Democratische voorverkiezingen.

Tijdens een toespraak voor een joodse groep in New York werd Brown ruw onderbroken door een gemeenteraadslid. “U weet dat u zich diskwalificeert in de joodse gemeenschap door de aanbeveling van Jesse Jackson”, zei hij. “U beledigt de joodse gemeenschap.” Dergelijke incidenten, 's avonds groot opgeblazen op het televisienieuws, doen een kandidaat veel schade. Ze kunnen net een balans van winst in verlies doen omslaan.

President Carter verloor de voorverkiezingen in New York in 1980 tegen senator Edward Kennedy toen de toenmalige burgemeester Ed Koch diens Israel-beleid aan de kaak stelde. In 1984 verloor Jackson New York na een voor joden beledigende opmerking. En in 1988 kreeg hij alleen de stad New York door de steun van Latijns-Amerikanen en zwarten maar de voorsteden verloor hij.

De prikkelbaarheid van de New-Yorkse kiezers heeft te maken met de zuidelijke achtergrond van Clinton. Zijn zachte, trekkende, zuidelijke spreekstijl sloeg niet aan in het directe New York. Carter had in 1976 het zelfde probleem, toen hij New York verloor. De opstandigheid van de kiezers heeft ook te maken met het feit dat Clinton buiten hun om al tot winnaar is uitgeroepen door zijn enorme voorsprong bij eerdere voorverkiezingen in het Zuiden en in het Midden Westen.

Slechts een enorm lijk in de kast zou Clinton nog van de Democratische presidentskandidatuur af kunnen houden. Alleen Brown, die grote achterstand heeft, is nog overgebleven als alternatief en hij weet de kiezers met zijn campagne van "Wij, het volk nemen Amerika weer terug van gecorrumpeerde politici' wel enthousiast te maken. Zijn boodschap over kandidaten die hun campagnegeld van pressiegroepen en zakenlieden ontvangen, slaat aan in een tijd dat iedereen bitter is over politiek. Toch heeft Brown een weinig coherent programma en dat begint nu tot de kiezers door te dringen. En ook Brown was destijds een echte politieke insider in Californië en een ervaren werver van campagnefondsen.

Clinton werd afgelopen weken geconfronteerd met onthullingen over kleine affaires gedurende zijn bewind als gouverneur in Arkansas. Als hij over inhoudelijke zaken wilde praten, vroegen journalisten hem alleen over zijn vermeende pekelzonden. Het begon met de onthullingen van zijn "voormalige minnares'. Kort daarop kwam naar buiten dat hij de militaire dienst in Vietnam ontliep.

Later streken hele onderzoeksteams van de media in die deelstaat neer. De ingewikkelde, zeer gedetailleerde voorpaginaverhalen brachten weinig echte schandalen aan het licht maar lieten wel, versterkt door meer simplistisch televisienieuws, de geur van schandaal achter. Zo werkte de grote advokatenfirma van Clintons vrouw ook voor het deelstaatbestuur van Arkansas maar Clintons vrouw distantieerde zich van dergelijke zaken en deelde niet in de winst. Brown dikte het nog eens flink aan met “hij stortte al het overheidsgeld bij het advokatenkantoor van zijn vrouw”. In feite gaat het slechts om 4.500 dollar. Toen Brown de dubieuze aspecten aan zijn eigen verleden in de kranten en op de televisie zag uitgemeten, hield hij op met de persoonlijke aanvallen.

Afgelopen weekeinde erkende Clinton voor het eerst dat hij tijdens zijn studie in Oxford een paar keer marihuana had gerookt maar hij had “niet geïnhaleerd” en hij had er ook geen plezier aan beleefd, voegde hij er schijnheilig aan toe. Om die toevoeging werd hij overal uitgelachen, tot bij de Oscar-uitreikingen toe. “Ga nou gauw”, zei de komiek Billy Crystal afgelopen maandagnacht in Hollywood. Typerend was ook het gedraai en gemanoeuvreer rond de marihuanavraag. Eerder had hij altijd geantwoord dat hij geen “Amerikaanse wetten” had geschonden. Hij rookte toch in Oxford!

Toch heeft Clinton tot nog toe een uitzonderlijke gave voor campagnes laten zien en die is hard nodig om het dit najaar te kunnen opnemen tegen de verkiezingswals van president Bush.

Foto: De Democratische presidentskandidaat Bill Clinton zwaait enthousiast naar fotografen na een verkiezingsbijeenkomst in New York. Dinsdag worden hier voorverkiezingen gehouden. Deze zullen het uur van de waarheid betekenen voor Clinton en zijn rivaal Jerry Brown. (Foto AP)