Meer zeggenschap noodzaak voor grote beleggers

AMSTERDAM, 4 APRIL. De Nederlandse belegger roert zich. Was de kleine particulier al enkele jaren hoorbaar, nu laten ook grote aandeelhouders zich gelden. Gisteren werd bekend dat vijftien institutionele beleggers een gedragscode hebben opgesteld, die hun zeggenschap bij zwaar beschermde Nederlandse beursfondsen beoogt te vergroten.

Als spreekbuis fungeert de Vereniging voor Effectenbezitters. De VEB, die begin jaren tachtig furore maakte als een belangenclub voor particuliere aandeelhouders, heeft zich steeds meer ontwikkeld tot pleitbezorger voor institutionele beleggers (verzekeraars, pensioenfondsen, beleggingsfondsen). Tijdens acties van de VEB in 1991, bij de vorming van Internationale Nederlanden Groep (ING) en bij Nedlloyd, werd al een aanzienlijk deel van de hoge advertentiekosten gedragen door de grote aandeelhouders.

Eén belangrijke redenen voor het assertieve gedrag van de pensioenfondsen is dat zij hun rendement moeten opvoeren om op langere termijn aan hun pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Dat houdt verband met de trend tot individualisering van de oudedagsvoorziening. Als toetreding tot een pensioenfonds niet meer verplicht is, en dat mag in de toekomst niet worden uitgesloten, kunnen mensen zelf kiezen waar ze het geld voor hun oude dag stallen. De strijd tussen vermogensbeheerders om hun gunsten zal dan fel oplaaien en de hoogte van het beleggingsresultaat wordt doorslaggevend.

Van oudsher belegden Nederlandse instituten weinig in aandelen. De naoorlogse inflatie was relatief laag. Pensioenfondsen staken hun geld voornamelijk in staatsleningen, met een rente boven het inflatiepeil. Beleggen in aandelen was vooral "gerommel in de marge'.

Maar in hun jacht naar een hoger resultaat voeren de instituten hun beleggingen in aandelen op. Historisch gezien leveren aandelen een hoger rendement. De instituten beleggen nu gemiddeld voor 15 tot 30 procent in aandelen en dat percentage zal naar verwachting toenemen.

De assertiviteit van de grote beleggers moet worden gezien in het licht van de zich al jaren voortslepende discussie over beschermingsconstructies. Het gaat daarbij om preferente aandelen, prioriteitsstichtingen, al dan niet royeerbare certificaten, stemrechtbeperkingen, poison pills, crown jewel lock ups of andere varianten waarop creatieve juristen hun talenten hebben losgelaten.

De voorstanders ervan menen dat een door agressieve overnemers en koopjesjagers opgejaagd bestuur alleen zal streven naar rendement op korte termijn. En dat is niet in het belang van de aandeelhouders. Ook circuleert het knus-Hollandse argument dat ieder bedrijf recht heeft op zijn eigen "levenssfeer'.

Tegenstanders, gesteund door een richtlijn van de Europese Commissie, menen dat beschermingsconstructies voornamelijk de zittende bestuurders beschermen. Gevolg is een luie directie, die de drang mist een hoog rendement te behalen. Als bestuurders kritischer zouden worden gevolgd door de aandeelhouders, dan zou de beurskoers omhoog gaan.

Via hun gedragscode menen de pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen zich beter te kunnen profileren als mondige belegger. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk spelen de institutionele beleggers al veel langer deze rol.

Dat is niet zonder reden. Een kleine belegger die ontevreden is over de onderneming waarin hij aandelen houdt, kan zonder veel problemen zijn stukken verkopen. Instituten kunnen zich dat minder goed permitteren; als zij hun pakketten verkopen kan dit de koers zo sterk drukken dat het tot grote verliezen leidt. Goedkoper is dan de aandelen te behouden en via de daaraan verbonden zeggenschap de betrokken onderneming tot betere resultaten aan te zetten.

Eerst werd op typisch Nederlandse wijze - in overleg tussen beurs en effecten uitgevende ondernemingen - geprobeerd de beschermingsconstructies te verminderen. Die pogingen zijn deze week vast gelopen. Nu is het aan het ministerie van Financiën om de constructies door middel van wetgeving terug te dringen. Totdat het zover is zal de gedragscode de grote beleggers aan hun begeerde zeggenschap moeten helpen.