Ernest Zahn over introvert Nederland; "Wees een goed verliezer, dat is hier de mentaliteit'

Een lenig bedrijfsleven, een kapitale erfenis op het gebied van tolerantie en democratie, maar verder: bang, bang, bang. Nederland lijdt volgens de Zwitserse econoom en socioloog Ernest Zahn aan provinciale teerhartigheid. En Zahn heeft recht van spreken. De geboren Tsjech geldt als een kenner van de Lage Landen, die in publikaties het land waar hij twintig jaar werkte een spiegel voorhoudt. Een internationalist over de dierbare, angstige provincie aan de Noordzee.

De Duitse filosoof Immanuel Kant zei: ""De Nederlander heeft een ordelijke en vlijtige inborst en doordat hij enkel en alleen op het nuttige bedacht is, heeft hij weinig gevoel voor zaken die voor fijnbesnaarder geesten schoon of verheven zijn. Een groot man betekent voor hem zo veel als een rijk man, met zijn vriend bedoelt hij zijn agent en een bezoek dat niets oplevert vindt hij erg vervelend.'' Goethe sprak van vlijtige timmerlieden en tuinders, niet bij machte om zich aan de onweerstaanbare natuur over te geven. ""Men moet Nederlander zijn om met een tulp te sympathiseren.''

Dergelijke uitspraken zeggen meer over het buitenland dan over Nederland, vindt de econoom en socioloog Ernest Zahn die in zijn boek Regenten, rebellen en reformatoren (herdrukt in 1991) een bloemlezing geeft van wat beroemde internationale geesten over ons land hebben gezegd. Nederlanders kunnen zich volgens hem juist beroemen op praktisch en zakelijk denken, dat gepaard gaat met de morele bereidheid zich iets aan te trekken van de wereld om ons heen en zich te verzetten tegen onrecht en dwaasheid.

Ook de grote bereidheid tot compromissen kenmerkt Nederlandse verhoudingen. Want de vroegere kooplieden beseften maar al te goed dat ze sterk afhankelijk waren van de internationale handel en de ontwikkelingen in het buitenland. Dat temperde ook in eigen land de belangentegenstellingen, de arbeidsconflicten en in het bedrijfsleven de concurrentiestrijd. ""Stevige meningsverschillen zijn er wel, maar het rigoureus doordrijven van de eigen zin, is in Nederland een zeldzaam verschijnsel.''

Opera

Als Ernest Zahn de lounge binnenstapt van het sjieke hotel Baur-au-Lac in Zürich waar zakenlieden in stemmig blauw in en uit lopen, valt hij van de ene verontschuldiging in de andere. ""Gezellig is het hier niet, maar we moesten elkaar toch érgens ontmoeten'', zegt de kosmopoliet en wendt wanhopig zijn blik af van een tafeltje waar met sieraden behangen dames en grijzende heren verveeld aan een kopje thee nippen. Zelf ziet hij er ook al zo "formeel' uit, zegt hij, en hij wijst op zijn zachtgroen kleurige tweed-pak. Die avond gaat hij naar de opera dus dan móet je wel.

Nederlanders houden niet van vormelijk gedrag, weet Zahn, ze zijn ongedwongen in de omgang en dol op datgene waar veel buitenlanders geen woord voor hebben: gezelligheid. Sinds hij in zijn prikkelende studie Nederland omschreef als een land van tolerante kerkgangers en religieuze apartheid, geldt Zahn als kenner van de Lage Landen en zijn bewoners.

Zahn is lang en slank, zijn haar is hagelwit en zijn ogen zachtmoedig. Hij komt uit een familie van glasmakers in Bohemen; een streek die tot 1918 bij Oostenrijk hoorde en daarna bij Tsjechoslowakije. Zijn voorouders verlieten Bohemen al vroeg in de negentiende eeuw en hadden een glashandelsfirma op het Singel in Amsterdam.

Zelf werd Zahn, een Nederlander van nationaliteit, in 1922 in het Tsjechische Nov'y Bor geboren. Hij studeerde sociologie en filosofie in Zwitserland, economie in de Verenigde Staten, promoveerde in Zürich, werkte voor Unilever in Engeland, werd in 1963 hoogleraar economische sociologie in Amsterdam en was ook verbonden aan de universiteit van Michigan.

In 1986 vestigde de sociale wetenschapper zich opnieuw in Zwitserland. Hij adviseert bedrijven, houdt voordrachten aan universiteiten in West- en Oost-Europa en schrijft een nieuw boek over de structuurverandering van de wereldeconomie en de problemen die op het oude continent afkomen. Ook op Nederland.

""Alles wordt anders. In het verleden was het denken over de economie sterk verbonden met de rol van de nationale staat. Met welvaart werd nationale welvaart bedoeld, met economische politiek de nationale economische politiek. Nu zijn de economische grenzen tussen landen aan het verdwijnen en dat heeft grote gevolgen voor de economie en ons eigen land. We hebben al één grote wereldeconomie, transnationaal opererende ondernemingen en geen nationale kapitaalmarkten meer.

""Hoewel we deelnemen aan een wereldwijde ontwikkeling, hebben we nog geen wereldburgerschapszin ontwikkeld. Menig ernstig vraagstuk proberen we nog buiten onze nationale staat te houden, maar dat is onmogelijk. Kwesties als immigratie, lekkende kernreactoren in Rusland en de bevolkingsgroei in Noord-Afrika worden zaken van Europese binnenlandse politiek, problemen die ons aangaan.

""Maar wat zie je in Nederland? Zo open en internationaal als de economie is, zo introvert en provinciaals doen de discussies aan in de Nederlandse politiek. Het bedrijfsleven is volop bezig in Europa te integreren. Het verlies aan koloniën heeft er geenszins toe geleid dat de internationale ondernemingsgeest aan lenigheid heeft ingeboet. Maar "politiek Nederland' is sterk met zichzelf bezig. Sommigen zijn bang. Bang dat de nationale cultuur wordt bedreigd, dat de taal verdwijnt, bang voor de immigranten. Ook de discussie over de verzorgingsstaat is defensief. Nederland is in zichzelf gekeerd.''

Nederlanders zijn al een nationale minderheid in de EG, zegt Zahn, maar dat betekent helemaal niet dat hun "identiteit' verdwijnt. ""Beieren is toch ook niet verdwenen, integendeel, het kader is juist heel actief in de Bondsrepubliek.''

Bourgeoisie

Het gevoel dat de Nederlandse geestescultuur kwetsbaar is en onvoldoende gewapend tegen buitenlandse invloeden, is niet nieuw. Komt deze teerhartigheid ten aanzien van het nationale erfgoed dan toch doordat de romantiek aan Nederland voorbij is gegaan zoals de Duitse socioloog Helmut Plessner eens opmerkte in Die verspätete Nation?

Duitsers zijn in 1810 door Madame de Staël een volk van denkers en dichters genoemd. Nederlanders zeggen van zichzelf dat zij kooplieden en predikanten zijn. Schilders die bij de Romantiek behoorden, woonden voornamelijk in Parijs. Literaire werken waarin de invloed van de Romantiek te herkennen valt, bleven qua invloed onbeduidend en werden door de confessionele cultuur geabsorbeerd. Zelfs de meest getalenteerde wereldse kunstenaars slaagden er niet in echte voorlopers te worden, zegt Zahn.

Een intellectuele elite kreeg van oudsher geen kans zich een positie te verwerven. Zo ontbrak ook het "Kaffeehausintellektualismus' van Max Weber: het kunstenaarsleven van de bohémiens, het modebewuste flaneren op de promenade's van de bourgeoisie, de gecultiveerde frivoliteit van dandy's en de uitbundige luxe van het fin de siècle.

De nationale cultuur van de negentiende eeuw was bij uitstek een cultuur van het midden, met Jacob Cats als aanprijzer van de middelmatigheid. Hoe groot de betekenis van schrijvers als Louis Couperus, Frederik van Eeden en Albert Verwey ook is, een plaats in de wereldliteratuur was voor hen niet weggelegd. De Nederlandse bourgeoisie kende geen belle époque. Een Oscar Wilde of een Arthur Schnitzler zijn in Nederland ondenkbaar. De burgerij was puriteins en stond afwijzend tegenover het genre van de boeiende, verleidelijke roman; de geestelijke lectio, en studie van de Schrift werden aangeprezen. De kerken domineerden tot in de twintigste eeuw het culturele leven. En ook het socialisme was een soort kerk.

Taalcultuur

Het conservatisme van de burgerij was confessioneel en men neigde er niet toe aardse genietingen ten toon te spreiden. ""Nog steeds niet'', zegt Zahn. De culturele stagnatie in de vorige eeuw, waardoor ook de sociale wetenschappen laat tot ontwikkeling kwamen, speelt Nederlanders nog altijd parten en verklaart volgens hem de sensitiviteit ten aanzien van de "taalcultuur'.

Maar Nederland is juist een zeer gevestigde natie, méér dan menig ander land, vindt Zahn. Duitsland is op zoek naar een "nieuwe' identiteit en Amerikanen worden in beslag genomen door ""the closing of the American mind''. ""Nederland wekt niet de indruk gebukt te gaan onder de moeilijkheden, maar benadert deze kwesties wel met een flinke portie zwaarmoedigheid.''

Het debat over de verzorgingsstaat vindt hij typerend. ""Ik hoor een hoop meningen en standpunten die met opmerkelijk weinig gegevens worden onderbouwd'', zegt Zahn die Nederland een "soft society' van uitkeringsgerechtigden noemt. De architecten van dit beleid hebben de mogelijkheden van de interventiestaat volgens hem zeer overschat. De huidige crisis heeft eerder te maken met de ""dominees van de verzorgingsstaat'' die het beleid doorvoerden dan met het systeem zelf. Het lijkt wel een "infiltration calviniste'.

""Vereist is een pragmatische benadering op basis van kennis en gegevens. Er worden reorganisaties voorgesteld zonder dat men zich afvraagt wat het psychologische effect zal zijn op het gedrag van mensen. Sommige uitspraken vooronderstellen een algemeen geaccepteerde maatschappelijke norm die er niet is. Zo wordt gesproken over de "verwilderde jeugd', "vereenzaming' en "vertroeteling'.

""Nederlanders moeten van de staat geen zedenmeester maken, maar een andere benadering van problemen kan men zich niet voorstellen. Is er sprake van misbruik als een wet anders wordt gebruikt dan de bedoeling was?''

Robin Hood

De verzorgingsstaat is niet alleen duur geworden, zegt Zahn. Hij werd ook niet efficiënt bestuurd. ""Wij hebben ervaren dat net als de markt, ook de staat niet perfect werkt. De overheid is met haar subsidies en inkomensbeleid geen Robin Hood die van de rijken wegneemt en het verdeelt onder de armen. Er zijn lobby's en georganiseerde pressiegroepen in het spel waardoor de verzorgingsstaat zelf weer het terrein wordt van politiek en macht.

""Kijk ook maar naar het buitenland. Men moet de problemen realistisch benaderen. Er hoeven geen levensbeschouwelijke of politieke beginseldiscussies aan vooraf te gaan. De problemen van de bevolking worden in Nederland vaak bij voorbaat geïnterpreteerd in sociaalkritische termen. Op die manier wordt alles meteen gedramatiseerd'', vindt Zahn.

""Regelingen hebben gevolgen die men niet altijd kan voorzien. Een marketing-man constateert op zijn gebied trends en verandert het produkt. Maar bij een wet kun je niet zeggen: dat was niet de bedoeling dus ik verander de wet maar. Dan krijg je natuurlijk verzet zoals bij de voorgestelde WAO-maatregelen.''

Zahn vindt dat Nederland meer aandacht moet hebben voor de manier waarop sociale vraagstukken in andere landen worden aangepakt. ""De Duitse minister Biedenkopf heeft becijfert dat de modernisering van ziekenhuizen in de voormalige DDR zeker 35 miljard mark kost die er niet zijn. Dus wordt ook naar particuliere investeerders gezocht. Dat noem ik pragmatisch.''

De problemen ten aanzien van minderheden moeten volgens hem niet worden gedramatiseerd. ""Alle Europeanen moeten leren leven met nieuwe minderheden. Juist Nederland is altijd bijzonder tolerant geweest'', meent Zahn. Een land dat trots is op Erasmus en Willem van Oranje zal geloven in rede en barmhartigheid, zei Plessner in zijn afscheidscollege van de universiteit van Groningen. Extreme ideeën en fanatieke houdingen zullen in Nederland steeds op weerstand stuiten.

Zahn: ""Er is waarschijnlijk in geen ander land een publiek te vinden met zulke dwingend tolerante gedragsnormen als in Nederland. Desondanks wordt een conflict niet uit de weg gegaan. Uit studies blijkt dat Nederland het hoogste protest-potentieel heeft. Non-conformisme wordt niet alleen geaccepteerd, het wordt gerespecteerd. De Nederlanders hebben nooit luid verkondigd "één volk van broeders' te zijn zoals de Zwitsers of de Duitsers. Maar eigenzinnige broeders zijn ze wel want juist in beginsel zijn ze het voortdurend met elkaar oneens. Op die manier zijn ze erin geslaagd de politieke oppositie in te kapselen en sociale conflicten in de hand te houden.''

De tolerantie is geworteld in de Unie van Utrecht geproclameerde godsdienstige gewetensvrijheid die in de zeventiende eeuw tot een in Europa unieke verdraagzaamheid leidde. Maar de vrijheid van godsdienst remde wel elke vorm van discussie over zaken die als beginselkwesties worden beschouwd en dat zijn er nogal wat. De Hollanders respecteerden andersdenkenden als personen, zelfs wanneer zij er extreme meningen op nahielden en dwongen hen daardoor eveneens tot tolerantie.

Zahn: ""Die verdraagzaamheid is in de tijd van de verzuiling uitgegroeid tot een sociale norm. Daarom zullen Nederlanders ook niet zo gauw vijandig worden tegenover buitenlanders zoals bij sommige extreem-rechtse groepen in Duitsland of Frankrijk het geval is. Dat neemt niet weg dat er onder druk van economische crises irritaties en rellen kunnen ontstaan die verder weinig met principes te maken hebben. Maar discriminatie stuit in Nederland snel op "sociale controle'. De aard van discriminatie is ook anders. Bij woningzoekenden wordt bij voorbeeld minder dan in Engeland gelet op rassenkenmerken zoals huid- en haarkleur, dan op zeden, gewoonten zoals koken en eten én taalbeheersing.

""Als Bolkestein zegt dat moslims Nederlands moeten leren spreken, dan heeft hij natuurlijk gelijk. Immigranten doen er goed aan zich aan te passen en de taal te leren. In Groot-Brittannië echter is nu een discussie losgebrand naar aanleiding van moslims die een "niet-territoriale islamitische staat' in Engeland willen oprichten. Dat staat lijnrecht tegenover de idee van een multiculturele samenleving.

""In Amerika is de discussie over immigratie het meest levendig. Daar wordt Columbus niet meer als ontdekker afgeschilderd maar als zeevaarder. Men spreekt ook niet meer van de Far East, maar van The Pacific. De indiaanse en zwarte gezichtshoek worden er in de geschiedenisboeken bij betrokken.

""Europa is zover nog niet. Het is bang van de toenemende stroom immigranten uit Noord-Afrika en het oosten van Europa. Maar immigratie is wel het grootste sociale vraagstuk van de jaren negentig. Europeanen zullen het als een binnenlands probleem moeten beschouwen. Om demografische en economische redenen hebben wij immigranten ook nodig. Zij moeten zich aan ons aanpassen en wij aan hen. Het resultaat zal een samenleving zijn die er heel anders uitziet dan de maatschappij van vandaag, maar die wel door ons kan worden gevormd.''

Dwaas en mensonwaardig

Zahn maakt zich ernstige zorgen dat sociale problemen in de grote steden in vooral Frankrijk en Duitsland verder uit de hand lopen. ""Buitenlanders worden bij elkaar gestopt in getto's en vervolgens verwaarloosd. Er is eigenlijk een sociaal leerproces nodig.''

Nederland heeft Europa hier iets essentieels te bieden, vindt de kenner van de Lage Landen: een tolerante, niet autoritaire burgerij en een oude, solide democratie die niet alleen staatkundig verankerd is maar ook geestelijk en maatschappelijk.

""In de jaren zeventig heeft Nederland in het buitenland indruk gemaakt met zijn opvattingen over ontwikkelingsbeleid. Alle grote naties, ook Duitsland, zagen de Derde Wereld alleen als strijdtoneel van de Koude Oorlog. Nederland zei: kijk die stakkers, we moeten wat doen. De politiek ten aanzien van die landen had een "human touch'. Die inbreng is de komende jaren in Europa zeker zo belangrijk.''

En dan is er die andere eigenschap die Nederland goed van pas kan komen: de morele bereidheid zich te verzetten tegen wat dwaas, onwaar en niet menswaardig is en in zo'n geval dwars te liggen. In een Europese Gemeenschap waar nog maar een halve eeuw geleden ruim 130 miljoen mensen onder fascistische regimes leefden en waar het Oosten tot voor kort door een imperialistische macht in zijn politieke en culturele ontwikkeling werd gehinderd, noemt Zahn Nederland onmisbaar.

De "waakzame' houding van Nederland kan Europa volgens hem goed van pas komen, ook ten aanzien van de Duitse kwestie. ""Duitsland is na de val van de Muur de toonaangevende macht in Europa geworden. Wat velen irriteert is een Duitse stijl die gewichtigheid en efficiëntie uitstraalt, te weinig gelatenheid en relativeringsvermogen. We hebben behoefte aan een Europa dat in zijn voorkomen, zijn cultuur, niet alleen door deze Duitse stijl gedomineerd wordt.

""De vraag is: wat maakt de rest van Europa zo bang voor Duitsland. Velen vinden Duitslands toekomst nog wat onberekenbaar, zij weten niet waar zij met Duitsland aan toe zijn. Duitsland zelf kan het moeilijk verweten worden dat het de belangrijkste macht in Europa is geworden. Maar we leven in zo'n instabiele periode. We weten niet hoe het afloopt in Oost-Europa.

""Duitsland heeft een geweldige opgave op zich genomen en het is te hopen dat het daarin slaagt. Dat is van groot belang. Oost-Duitsland heeft geen democratisch verleden en West-Duitsland heeft de democratie in 1945 door de geallieerden opgelegd gekregen. De ontwikkelingen in Oostenrijk met de "liberaal' Haider stemmen me helemaal niet gerust. In dat land roepen ze alles wat Duitsers allang niet meer hardop durven zeggen.

""Nederland kan door de traditie van tolerantie in allerlei Europese instellingen een belangrijke rol spelen en invloed uitoefenen. Nederlanders gedragen zich heel anders dan Duitsers. In het bedrijfsleven zijn ze minder autoritair. En sport zien ze toch meer als een spel. Duitsers zijn doodserieus. Zij praten niet over winnen, nee: Duitsers moeten zegevieren. Een nederlaag is tragisch. Ze zeggen ook van zichzelf dat ze niet kunnen verliezen. "Be a good looser', dat is Nederlands mentaliteit.''

De Nederlandse gevoeligheid voor Duitsland kan in Europees verband een gunstig effect hebben, zegt Zahn en hij maakt met zijn ranke handen een dempend gebaar. ""De problemen in het Oosten zijn ook onze problemen geworden. Dat geldt niet alleen voor Duitsland, ook voor de verschrotting van atoomwapens. En als Nazarbajev, de president van Kazachstan met India betrekkingen aanknoopt, moeten wij in Europa ook op ons quivive zijn en zeggen: ho, ho, dit kan levensgevaarlijk uitpakken. Wat doen we eraan.''

Zahn wijst erop dat de gevaren en ellende in de wereld toenemen en ook Europa bedreigen. ""Overal zien we momenteel sociale desoriëntatie, een gebrek aan orde. Nu oude ideologieën zijn verdwenen is er behoefte aan stabiliteit en nieuwe waarden.'' Hij maakt zich meer ongerust over de groeiende internationale ongelijkheid dan over de problemen van inkomensverdeling binnen onze welvaartsstaten. ""Hongersnood, Aids en de explosieve bevolkingsgroei in Afrika zullen wij niet zo maar kunnen laten gebeuren. De rijke landen zullen in hun eigen belang onheil moeten voorkomen.

""De vraag is: hoe zullen we zover komen. Zullen we ertoe gedwongen worden door nieuwe rampen die over ons heenkomen? "We leven in een bezeten wereld en we weten het ...', begon Huizinga zijn In de schaduwen van morgen, in 1935. Er is vooralsnog geen enkele reden aan te nemen dat wij het er in de toekomst beter vanaf zullen brengen. Maar dat mag niet tot fatalisme leiden. De Italiaanse socialist Antonio Gramsci zei eens dat hij pessimist is wanneer hij denkt, en optimist wanneer hij wat wil en onderneemt.''