Blote borsten en de blues in de stad der schizofrenen

ST. PETERSBURG, 28 MAART. De culturele revolutie in Rusland begint steeds wilder om zich heen te slaan. Ze wordt uitgevoerd met een radicalisme dat aan de Russische geschiedenis eigen is. Zeker, elke avond verschijnt op een van de televisiekanalen wel een intelligent die komt uitleggen waarom de Russische cultuur zo uniek is en het onderwijssysteem zo goed. Maar die intellectuelen zijn een uitstervend fenomeen aan het worden, want het traditionele onderwijs is aan zijn terminale fase begonnen en in de cultuur voltrekt zich een omkering van waarden die fantastische vormen is gaan aannemen.

De staatstelevisie lijkt zich een spoedcursus bij Joop van den Ende en Rob Out te hebben aangemeten. Quizzen zijn schering en inslag, zij het dat de Russische Ron Brandsteder aan verliefde stelletjes geen reis naar Hawaï aanbiedt, maar een “romantisch avontuur in Kamtsjatka”. In de sportprogramma's is speedway met oude Lada's, gemonteerd op een chronische discodreun, je-van-het. Praatprogramma's gaan over exact hetzelfde als bij ons. Ook de Russische Sonja en Koos gedragen zich alsof het vanzelfsprekend is dat zij belangrijker zijn dan hun gasten.

Voor de "artistieke films', zoals ze hier heten, loopt de kijker uiteraard al helemaal niet meer warm. Vanavond Silvester Stallone of Arnold Schwarzenegger op de buis? Ja, daarvoor blijf je thuis. En daar waar Super Channel te ontvangen is, wordt de kijker zondags onbeschroomd vergast op engelstalige uitzendingen van de World church of God uit Nieuwegein/Nederland, in het Nederlands ondertiteld zelfs. Het wachten is nog slechts op de piraat die Tiroler Lederhosen-lol gaat brengen.

In zekere zin is het twaalf jaar geleden allemaal al voorspeld door de Russische kunstenaars Komar en Melamed. In een poging om de sozart, de socialistische kunst, drastisch om te keren bewerkten Komar en Melamed een klassieke Komsomol-poster. De trotse jonge arbeider, die in proletarische outfit met een fiere blik omhoog de toekomst recht in de ogen keek, werd door hen simpelweg vervangen door een businessmen, zo'n trotse zakenman in maat-kostuum en attaché-koffertje die zich voor het overige qua houding echter in niets onderscheidde van de Komsomol-proleet. Zoals in het affiche van Komar en Melamed is het inderdaad precies gegaan: de leuze slava troedoe (zoiets als "arbeid adelt') is naadloos vervangen door de evergreen "money makes the world go round'.

Het mooie is dat je het allemaal binnen de klassieke formule "eenheid van handeling, tijd en plaats' kunt beleven. Namelijk in restaurant Venice te Sint-Petersburg, de "stad der schizofrenen', zoals Fjodor Dostojevski reeds ver voor de oktober-revolutie heeft vastgesteld. De keuken van Venice is Italiaans, de aankleding van de zaal eveneens. Zij het dat de omvang van de zaal keurig voldoet aan de megalomanie die de Russische horeca zo karakteristiek maakt. De prijzen zijn in dollars, want de baas van Venice hoopt dat de "dollarisering' van Sint-Petersburg snel voortschrijdt.

Tanja Kaloegina, een cultuurhistorica die bij het Russische Museum in Petersburg werkt, en ik vermeien ons in theoretisch geraas over het nieuwe cultuur-radicalisme.

Maar dan, dan gaan de spots aan, begint de geluidsband te spelen en klapt het decor op het toneel voor in het restaurant open. De revue begint. Terwijl de tientallen obers de carpaccio en fegato aan de zegge en schrijve twaalf eters voorbij laten trekken, voltrekt zich op het high-tech toneel een voorstelling waaraan zelfs Milos Forman niet heeft kunnen tippen toen hij zijn film Cabaret draaide. Songs uit de film, geile dans als in de Follies Bergère, twee blote borsten alsmede de zeis van magere Hein in een ballet-allegorie op de dood en de liefde, synthesizer-muziek, een Russische cover-versie van Gloria Gaynors I'll survive en een fakir met een ratelslang: alles wordt ons voorgeschoteld.

“Ik word gek”, roep ik. “Waar hebben we het over”, repliceert Tanja. “Rusland is in de praktijk gewoon het meest postmoderne land ter wereld”. Met de radikaliteit die een maatschappelijke avant-garde betaamt, wordt hier alles onbeschroomd door elkaar gehaald. Niet voor de grap of uit verveling, zoals in West-Europa, maar in bloedige ernst.

Alleen zwijgen is nog gepast. Tot Tanja Kaloegina zegt: “Rusland is een station. Altijd hopen we maar op die trein naar beter. Wanneer de trein vertrekt, weten we niet. Maar we blijven op het perron staan. Want eens moet die trein toch gaan. En ondertussen gaat alles gewoon zijn niet-meer-socialistische gang”.

Waarna meedogenloos de Russische chandra komt opzetten: de blues. Het is treurig en heerlijk tegelijkertijd.