Bestrijding discriminatie is niet genoeg

“Integratie is een zaak van lange adem. Dat wordt nog wel eens over het hoofd gezien.” Zo waarschuwde de Hoge raad voor de integratie in Frankrijk een jaar geleden in zijn eerste jaarverslag. Het Franse college brak een lans voor “een geduldig, krachtig en inventief beleid”. Dit is een aardige omschrijving van de inzet van het zogeheten Nationale Debat dat in Nederland een nieuwe dimensie aan het minderhedenbeleid moet geven. Na de hier en daar forse voorzetten van een aantal op haar verzoek bijeengebrachte notabelen heeft nu minister Dales haar visie gegeven op de "nieuwe nuchterheid', die de toon van het Nationale Debat in Nederland moet zetten.

De minister kiest voor een "activerende aanpak', maar neemt duidelijk afstand van de wat wildere varianten die het organiserende Nederlands Gesprekscentrum op de agenda wilde zetten, zoals een aangescherpte bejeging van allochtone jeugdige delinquenten alsmede aangescherpte leerverplichtingen. Het thema van de veilige samenleving wordt niet genegeerd, is de rustige reactie van de minister, maar dient in juiste proporties te worden gezien. Het onveiligheidsprobleem mag ook niet worden versmald tot de criminaliteit onder sommige groepen jonge allochtonen. Vreemdelingenhaat, intimidatie en racisme jegens minderheden maken evenzeer onderdeel uit van dit probleem.

En passant neemt Dales zo ook afstand van de krachtpatserij van Bolkestein over het uitzetten van jeugdige delinquenten uit minderheidsgroepen. Deze mogelijkheid is reeds wettelijk geregeld en wordt ook toegepast; ieder jaar worden enkele tientallen allochtone jongeren wegens gepleegde delicten uitgezet. Het moet overigens worden gezegd dat Bolkestein in een eerste reactie zei zich te kunnen vinden in de “milde benadering” die uit het kabinetsstandpunt spreekt. Een dergelijke ambivalentie laat de VVD wel meer zien (denk aan zijn oprisping over islamitische scholen) en dat doet de geloofwaardigheid van de initiator van het Nationale Debat geen goed.

De financiële kant is ook gematigd; veel meer dan enige verschuivingen zit er volgens mevrouw Dales niet in. Dat is - bij alle waardering voor de benadering op zichzelf - minder goed gevallen bij de belangenorganisaties. Minderhedenorganisaties hebben op voorhand reeds een rekening van 450 miljoen gulden aan een goed-functionerend minderhedenbeleid gehangen. Het is dan niet zo vreemd dat het kabinet om te beginnen maar eens inzet op "reallocatie', zoals het in de notitie wordt genoemd.

Het kabinet presenteert veertien actiepunten die stuk voor stuk van belang zijn. Hooguit wordt er iets te veel verwacht van voorlichting en media. Er zal inhoudelijk ook nog wel een hartig woordje worden gesproken over het voornemen zich op het punt van de werkgelegenheid voorshands te beperken tot “ondersteunende wetgeving” voor het zestigduizend-banenplan van de Stichting van de Arbeid uit 1990. Er ligt al een alternatief wetsvoorstel dat druk op de ketel beoogt te zetten. In hoofdzaak verwoordt het kabinet echter toch wel een brede consensus met aandachtspunten als nieuwkomers, neven-instromers alsmede de voorschoolse opvang en participatie van ouders. Een aardige proef op de som kunnen de anti-discriminatiecodes vormen waarvoor het kabinet een model zal aanreiken aan het bedrijfsleven en andere maatschappelijke sectoren.

Op de keper beschouwd vormen de actiepunten niet veel meer dan een herformulering van bestaand beleid. Zonder het belang van te bagatelliseren van de bijeenkomst over “intercultureel management” in het personeelsbeleid, die WVC op 22 april houdt, is het toch overdreven te suggereren dat dergelijke punten samen een bezielende boodschap opleveren.

De prioriteit van het kabinet ligt bij de toekomstkansen van allochtone jongeren en bij extra inspanningen voor gelijke behandeling. Dat dit laatste zo'n prominente plaats krijgt, is na de recente opwinding over het onveiligheidsprobleem een belangrijk signaal. De moeilijkheid is alleen dat het al gauw defensief uitpakt, namelijk in de vorm van anti-discriminatie. Dat is het onmisbare fundament. De vraag is wat we daarop bouwen.