Een dijk voor de kop (1)

Boosheid kan verhelderend zijn. De heer E.W. Cretier in Rossum is bijzonder boos, al een tijdje. Hij is te verstandig om valse hoop te putten uit juridische procedures. Bestuurders in Gelderland en Den Haag zetten hem weg als een lastig mannetje langs de dijk. Dat heeft hij ervaren. In werkelijkheid is hij één van die stille helden, die opkomen voor de fundamentele waarden van dit land.

De eigenaar van Hotel Restaurant De Gouden Molen kan heel beeldend uitleggen wat het rivierenlandschap in Nederland uniek in de wereld maakt. Hij houdt er lezingen met lichtbeelden over op avonden in de omgeving. Gebaseerd op bijna vijfenzestig jaar leven langs het water. Hij is niet verhuisd de laatste veertig jaar, maar het wordt steeds meer een herinnering. Hij kan de rivier niet meer zien. Letterlijk.

In het Land van Maas en Waal leeft iedereen met de rivieren. Je steekt ze over, je houdt ze in de gaten, je geniet van ze, turend over het water. Op de fiets, of zittend op een terras als dat van De Gouden Molen in Rossum. Jarenlang zijn mensen er gekomen om daar de eindeloze kleurvariaties van de Waal op zich te laten inwerken en iets meer van Nederland te begrijpen.

De bezoekers keren steeds vaker onverrichter zake om. De waard heeft geluk gehad: zijn pand is niet afgebroken. Het terras van de Molen heeft sinds enige tijd blijvend vrij uitzicht gekregen op een logge, groene dijk, die hoog boven de mens uittorent. Het programma van dijkversterkingen dat langs Maas, Waal en IJssel wordt uitgevoerd, heeft bij Rossum al de veiligheid gebracht waar de Tweede Kamer in een breed gesteunde motie-Eversdijk vorig jaar nog eens dringend om vroeg.

Het is de veiligheid van het graf. De kronkelende dijk is verdwenen. Overal is de begroeiing weg, karakteristieke bomen en dijkhuisjes zijn van de aardbodem geveegd. Een kale mastodont van een dijk met zo min mogelijk bochten ligt daar nu veilig te wezen.

Om hem te plezieren hebben ze voor meneer Cretier boven op de rug van het monster een terrasje aangelegd, in een vrolijk halfrond motief gelegde steentjes. Het is er leeg. Hij ziet er van af tien zondagen per jaar tafeltjes en stoeltjes en kopjes koffie naar boven te zeulen - hij bedankt er voor vijfhonderd gulden per jaar precario te mogen betalen voor deze eer.

“Ik heb gezegd: zetten jullie daar maar een haringkar neer. Weet u, ik kan ze volgieten tot ze het bord "Den Haag' niet meer kunnen lezen, maar wat haalt het uit? Ik wil het woord "inspraak' nooit meer horen. Als ze een plan hebben waar ze niet van af te brengen zijn, laten ze dan hun gang gaan zonder hoorzittingen te houden. Ik heb zo'n dossier, het heeft me een fortuin gekost. Maar het helpt niks.”

Het is zoetjesaan een oud verhaal. De mensen die er van af weten worden er ook moe van. De ingenieurs van Rijkswaterstaat, de gedeputeerden van Gelderland, de dijkers van de waterschappen, het handjevol Kamerleden dat "natte waterstaat' doet. En niet te vergeten de minister van verkeer en waterstaat. Zij heeft recentelijk de meest kloeke overtuiging uitgedragen dat het Werk moet Doorgaan.

Eind februari nog. In een gesprek met de natte Kamerleden. Zij wilde niet de geschiedenis ingaan als "degene die verantwoordelijk was voor een dijkdoorbraak met doden en gewonden als gevolg van het uit milieu-oogpunt onvoldoende verhogen van de rivierdijken'.

Het was demagogie in haar oer-vorm. In het midden van de vorige eeuw zijn bij een dijkdoorbraak ongeveer vijftien mensen omgekomen. In deze tijd verliezen in Nederland ieder jaar 5000 à 6000 mensen het leven door een ongeluk, 400 door verdrinking, 2000 in het verkeer, 2000 in en om het huis en anderen op het werk.

Iedere ongeluksdode betekent een ramp, voor de betrokkene en voor de familie. Nooit iets om je schouders over op te halen. Maar de getallen zijn wel een reden om de selectieve bezorgdheid van Kamer en minister aan de kaak te stellen. Het is niet alleen volksmennerij, ook volksverlakkerij om met een vroom gezicht de veiligheid van het volk te bepleiten ten koste van nog eens vierhonderd kilometer van het meest indrukwekkende cultuurlandschap dat dit overgeharkte land bezit - ruim tweehonderd kilometer dijk is al onherstelbaar gelijkgeschakeld.

“Het rivierengebied is geen openluchtmuseum”, moet de vorige minister van verkeer en waterstaat, mevrouw Kroes hebben gezegd. Haar partijgenoot Blaauw bracht vorige zomer met de vaste Kamercommissie een bezoek aan het rivierdijkengebied en was na afloop even onaangedaan. “Inspraak is mooi, maar de natuur trekt zich niks aan van inspraak. De veiligheid staat voorop. Gewoon doorgaan.”

Dat is geen liberalisme, maar simplisme. Ziende blind-zijn om de ziel niet te belasten met een afweging die er toe zou kunnen leiden dat men andere waarden hoger schat dan een zeer beperkt aantal mensenlevens tussen nu en 3242. Hoog water komt niet uit de lucht vallen. Als de Rijn in Duitsland volloopt, hebben de Betuwers nog tijd om per auto naar Marseille te rijden.

Andere partijen kunnen er ook wat van. De PvdA-woordvoerder in de Tweede Kamer voor deze grootscheepse operatie is het lid Feenstra. Hij wist onlangs een even volkse noot aan te slaan door erop te wijzen dat in de Culemborgse polder waar hij woont het water wel zeven meter boven zijn hoofd zou komen te staan bij een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Stel je de toren van water eens voor die huize-Feenstra op die koude februari-nacht zou aandoen. Reden voor de één na grootste regeringspartij alle eigen doelstellingen op het gebied van werkelijk democratisch lokaal bestuur, milieu- en landschapsbeleid maar even te vergeten.

Rijdend langs en over de stukken dijk die al behandeld zijn, valt op dat zelfs de natuur (voorzover die van pas kwam) uit de winkel lijkt te komen. Minister Maij zei eind februari over de al voltooide dijkverzwaringen: “Altijd is geprobeerd dijkversterking landschappelijk zo goed mogelijk in te passen”. Rijkswaterstaat heeft een ontroerend boekje uitgegeven dat jubelt over de stroomdalflora in het rivierengebied.

De werkelijkheid is anders. Een stug soort uniform gras bedekt de nieuwe dijken. Schapen uit blik maken de dijken, waar geen bomen meer op mogen groeien, “onderhoudsvrij”, even rijk begroeid als een mens na een chemotherapie. Het is een persiflage van de natuur als kamerbreed tapijt.