Het conflict Moldavië; Een ordinaire oorlog uit de vorige eeuw

De oorlog in Moldavië begint te escaleren. De noodtoestand is afgekondigd. Na een maand afwachten zijn de officiële regeringstroepen uit Chisinau aan een militair offensief begonnen tegen de afgescheiden Dnjestr-republiek op de linkeroever van deze rivier. De "separatisten' uit Tiraspol slaan even hard terug. Met een avondklok en kogels.

Het conflict wordt door beide partijen ter linker- en rechterzijde in de oorlog met graagte als een louter "politiek conflict' gezien, als een strijd tussen "democratie en fascistisch communisme' (Moldavië) respectievelijk "democratie en Roemeens fascisme' (Dnjestr-republiek). Maar eigenlijk gaat het om een historische klassieker, om een oorlog uit de negentiende eeuw. Taal, militaire geopolitiek, economische belangen en culturele ambities: het verschuilt zich allemaal in de loopgraven. De buurlanden roeren ondertussen heimelijk in het potje.

Van het front in Cosnita geen nieuws. Het grootste deel van de dag hangen de mannen er wat doelloos in de loopgraven rond. Als de fourageringsjeep gearriveerd is, komen ze de prut uit om de aardappel/rundvlees-soep op te lepelen die vrouwelijke vrijwilligers er dagelijks vanuit de laadbak serveren. Hun automatische wapens in de hand alsof het klapperpistooltjes zijn. De meest uiteenlopende uniformen, de raarste mutsen op hun hoofd, soms wel twee helmen tegelijk op één kruin. En uiteraard totaal onder de modder, zeker de jongens die hier al twee of zelfs drie etmalen hebben moeten liggen omdat er te weinig maten zijn om hen af te lossen.

Geroutineerd eten ze hun zinken bordje leeg. Een kilometer verderop wordt gevochten. Na vier weken frontdienst kunnen ze het geluid daar tussen de ooftbomen onmiddellijk determineren. Daar knallen "hun' kogels, hier fluiten de "onze'. Dat is belangrijk om te weten. Want als het donker wordt, is het elke keer raak. Over en weer worden dan vanaf de provisorisch opgekalefaterde pantservoertuigen granaten van 14,5 millimeter uit oude stalin-orgels afgeschoten, ondersteund door vuur van automatische wapens uit de loopgraven of "sluipschutters' die de tegenstander via omtrekkende bewegingen in de tang proberen te nemen. Er gaat geen nacht voorbij zonder strijd.

Cosnita is een van de drie frontlinies in de oorlog tussen de democratische republiek Moldavië van president Mircea Snegur en de afgescheiden Moldavische Transdnjestr Republiek (PMR) die formeel onder leiding staat van president Igor Smirnov, een Rus die in 1990 uit de communistische partij is gezet omdat hij volgens de toenmalige leiding ""etnische tegenstellingen aanwakkerde''. Cosnita ligt op de linkeroever, wordt dus door de PMR geclaimd maar is bijna volledig Moldavisch en nog steeds in handen van de troepen van Snegur.

De andere fronten liggen bij de brug naar Dubasari, twintig kilometer noordelijker op de linkeroever, en bij de grensplaats Bendery (Bender), een stadje aan de Moldavische zijde dat de toegangspoort is tot Smirnovs hoofdstad Tiraspol. Net als in Cosnita zijn de Moldaviërs ook bij Dubasari in het defensief. Achter de dijk hebben de politietroepen, aangevuld met vrijwilligers van het Volksfront, hun bussen en ambulances staan. Bij de oprit naar de brug zijn schuttersputten gebouwd. Met verrekijkers houden ze de overkant in de gaten en lossen ze zo nu en dan een schot als gevaar dreigt. Vanuit Dubasari worden ze op gezette tijden geïntimideerd door de nationale gardisten van Smirnov, gesteund door vechtlustige Kozakken die uit heel Rusland naar Moldavië komen om de "Russische grond' te verdedigen. Nu eens is luide muziek hun wapen, dan weer wordt er geschoten.

Rond Bendery is het omgekeerd. Aan de ene kant van de rivier hangt de groen-rode vlag (met hamer en sikkel) van de PMR in top. Tweehonderd meter westelijk heeft de andere kant op een betonnen wegversperring gekalkt: ""De PMR is geen staat en een kozak is geen mens'', opgesierd met de Moldavische driekleur die op de adelaar na identiek is aan de Roemeense. Dat lijken heldere bakens, maar het zijn slechts symbolen. Bendery is namelijk niemandsland. De Moldaviërs zijn er niet de baas omdat de bevolking merendeels Russisch is, de "republikeinse gardisten' van Smirnov hebben er geen greep op omdat de plaats aan de verkeerde kant van de rivier ligt. Bendery is de plek waar sinds deze week in de straten man-tegen-man gevochten wordt. Met de dag heftiger bovendien. Niemand heeft ze tot nu toe kunnen stoppen.

In de frontlinies is de ambiance identiek. Het gaat hier niet om een moderne oorlog à la Desert Storm, maar om doodordinaire 19de-eeuwse smerige oorlog. De sfeer is er zoals Erich Maria Remarque reeds in zijn Im Westen nichts Neues heeft uiteengezet: ""Gisteren zijn we afgelost. We hebben nu de magen vol witte bonen met rundvlees, zijn satt en tevreden''. Of roept het toch meer herinneringen op aan George Orwells Hommage to Catalonia, die na terugkeer uit de Spaanse burgeroorlog hilarisch beschrijft hoe de republikeinen bij gebrek aan vuurkracht heel hard tegen elkaar gaan roepen: ""Geef de biefstuk eens door'', in de hoop zo de franquistische tegenstanders te kunnen demoraliseren. Terwijl ondertussen tientallen doden en gewonden vallen, net als nu langs de Dnjestr.

Historisch conflict

Het is niet alleen qua wapengekletter een oorlog uit een ander tijdperk. Ook anderszins is het een historisch conflict. Moldavië is een van die typische resultaten van de grote geopolitiek in de Balkan, die zijn hoogtepunt vond ten tijde van Metternich, en die daarna, ondanks de opkomst van de nationale staat, nimmer is verdwenen. Dit deel van Europa was een van die aantrekkelijke jachtgebieden van de grote mogendheden en is dat gebleven. Nog altijd lopen politieke, economische en sociaal-culturele belangen er daarom dwars door elkaar heen.

Deze belangen worden wederom door iedereen ongegeneerd ten eigen bate gebruikt. Van enige rationaliteit is steeds minder sprake. De staatkundige component bijvoorbeeld is een van die irrationaliteiten. In het Moldavië tot aan de Dnjestr hebben ze weliswaar altijd Roemeens gesproken, maar staatkundig is het gebied nooit onafhankelijk geweest. Tot de negentiende eeuw maakten de Bulgaren, Mongolen, Litouwers/Polen en Turken er de dienst uit. Toen het Ottomaanse rijk eind achttiende eeuw uiteen ging vallen, wisten de Russen zich via de Vrede van Koetsjoek Kainarji (1774) in het spel te wringen. Na de Napoleontische oorlogen mocht de tsaar het gebied tussen Proet en Dnjestr (dat wil zeggen, het huidige Moldavië plus de strook die deze republiek thans scheidt van de Zwarte Zee omdat het Oekraïens gebied is) zelfs formeel inlijven. De stichting van het koninkrijk Roemenië in 1878 (de Vrede van Berlijn) veranderde daar niets aan.

Pas met de Oktober-revolutie van 1917 kwam er een einde aan de Russische greep op Moldavië. De bolsjewieken hadden het te druk met de burgeroorlog in het centrum van het imperium en moesten Bessarabië daarom laten gaan, net als het Balticum en delen van Wit-Rusland. Moldavië kon zich daarom in december 1917 onafhankelijk verklaren, om zich vervolgens vier maanden later weer op te heffen en aan te sluiten bij Roemenië. Ongeveer twintig jaar lang mocht het nieuwe Groot-Roemenië zich achter de rug van met name Duitsland koesteren in deze nieuwe eenheid. De autonome socialistische Moldavische republiek, die in 1924 op de linkeroever van de Dnjestr werd gesticht, had vooral propagandistische betekenis en moest bovendien grotendeels gedragen worden door de Russen en Oekraïeners die er al woonden of er zich gingen vestigen. Totdat het Molotov/Ribbentrop-pact in augustus 1939 weer eens duidelijk maakte hoe de verhoudingen in dit gebied dienden te liggen: Stalin pikte Bessarabië en het noordelijk deel van Bukovina in. Het zuiden en noorden schonk hij terwille van de interne Sovjet-vrede aan de Oekraïne. In de rest stichtte hij in 1940 een Moldavische Sovjet-republiek. Na Hitlers aanval op de Sovjet-Unie waren de rollen even omgekeerd. Drie jaar lang was het de beurt aan de Duitsers en Roemenen om er huis te houden. Maar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden de grenzen van 1939 en dus van de negentiende eeuw wederom in ere hersteld. Roemenië had daarbij niets in de melk te brokkelen. Koning Mihai had tenslotte met de nazi's gecollaboreerd en bovendien was er ook nog zoiets als een akkoord-van-Jalta. Moskou ging Moldavië dus weer de-facto besturen. De partij had de macht, het Russisch werd de bestuurstaal en op de linkeroever begon een industrialisatieproces dat menig Russische en Oekraïense immigrant aantrok omdat de Moldavische economie nu eenmaal van oudsher slechts een agrarische volkshouding had gekend.

Totdat de mislukte staatsgreep van 19 augustus hier vorig jaar definitief een einde aan maakte. Onder druk van het nationalistische Volksfront, dat de laatste jaren steeds meer invloed had weten te verwerven in de lokale politiek (met als hoogtepunt het besluit om het Roemeens als eerste taal in te voeren) én het feit dat de Sovjet-Unie op sterven na dood was, riep Moldavië op 17 augustus zijn onafhankelijkheid uit. Buiten op straat stemde een "volksvergadering', een klassieke vorm van Moldavische agora-democratie, daar enthousiast mee in. Een referendum, zoals in de Baltische landen was gehouden, was daarom niet meer nodig, vond de officiële volksvertegenwoordiging.

Kortom, al die eeuwen heeft Moldavië het in afgeslankte vorm, dus zonder de Dnjestr-republiek, tot nu toe niet langer uitgehouden dan een krap jaar: vier maanden in 1918 en zevenenhalve maand nu. Binnen de huidige grenzen (dus met inbegrip van de linkeroever) die begin maart zijn erkend door de Verenigde Naties en de CVSE-conferentie in Helsinki heeft de Moldavische staat zelfs nooit en te nimmer bestaan.

Misdadigers en terroristen

In de loopgraven aan weerszijden van de rivier doet dat er allemaal niets meer toe. Zeker niet in het kantoor van het "christen-democratische' Volksfront, de radicale vleugel in de Moldavische politiek die gepassioneerd voor hereniging met Roemenië ijvert, al maanden pleit voor "aanvallen', en de talmende president Mircea Snegur derhalve een "misdadige' politiek jegens Smirnovs ""separatistische misdadigers en terroristen à la Goebbels'' verwijt. In het "kabinet' van vice-voorzitter Iurie Rosca hangt weliswaar pontificaal een kaart van het Roemenië uit 1929 aan de muur - dus zonder de linkeroever binnen de staatsgrenzen - maar slechts een kniesoor die daarop let. Want als Chisinau afstand zou doen van de Dnjestr-republiek, zou het zichzelf uitleveren aan de "chantage' van Rusland, is de redenering van Rosca. Nu kan Moldavië de Oekraïne en Rusland nog tegen elkaar uitspelen omdat Roemenië historisch-territoriale claims heeft op de Oekraïne (Zuid-Bessarabië aan de kust van de Zwarte Zee en Noord-Bukovina). Met die dreiging kunnen de Roemenen de "Russische imperalisten' op afstand houden. En bovendien, de Russen in Moldavië zelf en aan de overzijde van de grensrivier hebben niets te vrezen. Nee, ze hebben alleen maar iets te winnen bij één Roemeense staat. Gelijke rechten, zoals is vastgelegd in de grondwet, én democratie.

""In Rusland hebben ze immers geen ervaring met democratie, in Roemenië wel. Hier in Moldavië bestond voor de oorlog bijvoorbeeld een levende Russische en joodse cultuur'', aldus Rosca. Waarbij hij er liever niet aan wordt herinnerd dat Roemenië een flink deel van dat interbellum werd geregeerd door een autoritair-monarchistisch bewind, dat zich eind jaren dertig uit loyaliteit jegens Duitsland ook nog eens overgaf aan een orgie van anti-semitisme dat met name in het florerende joodse leven van Chisinau diepe wonden heeft geslagen.

De aanhang van Rosca en zijn twintigduizend leden tellende Volksfront is moeilijk te peilen. In het parlement heeft de organisatie slechts zeventig leden op een totaal aantal zetels van 380. De Russen die loyaal zijn aan president Mircea Snegur bagatelliseren de betekenis van het front derhalve. ""Ook al zegt het front dat het volk het allemaal nog niet begrijpt, ik denk dat de meerderheid van de Moldaviërs voor zelfstandigheid is'', aldus Viktor Rykov, de hoofdredacteur van de Russischtalige krant Molodjozj Moldovij (Jeugd van Moldavië). ""Maar misschien heeft het Volksfront wel gelijk. De politieke meningen van een volk kunnen immers snel veranderen.'' Zelf heeft hij nog niet veel van discriminatie van de Russen gemerkt - het feit dat zijn krant geen papier meer krijgt en dus nog maar één keer per week kan verschijnen, wijt hij liever aan objectieve factoren als markteconomie en prijsbeleid. De volledige politisering van het publieke leven is hem intussen niet ontgaan. ""Zelfs in de crèche van mijn kinderen hangt tegenwoordig de Roemeense driekleur, hoewel de vlag volgens mij toch alleen op regeringsgebouwen zou moeten wapperen.''

De behoedzaamheid waarmee Rykov zijn "centristische positie' uiteenzet, suggereert hoe dan ook lichte bezorgdheid over de koers die de politieke leiding in Chisinau wellicht kan gaan varen. Officieel is hereniging met Roemenië geen thema. President Snegur streeft slechts naar ""volledige economische, culturele en sociale integratie'' met Boekarest. Politieke integratie staat voor hem buiten de haakjes. In zijn gevolg spreekt de politieke top echter andere taal. Zoals parlementariër Petre Soltan, de voorzitter van de commissie onderwijs & wetenschappen die zelf op de linkeroever is geboren en getogen. ""Vanaf de negende eeuw hebben de Dacïers (het volk waarvan de Roemenen zich afstammelingen voelen) tussen de Dnjestr en de Boeg (een rivier tweehonderd kilometer oostelijker in het hart van de Oekraïne) hun nederzettingen gehad. Dat de Dnjestr van de Russen is, kan je dus ter discussie stellen'', is zijn argument. Zelfs parlementsvoorzitter Alexandru Mosanu windt er geen doekjes om, al gebruikt hij een doorzichtige truc om het formele regeringsbeleid niet te doorkruisen. ""Niemand kan zeggen wanneer er sprake kan zijn van politieke eenwording met Roemenië. De allerbelangrijkste voorwaarde is dat het volk tot de conclusie komt dat ze noodzakelijk is. Dat is een delicate kwestie. De bevolking is nu nog niet rijp voor zo'n stap. Want het volk is decennia lang opgegroeid met een door de Sovjet-Russen gecreëerd vijandbeeld jegens de Roemenen, met die totalitair-communistische conceptie dat Moldaviërs en Roemenen twee verschillende volkeren zouden zijn. Als politicus houd ik m'n mening over eenwording dus voor me. Maar als historicus zeg ik: ik weet zeker dat de toekomst van Moldavië zich niet buiten Roemenië zal afspelen. Dat is mijn ideaal''.

Rusland, tsaar en God

Uitlatingen die koren op de molen van de andere kant zijn. In Tiraspol, de hoofdstad van de Dnjestr-republiek, is de nakende "Roemenisering' nu dan ook zonder omwegen hét argument geworden. Hoewel de taalkwestie het formele argument was (geen onbelangrijk detail) leek de afscheidingsbeweging in september 1990 toch vooral te zijn begonnen als een banale poging van Igor Smirnov en zijn coalitie van getrouwe communisten annex fabrieksdirecteuren uit het Moskouse apparaat om hun Sovjet-macht te behouden. Daarop hamert Chisinau nog steeds als het vaststelt dat we in Moldavië louter en alleen met een "politiek conflict' te maken hebben.

Maar dankzij de snel om zich heen grijpende oorlogs-polarisatie, waaraan Smirnov c.s. met hun openlijke hulde aan de communistische geschiedenis en de tradities van het Rode Leger hun steentje meer dan bijdroegen, is het Dnjestr-bondgenootschap nu uitgedijd tot een bonte verzameling die veel breder is dan het gestaalde kader van weleer. Ook de Russische "democratische' pers verliest daarbij meer dan eens haar tegenwoordig met zoveel verve uitgedragen journalistieke rol. Onverbeterlijke communisten, captains of industry en Russische hyper-nationalisten rond de Petersburgse televisiester Aleksandr Nevzorov dan wel nationale democraten van het type Nikolaj Travkin: allemaal voelen ze zich thuis in Tiraspol. Met als absoluut hoogtepunt het vrouwencomité van Galina Andrejeva en de Kozakken die sinds begin vorige maand in groten getale naar de Dnjestr-republiek komen om Smirnovs gardisten terzijde te staan. Andrejeva heeft met de door haar georganiseerde wapendiefstal in een kazerne van het Veertiende Leger van het Gemenebest de strijd een feminien karakter gegeven. De Kozakken verlenen de oorlog het noodzakelijke anarchistische tintje waarover je in vredestijd slechts kunt dromen. Ze zien er woest uit, drinken als echte mannen en haten politiek. In de woorden van een Kozakken-kapitein uit het Don-gebied: ""Voor ons Kozakken is politieke macht niet interessant. Ons gaat het louter om de Russische ziel. Wij verdedigen alleen Rusland, tsaar en God. Wij zijn geen klein groepje, wij zijn hét volk''.

Smirnov heeft, met dit bondgenootschap in de rug, een kleine tournure kunnen maken. De verwijten dat de Moldavische minderheid (circa veertig procent van de bevolking) in de Dnjestr-republiek in het verdomhoekje zou zitten - sterker dat er "genocide' op haar gepleegd zou worden, zoals het Volksfront en de regering in Chisinau menen - verwijst hij onverwijld naar het rijk der fabelen. Dat Moldaviërs bij de recente verkiezingen gewapenderhand naar de stembus zijn gedreven, is onjuist. Dat een zeer groot deel van de Moldavisch bevolking zijn referenda niettemin heeft geboycot, is hij vergeten. Hij herinnert er liever aan dat parlementsvoorzitter Grigori Maracuta een Moldaviër is, zoals er ook veel Moldaviërs in zijn republikeinse garde vechten.

De president ontkent nu ook in alle toonaarden dat hij uit is op een soort Sovjet-reservaat. De staatsgreep van augustus heeft hij nooit gesteund. Anders had het Russische openbare ministerie toch wel juridische stappen tegen hem ondernomen? En dat Lenin nog altijd voor het regeringsgebouw in Tiraspol staat heeft geen andere betekenis dan een historische. Smirnov wil juist een ""gemengde economie waarin het beste van het kapitalisme en het beste van het socialisme behouden blijft''. De president eist slechts een "federatief staatsverband' met de rechteroever, waarbij de Dnjestr-republiek "economische autonomie' krijgt.

Dat lijkt redelijk, maar het is ook en vooral een manier om Moldavië een strop aan te bieden dan wel definitief in Roemeense armen te drijven en vervolgens het politieke gelijk van de krappe Russisch-Oekraïense meerderheid op de linkeroever alsnog binnen te halen. Ruim 38 procent van het economisch potentieel van Moldavië bevindt zich namelijk op de linkeroever. Zonder die rokende schoorstenen resteert de republiek weinig meer dan wat landbouw. En ook al vinden ze in Moldavië dat hun wijn de beste van de wereld is, kijkend naar hun handelsbalans (alleen richting Rusland heeft het land een overschot van tien procent, alle andere bilaterale commerciële contacten staan in de rode cijfers) weten ze wel beter.

Geopolitieke angels

Het is dit onontwarbare scala van culturele, politieke en economische factoren dat het conflict in Moldavië internationale allure geeft. De intensiteit van de oorlog heeft nog geen Georgisch of Armeens-Azerbaidzjaans niveau bereikt. Maar de geopolitieke angels zijn aanzienlijk relevanter. In Georgië kunnen ze doorgaan met vechten tot het moment waarop de laatste Georgische strijder de op-een-na-laatste heeft doodgeschoten. Het zal uiteraard door de hele wereld betreurd worden, maar veel belangen zijn daar niet mee gemoeid. In Nagorny Karabach is het al wat ingewikkelder. Al was het maar omdat daar moslims tegen christenen vechten, hetgeen Iran en Turkije de laatste maanden tot diplomatieke actie heeft genoopt.

In Moldavië daarentegen zijn de omliggende grootmachten al bij het conflict betrokken geraakt nog voordat er sprake is van een grootscheepse oorlog. De Oekraïne omdat ze alleen maar land kan verliezen en vanuit die defensieve positie mooi kan wroeten. Roemenië omdat de herenigingsbeweging ook in dat land leeft en daarmee president Ion Iliescu onder druk zet. De vage toezegging afgelopen zaterdag aan Chisinau dat Boekarest bereid is te hulp te komen, was dan ook niet meer dan een bevestiging van een realiteit: de munitie en wapens waarmee de Moldavische strijdkrachten nu vechten, komen al ten dele uit Roemenië. En Rusland omdat zijn historisch-imperiale identiteit er op het spel staat. Niet voor niets zwijgt president Boris Jeltsin en stuurt het parlement in Moskou, dat nog altijd het anderhalf jaar oude Russische-Moldavische vriendschapsverdrag niet heeft getekend, nu plots ultimata aan Chisinau waarin Snegur wordt opgeroepen tot "onderhandelingen' met de andere partij. Zoals het afgelopen donderdag ook geen toeval was dat de officieren van het Veertiende Leger (gelegerd in de Dnjestr-republiek, maar vanuit Odessa gecommandeerd) aankondigden zich in de strijd te zullen mengen indien de Moldaviërs Bendery zouden innemen. Hoe dan ook een illustratie voor het feit dat Jeltsin op dit leger geen volledige greep meer heeft.

Het zijn allemaal complicaties die de voortgang van het militair-politieke proces onvoorspelbaar maken. Zelfs aan het front, waar over het algemeen toch slechts rigide taal in zwart óf wit wordt gesproken, is dat op onbewaakte momenten soms te merken.

De laatste dag van ons verblijf bezoeken we nog een keer de brug bij Dubasari. In het stro van de loopgraaf aan de linkerkant van de rechteroever liggen we met een man of zes. Over het doel van de strijd zijn ze het uiteraard allemaal eens. ""De bandieten aan de overkant moeten nú geliquideerd worden.'' Totdat de cruciale kwestie te berde wordt gebracht: eenheid met Roemenië of niet? Ruzie is het gevolg. Politieman Alexandru heeft diep in zijn hart nu al genoeg van deze oorlog. ""Ik ben hier natuurlijk niet voor opgeleid. Ik ben politieagent. Ik heb twee jaar op de academie gezeten om de orde te handhaven en criminelen voor de rechter te brengen. Nu wij hier allemaal zitten, is de orde zoek en lopen de misdadigers rond. Maar als het Volksfront zijn zin krijgt en Moldavië zich verenigt met Roemenië, dan richt ik mijn geweer de andere kant op. De Roemenen hebben ons altijd als tweede garnituur beschouwd, als een achterlijke provincie.'' Waarop strijdmakker Valeriu, een vrijwilliger die hier opereert op basis van zijn ervaring als dienstplichtig militair, in toorn ontsteekt. ""Kijk, dat is nu ons probleem. Jij weet gewoon niet dat we één taal spreken en dus één staat zijn. Jij bent door vijfenzeventig jaar Sovjet-macht gedeformeerd.''