Dopingonderzoeker Donike toonde zich bevooroordeeld in "affaire Krabbe'; Geen sprake van tastbare bewijzen

DARMSTADT, 4 APRIL. De vier jaar schorsing van de Duitse topatletes Katrin Krabbe, Grit Breuer en Silke Möller moet onmiddellijk worden opgeheven. Ze zijn het slachtoffer van een complot. Dat betoogde de verdediger van de atletes in Darmstadt tijdens een hoorzitting van de de tuchtcommissie van de Duitse atletiekbond, die vanmorgen onder grote internationale belangstelling om half tien begonnen is.

Het gaat om de meest spraakmakende dopingzaak sinds de Canadees Ben Johnson bij de Olympische Spelen in Seoul op het gebruik van stimulerende middelen betrapt werd. Niet alleen omdat de drie atletes paradepaardjes zijn van de atletiek in het voormalige Oostduitsland, waar doping een van de pijlers van de topsport was. Ook omdat de geloofwaardigheid van de Duitse atletiekbond en van de Duitse dopingexpert, prof. dr. Manfred Donike, in het geding is.

Daarbij komt dat de zaak als juridisch pikant wordt beschouwd. Bij eerdere veroordelingen van sporters wegens dopingfraude was er altijd sprake van tastbare bewijzen: een condoom met urine gevuld, een flesje met plas van een ander. In dit geval bestaan er alleen maar aanwijzingen.

Vast staat dat op 24 januari in het Zuidafrikaanse Stellenbosch bij de dopingcontrole is geknoeid, want hun urine was volstrekt identiek. Maar er is geen enkel bewijs dat de atleten verantwoordelijk zijn voor die fraude, verklaarde vanmorgen de verdediging. Onzorgvuldigheden bij de gevolgde procedure boden ook anderen de mogelijkheid van malversatie.

Zo hadden prof. dr. Manfred Donike, hoofd van het Keulse dopinglaboratorium, en ook de Duitse atletiekbond er kennelijk baat bij dat de drie atletes zouden worden gepakt. Donike had al eerder zijn vooringenomenheid getoond door te verklaren dat het “stonk” bij Neubrandenburg, de club waarvan de drie atletes de belangrijkste vertegenwoordigers zijn. En de Duitse atletiekbond stond onder geweldige druk van de publiciteit en van hoofdsponsor Mercedes Benz om een daad te stellen tegen het gebruik van doping. Misschien was dat wel de verklaring dat er bewijzen waren gefabriceerd en tegenbewijzen waren vernietigd in de zaak tegen Krabbe, Breuer en Möller, suggereerde de verdediger.

De advocaat van de Duitse atletiekbond baseerde zijn betoog op de stelling dat alleen de atletes kunnen hebben gesjoemeld of er dan toch tenminste van hebben moeten afweten. Daarom was het volgens hem ook niet nodig te bewijzen wie en hoe er nu precies gefraudeerd is. Hij erkende dat de controleprocedure in Zuid-Afrika niet volledig volgens de voorschriften van de Internationale Amateur Atletiek Federatie (IAAF) was verlopen. Maar hij wees erop dat zulke voorschriften alleen maar richtlijnen zijn en dat de afwijkingen van de standaardprocedure geen enkele aanleiding geven om aan het resultaat van de controle te twijfelen. Zowel controle als vervoer van Zuid-Afrika naar het laboratorium in Keulen lieten geen enkele ruimte voor fraude door derden, luidde de conclusie van de Deutscher Leichtathletik-Verband (DLV).

Om aan te geven hoe onzinnig alleen maar de gedachte aan “de grote onbekende” was, gaf de advocaat van de Duitse atletiekbond een opsomming van al die feiten waarvan zo'n mr. X op de hoogte had moeten zijn. Ten eerste had hij moeten weten van de controle in Zuid-Afrika en van de omstandigheden waaronder de controle zich daar zou voltrekken. Hij had moeten weten hoe en wanneer de urinemonsters zouden worden verstuurd. En het belangrijkste: hij had moeten weten welke (toelaatbare) medicijnen de atletes volgens het dopingcontroleformulier hadden gebruikt en welke medicijnen dus ook in de urine weer terug te vinden moesten zijn.

Belangrijk bij die indicatieketen was de getuigenverklaring van prof. Donike, die uitsloot dat de urinemonsters van de atletes onderweg gemengd konden zijn, wat fraude na de controle aanzienlijk gemakkelijker zou hebben gemaakt. Volgens Donike was uit analyse van het steroïdprofiel gebleken dat de drie urinemonsters afkomstig waren van een en dezelfde persoon. Hij ging er daarom vanuit dat de atletes in Zuid-Afrika hadden beschikt over “een levend depôt”, een vrouwspersoon die hen van "schone' urine had voorzien. Niet voor het eerst, want achteraf was gebleken dat Krabbe en Breuer bij een controle in Zinnowitz op 20 juli vorig jaar ook al eens een identieke plas hadden ingeleverd. Aan de schuld van de atletes kon dus geen enkele twijfel bestaan.

Maar volgens de verdediging was hun schorsing op drijfzand gebouwd. De regels van de IAAF hoeven bij een dopingcontrole weliswaar niet tot in detail te worden gevolgd, maar de procedure moet wel aan een aantal basiseisen voldoen “om de integriteit van het monster te garanderen”. De Nederlandse getuige-deskundige mr. Emile Vrijman, beleidsmedewerker van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), noemde vijf criteria waaraan een betrouwbare controle in elk geval beantwoorden moet. Aan maar twee van die voorwaarden - het plassen onder dokterstoezicht en het verzegelen van het Envopak, de speciale verpakking van de monsters - was volgens hem voldaan. De flesjes waren niet verzegeld, de tas waarin de Envopakken werden vervoerd was niet verzegeld, en de atletes hadden de urine niet zelf over de flesjes verdeeld.

Daarbij waren de Envopakken niet fraudebestendig geweest. Vervreemd van de moderne dopingprocedures door de jarenlange uitsluiting van de Zuidafrikaanse atletiekbond door de IAAF, hadden de controleurs in Stellenbosch fabriekszegels toegepast, die makkelijk vervangen konden worden. Ze hadden een type Envopak gebruikt, dat helemaal niet voor een veilig transport van doping was bedoeld. Zonder schade aan de verpakking hadden de urinemonsters op hun weg naar Keulen snel en simpel gemengd kunnen worden.

Volgens de Nederlandse farmacoloog prof. Jac. van Rossum, die ook optrad als getuige-deskundige, staat helemaal niet vast dat de urine die Donike analyseerde geen mengsel was, maar afkomstig moet zijn van één vrouw. Hij noemde die conclusie wetenschappelijk onhoudbaar. Volgens Van Rossum leent het steroïdprofiel van urine zich niet voor identificatie van een persoon.

De verdediging kwam dus tot de slotsom dat er tal van mogelijkheden waren geweest voor fraude door derden. Terwijl knoeierij door atletes uitgesloten was. Want hoe hadden ze dat moeten aanpakken zonder op heterdaad betrapt te worden? Ze hadden zich kunnen laten katheteriseren, hun blaas kunnen laten leeghalen om die vervolgens met schone urine te vullen. Maar dat had dan meer dan anderhalf uur voor de controle moeten gebeuren. En het lichaam produceert gemiddeld zo'n 50 ml. urine per uur. In dat geval zou de vreemde urine dus toch nog "vervuild' zijn met de eigen urine. De drie urinemonsters zouden dan hebben verschild. Eventueel dopinggebruik zou dan waarschijnlijk toch aanwijsbaar zijn geweest.

Theoretisch hadden ze zich ook kunnen bedienen van een "vaginapack', een kunstmatig urinereservoir voor in het geslachtsorgaan. Maar hoe hadden ze die kapot moeten krijgen? Door een vinger in hun vagina te steken? De toeziende arts zou dat bij drie atletes toch zeker opgevallen zijn. Of door het samentrekken van de spieren in de schede? Maar de onvermijdelijk vloedgolf zou er toch nooit als een normale plas hebben uitgezien?

Aldus de verdediging, die er de nadruk op legde dat de Duitse atletiekbond wel erg weinig moeite had gedaan om de atletes een zuivere procedure te garanderen. Terwijl kosten noch moeite waren gespaard het trio aan het kruis te pinnen. De verdediger wees op enkele merkwaardige toevalligheden. Waarom had Donike op 20 januari, vier dagen voor de controle in Zuid-Afrika, besloten om nog eens oude monsters uit Zinnowitz te analyseren, monsters waarop bij een eerste controle niets aan te merken was geweest? En waarom had hij daarvoor niet de A-monsters gebruikt maar de B-monsters, daarbij het bewijs voor een eventuele contra-expertise vernietigend? Moesten de drie dames misschien kost wat kost hangen? Om het blazoen van de Duitse atletiekbond van Oostduitse smetten te vrijwaren? Om het "Gesundes Volksempfinden' te bevredigen?

De verdediging vroeg de tuchtcommissie nog dit weekeinde uitspraak te doen.