Thuis in andermans leven; Charmant schuchtere zinnen van Dirk Bogarde

Dirk Bogarde: Jericho. Uitg. Viking, 278 pag. Prijs ƒ .

Ooit was Dirk Bogarde filmacteur. Een beroemd en gerenommeerd acteur zelfs, wiens naam associaties oproept met filmklassiekers als The Servant, Death in Venice en Providence. Als zovelen van zijn collega's begon hij, toen hij zich als acteur min of meer had teruggetrokken, met het schrijven van zijn autobiografie. Het zette hem op een spoor dat hij niet meer zou verlaten. Inmiddels is Dirk Bogarde (71) de auteur van drie delen autobiografie, met een vierde deel op stapel, en van het ontroerende brievenboek A Particular Friendship. Kortgeleden kwam zijn vierde roman uit: Jericho.

Wat doe je als iemand je de sleutel van zijn voordeur toestuurt? Wie is er zo sterk dat hij niet gaat gluren? Bijna niemand, weet Dirk Bogarde. En dus bezorgt de postbode een zware enveloppe bij zijn hoofdpersoon, de 58-jarige Britse schrijver William Caldicott.

In de enveloppe steken een brief en een sleutel. James, de enige en veel jongere broer van de schrijver, meldt in de brief dat hij heeft besloten te verdwijnen. Als William zin heeft kan hij zijn intrek nemen in zijn huis op het Zuidfranse platteland - de huur is drie jaar vooruit betaald, dit is de sleutel. De broer is een weinig succesvol kunstschilder met wie de schrijver jaren terug het contact verloor en het adres van het huis geeft een onaantrekkelijk gehucht in de Var aan. Er is weinig reden om in te gaan op het aanbod. Maar de brief arriveert met de ochtendpost, ongeveer op het moment dat de schrijver koeltjes de met yoghurt en jam besmeurde lippen bekijkt van de smakkende vrouw aan wie hij veertien jaar geleden zijn ja-woord gaf, terwijl hij denkt: "I didn't like her much'. Hun scheiding is onontkoombaar en het vliegbiljet naar Nice is snel aangeschaft.

William stapt over de drempel van Jericho, het hoog ommuurde, afgelegen huis van zijn broer. Hij ontdekt dat andermans privéleven niet straffeloos kan worden betreden en raakt tot stikkens toe betrokken bij de misère die dat leven verminkte. Hij moet ontdekken dat hij uitsluitend zal kunnen ontsnappen door in het reine te komen met zijn jeugd, met de man die er dankzij die achtergrond uit hem groeide, met de verplichtingen die deze man aanging door vader te worden.

Cynisme

Pas in de loop van Jericho krijgt de lezer door dat hij te doen heeft met een hoofdpersoon wiens geestelijk welzijn gevaar loopt. Aanvankelijk laat hij zich graag verleiden door het vlotte, comfortabele cynisme waarmee Bogarde zijn schrijvertje beschermt. Prachtig zijn de observaties van deze "ik', waarin zeker ervaringen en beelden doorklinken die Bogarde persoonlijk opdeed als jarenlang toegewijd inwoner van de Provence. William kijkt om zich heen en luistert: in het kleine provinciale hotel, in gesprek met de dorpsbewoners, tegenover toeristen op doortocht, aangetrokken door een jonge vrouw, walgend van een geborneerde dandy. Diep onder de indruk betoont William zich ook van het harde maar aantrekkelijk landschap dat hem met huid en haar opslokt.

Soms verlopen de beschrijvingen zo soepel dat Bogarde lichtelijk zelfingenomen wordt. Wanneer we hebben genoten van het beeld van de hen met kuikens voor de dorpskerk met de bolle huisjes eromheen, willen we twintig bladzijden later niet de kopjes rond een koffiepot beschreven zien als "katjes rond een zogende moederpoes'. Maar doorgaans slepen Bogardes charmant schuchtere zinnen juist mee.

William voelt een niet te onderdrukken neiging om uit te vinden wat er van James geworden is, zeker wanneer hij enkele minder frisse details over diens leven heeft ontdekt. Hij voelt zich geroepen recht te breien waar zijn, door hem altijd voor week versleten, broertje faalde. Tevens geeft Bogarde subtiel aan hoe William ook wordt gedreven door een minder hoogstaande belangstelling voor neigingen die hij abject vindt en die hem tegelijkertijd intrigeren. Het is dan dat de toon van Jericho verschuift van een observerende roman naar een thriller.

Bogarde wordt harder in zijn beschrijvingen, meedogenlozer in de manier waarop hij zijn personages neerzet. Hij verleidt zijn lezers tot net zulke onbeschaamd nieuwsgierigheid als zijn hoofdpersoon. Sneller, steeds sneller worden de bladzijden omgeslagen. De zinnen leiden echter niet naar onthullingen, maar naar een anticlimax en weer een nieuwe verschuiving: ineens lezen we een romance, het huiverend verslag van een zo te zien hopeloze liefde die we graag bekroond zouden zien met een even ouderwetse als irreële ontknoping.

En nog vindt Bogarde het niet genoeg. Met een geslaagde wending van stijl en inhoud, en desondanks met behoud van zijn eigen onmiskenbare manier van formuleren en vertellen, sleept hij zijn lezer nu mee in een psychologische roman. Hij ontmaskert al het voorafgaande als Williams laf ontduiken van het eigen tekortschieten. Ineens realiseert de lezer zich dat er af en toe een "jij' wordt aangesproken door de vertellende "ik'. Bogarde laat zijn lezers lange tijd in de waan dat die "jij' wel een geliefde vrouw zou zijn, om dat uiteindelijk te kijk te zetten als onvergeeflijk achteloos. Pas in de allerlaatste regel van zijn roman onthult hij de identiteit van die aangesproken persoon. William heeft dan ontdekt dat het voorwerp dat hij "de fatale sleutel' is gaan noemen, een geschenk van onschatbare waarde is geweest. De broeder wiens hoeder hij in zijn arrogantie dacht te zijn, zal hij nooit meer terugzien. Maar deze James is de redder van zijn ziel.