Varkenslust

Er is een stad in Denemarken,

Die geheel gewijd is aan het varken,

Waar ieder die niet minnekoost

Zich tot het varken wendt om troost;

Je kunt ze, met een arm vol biggen,

Zuchtend in het stro zien liggen;

Ja, achter elke boom of struikje

Aait iemand wel een varkensbuikje.

Een stad waar ieder stopcontact

Eerbiedig rose wordt gelakt.

En waar je niemand ooit mag storen

Bij 't fluisteren in varkensoren.

De kinderen dragen er varkenspakjes

En schoentjes met gespleten hakjes;

Zelfs oude dames achter horren

Zijn geoefend in het knorren,

En welgedane oude heren

Doen pogingen het nog te leren.

Je kunt ze 's avonds langs zien komen,

Verlegen lachend in hun dromen;

Ja, alles daar in Denemarken

Staat in 't teken van het varken.

Welnee, oen, die komen toch niet aan de deur!

Het aardigst is dit spel in dialoogvorm, sprekend om de beurt; maar de ander moet het spelletje wel kennen om op de juiste manier te kunnen antwoorden ('Wie is daar?' en 'Jan/Piet/Klaas... wie?'). Geschikte wederpartijen om Klopklops op bot te vieren zijn: je moeder, de oppas, de onderwijzer(es), de postbode, het bezoek - maar ook, schriftelijk, de redactie van deze rubriek. De beste inzending zal elke week worden gepubliceerd in deze 'Klop klop'- rubriek, die zal verschijnen tot de aardigheid er af is.