Kamerleden op Nationaal Kunstdebat: Geen geld voor kunst van regio naar Randstad

ARNHEM, 4 APRIL. Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat er geen geld voor het kunstbeleid van de regio mag worden overgeheveld naar de Randstad. Dat bleek gisteren in Arnhem op het Nationaal Kunstdebat "Gelijkvaardig, gelijkwaardig' dat was gewijd aan de tegenstelling tussen het kunstaanbod en -beleid in de Randstad en daarbuiten. Bestuurders van grote steden, kunstmanagers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven debatteerden er over het Kunstenplan 1993-97 waarvoor de Raad voor de Kunst eind februari een advies heeft ingediend.

De aanwezige fractiespecialisten van PvdA, CDA en D66 vonden, in tegenstelling tot het advies, dat middelen die aan kunstinstellingen in de regio worden onttrokken, ook in die regio moeten blijven en andere kunstdoelen ten goede moeten komen. Dr. J.C. Terlouw, commissaris van de Koningin in Gelderland, toonde zich na afloop van het debat bijzonder tevreden over het resultaat. “Wij moeten nog afwachten wat minister d'Ancona doet, maar ik denk dat er wat gaat schuiven. Onze actie zal daar zeker toe hebben bijgedragen”, aldus Terlouw. Hij diende al in januari namens negen niet-randstedelijke provincies een protestbrief in tegen het ontwerp-kunstenplan van d'Ancona. Daarin stelde zij voor 9 tot 16 miljoen weg te halen bij regionale orkest- en operavoorzieningen. De Raad voor de Kunst wilde zover niet gaan en stelde in zijn advies een verschuiving van vier miljoen voor. Daarbij zouden het Limburgs Symphonieorkest in Maastricht en het opera- en concertbedrijf Forum in Enschede worden opgeheven. De PvdA'er G.A.Q. Niessen noemde de passage over de orkesten en de opera “het zwakste punt in het advies.” De minister zal begin mei haar definitieve kunstenplan naar de Kamer sturen, die daar nog voor de zomer over zal beslissen.

VVD-fractieleider drs. F. Bolkestein hield een pleidooi om geld weg te halen bij de omroeporkesten om in het noorden, oosten en zuiden van het land de infrastructuur op de belangrijkste terreinen van kunst en cultuur te verbeteren. Zijn voorstel werd door de andere partijen echter van de hand gewezen. “Omroepgelden kunnen alleen voor omroepdoeleinden worden gebruikt. In de nieuwe Mediawet is de mogelijkheid die gelden anders aan te wenden afgegrendeld”, zei CDA-woordvoerder drs. M. Beinema.

De Kamerleden vonden wel dat er in de toekomst meer geld voor de kunstbeoefening in Nederland moet komen, maar niet meer in deze regeerperiode. Bij een nieuw regeerakkoord zijn de partijen, inclusief D66, bereid te pleiten voor een verhoging van het budget (bijna 400 miljoen) met 40 miljoen gulden, die volgens de Raad voor de Kunst nodig zijn voor een goed kunstbeleid.

Beinema noemde als grootste verdienste van de commotie die het advies heeft veroorzaakt dat gemeentelijke en provinciale bestuurders tot het besef zijn gekomen “dat ze nog meer van kunst hielden dan ze al dachten”. De PvdA'er Niessen zei het buitengewoon verheugend te vinden dat de bestuurders in de buitengewesten zo'n grote prioriteit aan het cultuuraanbod hechten, maar zij zouden er volgens hem ook financieel aan moeten bijdragen.

Een veel gehoorde klacht vanuit de regio was, dat door het ontbreken van voldoende financiële middelen het kunstaanbod daar wel achter moet blijven bij dat van de Randstad. Kunstenaars zijn huiverig te verkassen naar de provincie. Drs. A.C.C. Witteman, artistiek leidster van het Theater van het Oosten wees erop dat in de regio wel degelijk kunst van hoge kwaliteit kan ontstaan. Maar door gebrek aan een bredere culturele voedingsbodem, die weer is ontstaan door het gebrek aan geld, is het volgens haar onmogelijk topkunst te laten beklijven. “In de jaren vijftig en zestig was Arnhem een bruisende toneelstad. Dat is door bezuinigingen afgekalfd en nu weigeren acteurs in Arnhem te komen wonen. Ze komen met de bus uit Amsterdam en gaan 's avonds weer terug. Je zou het klimaat van toen weer op peil moeten brengen.”

Bolkestein pleitte ook voor meer aandacht voor de kleinere, gespecialiseerde ensembles. Door hun gedrevenheid en flexibiliteit zijn zij volgens hem bij uitstek geschikt om ook in de regio op te treden voor een select publiek van kenners. Door de ontwikkeling van video en cd kan het publiek thuis kennis nemen van topkwaliteit en is het alleen nog bereid naar voorstellingen te gaan als daar dezelfde kwaliteit wordt geboden. aldus Bolkestein.