Dr. F.C.J. Ketelaar (48) is sinds 1989 algemeen ...

Dr. F.C.J. Ketelaar (48) is sinds 1989 algemeen rijksarchivaris en hoofd van de Rijksarchiefdienst in Den Haag. Eerder was hij onder andere secretaris van de Archiefraad, directeur van de Rijks Archiefschool en rijksarchivaris in Groningen. Deze week riep Ketelaar de instellingen bijeen die binnenkort archiefmateriaal terugkrijgen dat sinds de Tweede Wereldoorlog in een geheim archief in Moskou ligt opgeslagen. Ketelaar en zijn vrouw Els hebben twee dochters: Titia (17) en Willemijn (bijna 15).

Donderdag 26 maart

Een algemeen rijksarchivaris doet ook zelf nog wel archiefonderzoek. Dit keer in de oude dossiers van de verenigingen- en stichtingenregisters. Daaruit traceer ik de rechtsopvolgers van vooroorlogse organisaties van wie we in Moskou archief hebben aangetroffen, om ze uit te nodigen voor een bespreking van de eigenaren.

De weg van het depot naar mijn kamer neem ik door de studiezaal, om me het plezier te gunnen van de aanblik van de vele tientallen onderzoekers, gebogen over 16-eeuwse rekeningen, koloniale papieren, militaire stamboeken, correspondentie van politici. Weer anderen raadplegen zelfbedieningsmicrofilms van de burgerlijke stand of van successiememories. Nog weer andere klanten zijn bezig om, met ons nieuwe geautomatiseerde beheersysteem Archeion, archivalia uit de depots op te vragen. Maar zonder het mensenwerk van de medewerkers van het algemeen rijksachief (ARA) - velen onzichtbaar voor de bezoekers - zou er uit het bestand van zeventig kilometer geen archiefstuk beschikbaar komen!

Tegen 14.00 uur vang ik de Directeur-Generaal Culturele Zaken Jan Riezenkamp op. Op het ”schoolplein' (de Rijks Archiefschool woont bij ons in) hebben zich inmiddels onze gasten verzameld. Roelof Koops krijgt het woord. Hij is rijksarchivaris in Zeeland, maar bij wijze van job-rotation is hij voor ruim een jaar part-time in Den Haag bij de centrale directie van de Rijksarchiefdienst werkzaam als hoofd Archiefbeleid en -Onderzoek. In een paar maanden hebben zijn voorganger Roelof Hol en hij een opleiding tot conserveringsassistent uit de grond gestampt. Daaraan wordt een deel van de gelden besteed die WVC voor het Deltaplan Cultuurbehoud heeft gereserveerd. Riezenkamp krijgt de eerste cursusboeken, die hij vervolgens aan de cursisten (twee vrouwen, negen mannen - tot voor kort werkloos) uitreikt.

Nadat ik de DG om 14.30 uur heb uitgewuifd, vertrek ik naar Amsterdam, naar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Met adjunct-directeur Jaap Kloosterman maak ik afspraken over de in Moskou gevonden archieven. We discussiëren over een plan om in Midden- en Oost-Europa workshops voor archivarissen te organiseren.

Om 17.15 uur verlaat ik het IISG, op weg naar Tante Titia. We praten na over de crematie van Oom Ak, afgelopen maandag. Het was zijn wens dat ik zou helpen bij het beredderen van de nalatenschap. Tegen half tien thuis. Met Els even bijpraten, and so to bed.

Vrijdag

Om 6.15 uur gaat de wekker. Els gaat altijd als eerste het huis uit, ik heb nog tijd voor bedden opmaken, vuilniszak buiten zetten, rolluiken ophalen. Het fietstochtje naar het ARA, langs de natuur in de Scheveningse bosjes en het Westbroekpark en langs de architectuur aan de Koninginnegracht, is een fijn begin van de werkdag. In de hal is men bezig met het inrichten van de kraampjes van de jaarlijkse boekenmarkt, georganiseerd door het Centraal Bureau voor Genealogie, inwonend in het ARA-complex.

Jan Roes, directeur van het Katholiek Documentatie Centrum, nodig ik uit voor de bespreking, volgende week, over de Moskouse archieven, waaronder ook nogal wat katholica. Met ons hoofd Voorlichting en Internationale Aangelegenheden Pim van der Meiden, met wie ik in Moskou was, sta ik een verslaggeefster van de Persunie te woord. Roelof Koops en zijn Noordbrabantse collega Maarten van Boven komen het werk aan het Archiefbesluit bespreken. De planning is afhankelijk van het advies over de nieuwe archiefwet, waarop de Raad van State al sedert augustus studeert.

Tussen de middag de maandelijkse Ambtenaren-lunchclub. Na een broodje, wandelen we door de fascinerende nieuwbouw van VROM, rondgeleid door Roel Bekker, plaatsvervangend secretaris-generaal van dit ministerie.

Een ”gewone' middag vol stukken en telefoontjes: een in- en uitstroom beheerst door de beschermvrouwen van het directiesecretariaat Nell, Liesbeth, Natasja. Tegen vijven fiets ik naar het Tweede Kamergebouw. Vanuit de ”media-toren' praat ik mee in de uitzending van ”Haagse kringen'.

's Avonds de maandelijkse vergadering van het Historisch Gezelschap te 's Gravenhage (opgericht 1899): zestien leden die beroepshalve met degeschiedenis bezig zijn. Ditmaal is de Haagse gemeentearchivaris Els van den Bent gastvrouw. Zij spreekt over de gemeentelijke gezondheidszorg vóór de stichting van de GG en GD in 1912.

Zaterdag

Eerst met Els de wekelijkse tocht naar de supermarkt, daarna naar kwekerij Klein-Zwitserland. Els wijdt zich verder aan de tuin, Titia en Willemijn zijn naar de culturele interlyceale, ik verwerk wat van de wekelijkse voorraad tijdschriften. Tussendoor naar het Schevenings museum voor een kleine, maar goed opgezette expositie over de buurt rond de Oude Kerk.

's Middags naar Leiden. In de ”Grote Ereledenvergadering' informeert het Collegium zijn ereleden en de oud-bestuursleden van de VVSL over beleid en beheer van de Leidse Studentenvereniging Minerva. Het gaat over de gevolgen voor het verenigingsleven van de verkorting van de duur der studiefinanciering, over de kennismakingstijd, over de samenhang en saamhorigheid in de vereniging. Nieuwe, maar ook vanouds bekende problemen.

's Avonds wandelen Els en ik een straatje verder naar Cees en Josine Fasseur die ons, met Ivo Schöffer en Carla Musterd, te eten hebben gevraagd. De Leidse literaire faculteit, haar vakgroep geschiedenis en de kwaliteit van de studenten spelen een grote rol in de tafelgesprekken.

Zondag

Een groot deel van de dag werk ik aan een paar lezingen die ik in mei - onder andere voor de Australische Society of Archivists - moet houden. Daarin zal het gaan over de ethische vragen aan de archivaris, die moet beseffen dat zijn archieven levende mensen betreffen - met grote consequenties voor selectie en openbaarheid. Ik verwerk erin niet alleen de casus van de Duitse Stasi-akten, maar ook Nederlandse voorbeelden, van denunciaties bij de Bijzondere Rechtspleging tot verhoren van Engelandvaarders.

Maandag

Maandagochtenden zijn gevuld met stafvergaderingen en werkoverleg. In de ARA-staf leggen we de laatste hand aan een voorstel voor een reorganisatie die de lijnen tussen klanten (overheid en burger) en produkten (archieven in goede en geordende staat) moet verkorten. Daardoor krijgen de archiefmedewerkers meer greep op het werkproces. Daarna gesprekken met stafmedewerkers over: verzelfstandiging, personeelszaken, automatisering.

Vervolgens naar Amsterdam: vergadering van de Rijkscommissie voor de archieven. Officieel ben ik daar waarnemer namens de minister van WVC, maar veelal neem ik toch als ARA deel. Zeker als het, zoals nu, gaat over het advies van de Rijkscommissie over het strategisch plan 1992-1996 van de Rijksarchiefdienst. In 1996 willen we als resultaat hebben dat een verzelfstandigde en gereorganiseerde Rijksarchiefdienst, met een betere toerusting van zijn vierhonderd medewerkers in het land, in staat is de duidelijk gedefinieerde behoeften van zijn klanten effectief te bevredigen. En dat in balans met de conservering van het aan ons toevertrouwde culturele erfgoed!

De Januskop van het archief heeft twee gezichten: verleden en toekomst, maar ook: zorgen voor behouden èn benutten. De Rijkscommissie vraagt speciale aandacht voor de selectie - essentieel voor de kwaliteit van de instroom aan archieven en dus voor de kwaliteit van de dienstverlening. Terwijl de Rijkscommissie nog bezig is, verlaat ik de vergadering om naar Brussel te gaan. Drie uur in de trein: heerlijk om te lezen - een vrachtje Kamerstukken, papieren voor mijn nieuwe bestuurslidmaatschap van de Stichting Informatiewetenschap Nederland, essays over de Fluwelen Revolutie van 1795 die de Rijksarchiefdienst gaat uitgeven, enzovoorts.

Iets over zevenen in het Brusselse ARA. Voordat we, als gasten van collega Persoons, gaan eten, voorbespreking met de Europese collegae met het oog op morgen. Ik maak kennis met Sarah Tyacke, de nieuwe Keeper of Public Records in Londen.

Dinsdag

Om 9.00 uur opent de secretaris-generaal van de Europese Commissie de eerste vergadering van de groep archiefexperts uit de twaalf lidstaten. Vorig jaar, op Nederlands initiatief, vroeg de Raad van Ministers om de instelling van deze groep. We moeten nagaan in hoeverre het gewenst is archiefbeleid en -praktijk binnen de Gemeenschap beter te coördineren. De gisteravond afgesproken regie werkt: de prioriteiten die de twaalf nationale archivarissen als informele groep eerder vaststelden, worden ook door de aanwezige ”Eurocraten' van belang bevonden voor nadere uitwerking. Daaronder: een algemene termijn van 30 jaar voor de openbaarheid van archieven, objectieve criteria voor toegang tot beperkt-openbare archieven, normen voor faciliteiten voor onderzoekers. Naast deze wensen van onderzoekers zijn er de problemen van conservering, automatisering en archiefopleiding die om een Europese aanpak vragen. Op 17 juni komt de groep weer bijeen voor de vaststelling van een actieprogramma.

Op tijd thuis voor het nieuws van acht uur. Daarna eerst de verhalen van de kinderen over school, dan dit dagboek.

Woensdag

Vroeg op de fiets, om een dag bureau-achterstand in te halen vóór de nieuwe post. Overleg met Fred Schot, projectmanager reorganisatie/verzelfstandiging en met het hoofd Personeelsbeleid Kees Draisma. Vincent Mentzel komt foto's nemen. Hij is net zo onder de indruk van de kilometers archiefdozen, als van de showstukken: de Vrede van Munster, de formatiedagboeken van Klompé, de vredestractaten met hun gouden en zilveren zegeldozen.

Naar WVC in Rijswijk: bespreking met DG Jan Riezenkamp over de kosten van het verzelfstandigingsproces. Waar halen we die paar ton vandaan - er is al een verschil van ruim 1 miljoen tussen wat de Rijksarchiefdienst krijgt en wat we structureel nodig hebben! Is de verzelfstandiging belangrijker dan cultuurbehoud of publieksservice? We komen er nu niet uit, al geeft Jan een paar tips mee, die uitgewerkt moeten worden.

Thuis ontvangt Els haar afdeling te eten. De kinderen en ik assisteren op de achtergrond.

Donderdag

De trein van 6.34 uur naar Groningen. Alle tijd voor voorbereiding op de rest van de dag. Het rapport van de projectgroep machine-leesbare gegevensbestanden houdt me geboeid. Het wordt ons antwoord op de aandrang van de Algemene Rekenkamer en van de Tweede Kamer naar een rijksarchiefbeleid inzake computerarchieven.

Groningen en het rijksarchief daar roepen dierbare herinneringen aan mijn Groninger tijd op. Aan de koffie spreek ik alle medewerkers toe over de uitdagingen 1992-1996: het eerste van een reeks praatjes tijdens mijn werkbezoeken aan de twaalf rijksarchieven in de provinciehoofdsteden. Dit tweemaal 's jaars ”tourneren' vind ik essentieel. Pittige vragen na afloop, onder meer over de toekomstige huisvesting van het Groninger rijksarchief.

Dan naar Winschoten, voor een vergadering van het curatorium van de Centrale Archiefselectiedienst (CAS). Voorzitter Vonhoff leidt ook ons gesprek met de Dienstcommissie en de persconferentie. Er zal ingrijpend gereorganiseerd moeten worden met het oog op de marktpositie en de verzelfstandiging van de CAS.

Vrijdag 3 april

In het ministerie van Buitenlandse Zaken bijeenkomst van de belanghebbenden bij de in Moskou gevonden archieven. NOS-Laat is er bij. Ambassadeur voor culturele samenwerking Paul Brouwer, die aan de onderhandelingen in Moskou zoveel heeft bijgedragen, opent de bijeenkomst. Daarna vertel ik over onze ervaringen. Een lijstje van wat er gevonden is, wordt uitgedeeld. Als het materiaal in Nederland terug is (uiterlijk 1 juli a.s.), moet het voor serieus onderzoek openbaar zijn - zoals het nu ook in Moskou openbaar is. Daarover moeten natuurlijk archiefeigenaren als het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, Esperantisten en Theosofen, maar ook de Provinciaal van de Jezuïeten zelf beslissen. Ik vertrouw er echter op dat er straks, in goed overleg, bepaald kan worden in welke openbare archiefinstellingen die archieven in bruikleen terecht komen. Met de ploeg van NOS-Laat ga ik nog het depot van het ARA in. Zo eindigt dit dagboek waar het begon: temidden van de archiefschatten.