Limburg vreest economische catastrofe

MAASTRICHT, 4 APRIL. E. Mastenbroek, commissaris van de koningin in Limburg, was weer terug in het torentje aan het Binnenhof. Bijna twee jaar nadat Lubbers hem bij zich had geroepen om de Limburgse "onderkoningskwestie' te helpen oplossen, was het nu zijn beurt de minister-president te hulp te roepen.

Diverse bezuinigingsmaatregelen, die verschillende ministers los van elkaar hebben genomen, hebben bij elkaar opgeteld een catastrofale uitwerking op de nauwelijks herstelde Limburgse economie, waarschuwde Mastenbroek: “Ik heb een beroep gedaan op de minister-president om de regie in handen te houden. Nu er zo ongecoördineerd posten worden geschrapt, dreigt Limburg onevenredig zwaar te worden getroffen. We hebben vijftien jaar gewerkt om de infrastructuur weer in orde te krijgen en juist nu die operatie geslaagd lijkt, dreigen er weer twaalfduizend arbeidsplaatsen verloren te gaan. Als dat gebeurt, zitten we opnieuw in een achterstandsituatie.”

Mastenbroek baseert zijn rekensom op de bezuinigingen die zowel de regering als het Limburgse bedrijfsleven de afgelopen maanden heeft aangekondigd: “Een groot deel van de werkgelegenheid die met de Perspectieven Nota Limburg (PNL) is geschapen, staat weer op de tocht. Nu moeten er weer 650 PNL-plaatsen verdwijnen in de welzijnssector, die plotseling door WVC werden geschrapt.”

Ook andere ministeries hebben gesnoeid in Limburg. Landbouw bijvoorbeeld sloot de draf- en renbaan in Schaesbergen. De diensten AID en VIB van het minsiterie dreigden te verdwijnen. Omdat Binnenlandse Zaken het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) heeft geprivatiseerd, verdwijnen daar 800 arbeidsplaatsen. En als klap op de vuurpijl wil staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) de verdeelsleutel voor de zogenoemde WSW-gelden aanpassen, waardoor in Limburg vijfduizend plaatsen in de sociale werkvoorziening zouden vervallen. “Als er gepiept moet worden, willen we best meepiepen maar dan evenveel als alle anderen en niet omdat hier toevallig wat gemakkelijke posten zijn te schrappen.”

Om de rekensom compleet te maken, wijst Mastenbroek op de problemen in het bedrijfsleven: DSM stoot 1500 plaatsen af, terwijl enkele kilometers verderop Nedcar ten koste van tweeduizend arbeidsplaatsen de Volvo-produktie moet rationaliseren volgens de normen van partner Mitsubishi. Mastenbroek geeft toe dat het daarbij gaat om processen waar de regering niet veel invloed op heeft, maar wel om bedrijven waar de overheid als aandeelhouder bij betrokken is. “In het verleden heeft de overheid juist bij Volvo en DSM laten zien hoe belangrijk het is dat zij nog enige hulp biedt als zij zich terugtrekt. Ik vind het een kwestie van bestuurlijk fatsoen dat je ook eerst naar het ABP stapt om te overleggen hoe je de gevolgen van de verzelfstandiging kunt opvangen voordat je daartoe besluit.”

Het bestuurlijke fatsoen is volgens de Limburgse commissaris duidelijk overschreden toen minister d'Ancona eind vorig jaar 650 PNL-plaatsen van haar begroting schrapte: “We hadden twee jaar eerder met haar voorganger een overeenkomst gesloten om die plaatsen te behouden maar daar wilde zij niets meer van weten. Met een pennestreek werd die post doorgehaald. Later hebben we met veel moeite een afkoopsom gekregen om de wachtgelden drie jaar lang te betalen, terwijl vier jaar normaal is.”

Bij de WSW-plannen van staatssecretaris Ter Veld moet volgens Mastenbroek iets anders aan de hand zijn dan een gebrek aan fatsoen: “Kennelijk speelt onwetendheid hier een grote rol. Ter Veld weet niet dat hier twee keer zoveel mensen van de sociale werkvoorziening leven als in andere provincies, anders nam ze zo'n maatregel toch niet?”

Zeker bij die laatste maatregel zal de provincie zich niet neerleggen, zegt Mastenbroek. Dat klinkt alsof hij de stormram van zijn voorganger Kremers weer te voorschijn zal halen, maar voorlopig wil hij zich beperken tot overleg met politici. Hoe boos hij ook is, de commissaris zal op 28 april zeker zijn provincie vertegenwoordigen bij de opening van het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer: “Ik ben blij dat de Kamerleden zelf hebben geconstateerd dat zij zich minder als technocraten en meer als volksvertegenwoordigers moeten gedragen met een goed functionerende antenne voor wat er buiten de Kamer gebeurt. Ik wil graag zien of hun antennes wél goed werken.”

Lubbers heeft in ieder geval gewillig geluisterd naar de boze commissaris toen deze kwam vertellen wat hem dwars zat. Mastenbroek rekent erop dat Lubbers zijn ministers wijst op de onevenredige consequenties van hun bezuinigingen voor één provincie: “Ik heb er vertrouwen in dat hij zich van zijn verantwoordelijkheid bewust is. Het kan toch niet dat we via papieren decreten worden geregeerd?”