""Meneer Verdamme,'' zei de koningin en ik ...

""Meneer Verdamme,'' zei de koningin en ik huiverde, want dit klonk als de aanhef van een troonrede, nooit eerder was mijn naam zo kundig, zo zuiver, zo volstrekt zonder bijbedoelingen uitgesproken.

We troffen elkaar achter het paleis in een soort prieel van blauwbloeiende rododendrons. Daar zat ze in een tuinstoel met blauwe kussens een boek te lezen. Ze stak een papiertje tussen de bladzijden en kwam blij verrast overeind om ons te verwelkomen. Ik voelde me meteen op mijn gemak. Deze vrouw was te vertrouwen, zij had het niet nodig mijn roem als stijgbeugel te gebruiken.

Toen we ons installeerden, keek ze omhoog naar de blauwe hemel. Ze dacht dat ik misschien liever in de schaduw wilde zitten en gaf al een teken aan een lakei, maar ik zei: ""Doet U geen moeite, ik hou wel van zon.'' Bovendien, als ik verplaatst moest worden, dan was Wanda er altijd nog.

Wanda had een stijfgesteven schortje voorgedaan. Ze keek van mij naar de koningin en van de koningin weer naar mij. De dag van haar leven.

De koningin begon vragen te stellen.

De koningin stelde vragen die geen mens haar had kunnen verbeteren. Haar benadering van de werkelijkheid was buitengewoon subtiel, zowel fijngevoelig als doortastend. Ik moest alles op alles zetten om in haar spoor te blijven.

Onvermijdelijk kwamen we ook over de commerciële kanten van mijn bestaan te spreken. Ik gaf een opsomming van mijn sponsors en wees op mijn kleding de bijbehorende logo's aan. Ik tilde mijn plaid op om mijn schoeisel te tonen: mijn machteloze voeten staken in sportschoenen van een zeer groot merk.

""Terwijl ik in een wagentje zit,'' zei ik.

De koningin knikte.

""Dat verbaast me nog het meest,'' zei ik. ""Er zijn firma's bij waarvan je zou denken dat ze alleen maar geassocieerd willen worden met gezondheid en kracht.''

""Terwijl je altijd hoort,'' zei ik, ""dat die reclamejongens precies weten wat ze willen.''

""Dat ze precies weten wat er onder het volk leeft,'' zei ik.

De koningin knikte en ik kreeg de indruk dat ze iets wilde terugzeggen.

""Dit volk, meneer Verdamme,'' zei ze, ""wil niets liever dan zich de dood van het lijf houden; het wil met de dood niets van doen hebben.''

""Maar dit gáát over de dood,'' wierp ik tegen.

""Maar u bént niet dood,'' zei de koningin eenvoudig.

Ondertussen dronken we thee. De koningin schonk in en presenteerde kaneelbeschuitjes. Ze nam er zelf ook een. Ze merkte niet dat er een kruimel van haar lip viel. Hij rolde over haar blauwe japon en bleef steken op haar borst, niet groter dan een speldeknop maar erg opvallend. Ik zag het, Wanda zag het ook en even keken we elkaar aan. Deze blik van verstandhouding ontroerde me in feite nog meer dan dat kruimeltje op zichzelf. Ik dacht: we hebben al heel wat doorstaan samen.

""En nu staat u op het punt naar het buitenland te gaan,'' hernam de koningin.

""Ik ben bang dat er niets anders opzit,'' zei ik. ""Hier krijg ik geen rust meer.''

""Dat gevoel ken ik.''

""Dat neem ik direct van U aan.''

""Welk buitenland, als ik vragen mag?''

""Zwitserland,'' zei ik. ""Italië misschien.''

""Italië is erg duur geworden,'' zei de koningin. ""Als ik u was, zou ik eerder aan Portugal denken.''

Toen kwam er een lakei met een briefje. De koningin stond op, streek haar rok glad en zei: ""Er staan een paar fotografen op de stoep. U hebt er geen bezwaar tegen met mij op de foto te gaan?'' Met een allerliefste glimlach.

wordt vervolgd