Valutamarkten in verkiezingstijd

Op de valutamarkten is het verkiezingstijd. Het Britse pond stuitert binnen smalle marges op en neer, afhankelijk van de uitkomst van opiniepeilingen.

De Britten gaan op 9 april naar de stembus. De grootste angst van de financiële markten ligt in een verkiezingsuitslag, waarbij geen meerderheid door Conservatieven of Labour wordt gehaald, maar ook wanneer de peilingen uitwijzen dat Labour zijn (lichte) voorsprong uitbreidt, krijgt sterling tikken. Beide partijen hebben met de hand op het hart verklaard om het pond sterling niet te devalueren en de munt binnen de smalle bandbreedte van het EMS te brengen. De markten staan enigszins sceptisch tegenover deze boodschap van de zijde van Labour en prefereren het economisch beleid van de Conservatieven. Dit mag opmerkelijk genoemd worden in het licht van de economische resultaten van de afgelopen dertien jaar. Het verkiezingscircus wordt overigens vooral weerspiegeld in het verloop van de geldmarktrente, waardoor de uitslagen van de pondenkoers gematigd blijven.

Aanstaande zondag wordt in Italië gestemd. Verwacht wordt dat er een lange periode van coalitiebesprekingen zal aanbreken. Gezien de desastreuze situatie van de openbare financiën in Italië die slechts met een "no-nonsense' aanpak gesaneerd kan worden, is dit vooruitzicht niet aantrekkelijk. De lire weerspiegelt dit en is in de afgelopen weken dan ook verzwakt binnen het EMS.

De Franse franc heeft zich in feite weinig aangetrokken van het verkiezingsgeweld op 22 maart, waar de Socialisten klop kregen. De uitslag was dan ook conform verwachting. Spannender was het met betrekking tot de keuze van een nieuwe premier. Dat Cresson zou vertrekken was wel duidelijk. Gisteren werd Bérégovoy op deze post benoemd. De voormalige minister van economie en financiën geniet groot aanzien op de financiële markten, maar hij zal er een hele dobber aan hebben om de werkloosheid terug te dringen.

De Duitsers zouden hem daarbij kunnen helpen door de rente te verlagen. Daar ziet het er voorlopig niet naar uit. Hoge geldgroei, hoge inflatie en aanhoudend hoge looneisen in Duitsland zullen de Bundesbank voorlopig niet tot een mildere opstelling bewegen. De markten hielden in de afgelopen weken zelfs rekening met een verdere renteverhoging. Afgelopen zondag gaf Schlesinger echter aan, dat zo'n stap nu ook weer niet nodig is, maar van een verlaging kan voorlopig echt geen sprake zijn.

De zorg om de Duitse rente was één van de factoren die de Amerikaanse dollar in toom hielden. Daarnaast gaven economische cijfers aan, dat het herstel van de Amerikaanse conjunctuur langzaam gaat. Té langzaam, volgens de valutamarkten. Vandaag worden cijfers gepubliceerd over de werkgelegenheid buiten de landbouwsector. Vallen deze gunstig uit - verwacht wordt een toename van de werkgelegenheid met 45000 personen - dan kan dit de dollar een nieuwe impuls geven.

Tegenover de Japanse yen wist de Amerikaanse munt zich goed te houden. Het drama in Japan is dan ook bijna compleet. Onlangs maakte de regering een stimuleringsprogramma bekend, dat door de markten als ontoereikend werd afgedaan. De Japanse aandelenbeurs bereikte een vijfjarig dieptepunt en de jongste discontoverlaging (van 4,5 procent naar 3,75 procent) was al meer dan verdisconteerd in de financiële prijzen. Vele marktpartijen filosoferen al over de volgende renteverlaging.

Bron: Rabobank Nederland/ Directoraat Financiële Markten