VEB en grote beleggers zetten Kok onder druk

AMSTERDAM, 3 APRIL. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en een aantal grote institutionele beleggers binden gezamenlijk de strijd aan tegen beursgenoteerde bedrijven die te zware beschermingsconstructies opwerpen. Dat blijkt uit een gedragscode die de VEB met een aantal grote institutionele beleggers heeft opgesteld.

De VEB en vijftien van de grootste beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) in Nederland zetten hiermee het ministerie van financiën onder druk, dat zich sedert begin deze week beraadt over een wettelijke regeling over beschermingsconstructies. VEB-directeur mr. R.A.E. de Haze Winkelman wilde vanmiddag geen namen noemen van de betrokken instituten. “Maar het is duidelijk dat nu ook de aandeelhouders zich nadrukkelijk gaan bemoeien met de discussie over beschermingsconstructies.”

Eerder deze week lieten het beursbestuur en de beursgenoteerde ondernemingen, verenigd in de VEUO, weten dat zij het na maanden praten niet eens konden worden over beperking van beschermingsconstructies voor op de beurs genoteerde bedrijven. De discussie over beschermingsconstructies, waarmee bedrijven een dam opwerpen tegen vijandige overnames, sleept zich al sedert 1985 voort zonder dat veel resultaten zijn bereikt.

De VEB stelt dat de afspraak tussen een aantal grote pensioenfondsen en de VEB “uniek” is in vennootschapsland. Zij heeft de Vereniging van Effectenuitgevende Ondernemingen (VEUO), het beursbestuur, de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en minister Kok van Financiën van het besluit op de hoogte gebracht.

Als het gaat om het uitoefenen van het stemrecht op aandeelhoudersvergaderingen zullen de grote pensioenfondsen in beginsel de ondernemingsleiding steunen, tenzij er goede redenen zijn dit niet te doen. Dit kan gebeuren als de mate van bescherming van een onderneming te fors is. Ook wordt in de gedragscode gepleit voor een zo open mogelijke dialoog tussen ondernemingsleiding en beleggers.

De zeggenschap van aandeelhouders wordt als gevolg van beschermingsconstructies beperkt door ondermeer constructies als preferente-, of prioriteitsaandelen en certificering. Zo vinden de instituten dat bij preferente aandelen het maximum niet mag uitstijgen boven 50 procent van het aantal uitstaande gewone aandelen. Daarnaast laken VEB en pensioenfondsen het verschijnsel certificering, waardoor de aandeelhouder ook op langere termijn geheel geen stemrecht heeft in de aandeelhoudersvergadering.

Institutionele beleggers hechten bij een emissie aan hun voorkeursrecht en zijn bereid in voorkomende gevallen een beperkte verwatering van hun belang te accepteren. Een verwatering boven tien procent is echter te fors. Vandaar dat zij de bevoegdheid om gewone aandelen uit te geven willen beperken tot maximaal tien procent.

Institutionele beleggers hebben steeds meer onderling contact over de manier waardoor ondernemingen met hun belangen omspringen. Waar nodig en zinnig kan worden samengewerkt met nationale en internationale organisaties van aandeelhouders, aldus de VEB.