Campagneleider

EDITH CRESSON moest weg en Jacques Delors wilde niet komen en dus hield president Mitterrand slechts één kandidaat voor het premierschap over: de onkreukbare Pierre Bérégovoy.

Sinds 1984 lette Béré, als minister van economische zaken en financiën, scherp op de franken en duldde hij geen leuke dingen voor linkse mensen op kosten van de staat, zoals tijdens de eerste jaren van Mitterrands presidentschap.

De nieuwe Franse premier staat borg voor continuering van een strak en zuinig economisch beleid. In tegenstelling tot Edith Cresson zal Bérégovoy geen financiële trucs bedenken om zijn populariteit of die van zijn partij te kopen. Zijn zuinigheid is voor het land een deugd, maar voor zijn partij een handicap. Want de elf maanden die hem als regeringsleider resten, zullen na het pak slaag dat de socialisten in de laatste verkiezingen kregen, meer een periode van campagne voeren dan van regeren zijn. Hoe lost Bérégovoy het dilemma op de kiezersgunst te winnen zonder een greep in de staatskas te doen?

Eén voordeel heeft hij op zijn voorgangers Cresson en Rocard. Zijn regering vormt, zo te zien, een eenheid. Met de formatie van deze nieuwe ploeg lijkt de stammenstrijd in de socialistische partij eindelijk beslecht.

BLIJFT HET dilemma: populariteit zonder te smijten met geld. De grenzen van Frankrijks mogelijkheden liggen vast: drie miljoen werklozen en een begrotingstekort van vijftig miljard gulden. Cash-flow kan Béré scheppen door staatsbedrijven te verkopen - een besluit dat zijn kabinet zonder socialisten-oude-stijl weinig moeite zal kosten. Als degelijk financier zal Bérégovoy dit geld gebruiken om het gat te dichten en de arbeidskosten te verlagen, in de hoop de produktie en dus het scheppen van werkgelegenheid te stimuleren.

Maar elf maanden lijken te kort om het tij te keren voor de socialisten, temeer daar de crisis in Frankrijk dieper gaat dan economische tegenspoed. De bevolking zoekt een houding tegenover vier miljoen immigranten, steden verkrotten en de huidige generatie politici, links en rechts, heeft haar geloofwaardigheid verspeeld. Men heeft meer gelet op wie zijn ziel verkocht aan Jean-Marie le Pen dan dat men trachtte het immigratieprobleem met visie en daadkracht aan te vatten. Ook Mitterrand aarzelde met de besluitelozen. Het morele gezag van de Franse politici werd weggeknaagd door een eindeloze reeks financiële schandalen. Voor de Franse kiezer zijn nu alle politici zakkenvullers, behalve misschien de Groenen.

Een verkiezingsnederlaag van de socialisten volgend jaar en hun vertrek uit de regeringspaleizen kan het meest waarschijnlijke scenario zijn, want zo veel is er niet met Bérégovoy als premier veranderd. Dit is een toekomstbeeld dat president François Mitterrand verafschuwt. Het betekent dat hij vanaf 1993 tot het einde van zijn presidentschap in 1995 weer opgescheept zal zitten met Jacques Chirac, de man aan wie hij zo grondig de pest heeft.

ÉÉN NOODGREEP blijft er nog voor Mitterrand over. Hij kan proberen dit jaar het verdrag van Maastricht door het parlement te laten ratificeren en ondanks de laatste trieste electorale jaren afscheid nemen als Europees staatsman. Het is zeer wel denkbaar dat hij de Fransen voor de algemene verkiezingen van volgend jaar bij referendum laat beslissen over een verkorting van het presidentschap van zeven tot vijf jaar. Mitterrand kan bij een "oui' eervol zijn ambt neerleggen en Jacques Delors uitnodigen zich kandidaat te stellen om hem op te volgen. Al bijna acht jaar staat Delors buiten de Franse politiek en hij is in Frankrijk populairder dan welke politicus van links of rechts dan ook.

Op zijn slippen kunnen de socialisten proberen daarna de algemene verkiezingen te winnen. Een herhaling van 1981, het jaar van Mitterrands eerste verkiezing. Met dit verschil dat nu het zakelijke socialisme zou winnen.

In dit scenario, dat het enige lijkt waarmee de socialisten hun huid kunnen redden, heeft de geslepen François Mitterrand dubbel lol: hij zou Chirac en rechts voor de derde keer te slim af zijn.