Een krokant libretto over de sores van de duivel

Voorstelling: Passio Diaboli. Muziek: Bernard van Beurden. Libretto: Wiel Kusters. Regie: Guido Wevers. Ensemble Contraint o.l.v. Arno Dieteren. Zangers: Marius van Altena, Reina Boelens, Frans Fiselier, Janny Pranger, Gerrie de Vries. Gehoord: 2/4, Schouwburg, Rotterdam. Herhaling 4/4 Rotterdam, 10/5 Theater Bellevue Amsterdam.

Na de val uit de hemel van de boze engel Lucifer ontwikkelde die zich tot De Boze, en het is zeker een aardig idee om, nu de Passietijd nadert, eens aandacht te besteden aan de sores van Christus' tegenpool: De Duivel. Aan de voorstelling getiteld Passio Diaboli door Ensemble Contraint en Theaterwerkplaats Het Kruis van Bourgondië te oordelen zit het de duivel niet mee in de hedendaagse westerse cultuur. Wanneer hij na veel tegenslag aan het slot door een temerig engelenkoor via de speakers teruggelokt wordt naar de hemel is dat dan ook een hele opluchting.

De toeschouwer blijft intussen zitten met de vraag hoe een prikkelend gegeven, een krokant libretto en een zeer verzorgde uitvoering kunnen leiden tot zo'n zouteloze voorstelling. Aan Wiel Kusters, die met smaak de ondeugende tekst bij elkaar dichtte, kan het niet gelegen hebben.

Erg diep gaat het allemaal niet, maar regels als: zingt en drinkt en vrijt en vreet, de mensenziel is maar een scheet zijn ijzersterk en bij uitstek geschikt voor muziektheater. De muziek van Bernard van Beurden maakt weliswaar geen grote indruk maar als ondersteuning van een theatraal gebeuren is zij uitermate bruikbaar.

Helaas viel er weinig theatraals te beleven waardoor de magere muzikale substantie des te meer opviel. De grote misser was mijns inziens de keuze van de personages: een cast van goede vocalisten die voornamelijk bezig waren met zingen. Hierbij sneuvelde echter de uitspraak en was de tekst van a tot z onverstaanbaar.

Aangezien er bovendien dapper maar zonder veel overtuigingskracht werd geacteerd, ging de pointe grotendeels verloren. Satan in de versie van mezzo-sopraan Gerrie de Vries leek nog het meest op een neurotisch heronehoertje. Met pathetische blikken maakte zij duidelijk dat de rol van herosche kwaadstichter haar in het geheel niet lag en veel verschil was er niet tussen haar tijd van triomf in de Middeleeuwen en haar identiteitscrisis wanneer zij is overgeleverd aan Baudelaires loflied op het amorele karakter van de Schoonheid of aan de geleerden die op een wetenschappelijk congres vaststellen dat de duivel nog slechts een symbool is. Vermoeid besluit zij: Ik heb nog slechts deze ene wens: Bevrijd mij van de mens.

Het uitstekend spelende Ensemble Contraint zette zich in voor een veelbelovende Slechte Zaak die helaas in braafheid bleef steken.