Tapie op stadsontwikkeling; Bijna alleen socialisten in Frans kabinet

PARIJS, 3 april. Het nieuwe Franse kabinet onder leiding van Pierre Bérégovoy, die gisteren tot premier werd benoemd, bestaat vrijwel uitsluitend uit socialisten. Het kabinet telt zes nieuwe ministers, onder wie Bernard Tapie, de voetbalmiljonair van Olympique Marseille, die minister van stadsontwikkeling wordt.

De benoeming van Bérégovoy, die minister van financien was in de regering van mevrouw Edith Cresson is tamelijk positief ontvangen, met name in financiële kringen en in de socialistische partij. Bérégovoy zei tot de socialistische afgevaardigden in het parlement dat hij met een “vernieuwde, verjongde en solidaire” regeringsploeg de strijd tegen de werkloosheid de hoogste prioriteit zou geven. Maar hij waarschuwde dat “we een zekere tijd een beetje alleen zullen zijn”.

De nieuwe regering, waarvan de samenstelling gisteravond laat bekend werd gemaakt, geldt als de meest 'mitterrandistische' sinds Mitterrand in 1981 president werd. De regering bestaat voor een deel uit oude getrouwen van Mitterrand, zoals minister van buitenlandse zaken Roland Dumas en minister van defensie Pierre Joxe, alsmede enkele jongere bewindslieden die hun carrière op het Elysée begonnen, zoals de minister voor Europese zaken Elisabeth Guigou en Michel Vauzelle, die minister van justitie is geworden.

De benoeming van Bernard Tapie tot minister van stadsontwikkeling trok de meeste aandacht. Tapie die onlangs dreigde een eigen partij op te richten, zal zich terugtrekken uit het zakenleven en zijn firma Adidas. Hij blijft voorzitter van de voetbalclub Olympique Marseille. Opmerkelijk is ook de benoeming van de socialistische parlementarier Segolene Royal, moeder van drie kinderen en in verwachting van een vierde, tot minister van milieubeheer. Zij volgt Brice Lalonde op, de leider van "Génération Écologie' die zich aan zijn partij gaat wijden.

Het belangrijke ministerie van economie en financiën wordt bezet door Michel Sapin, een 40-jarige briljante geestverwant van oud-premier Rocard. De vooral bij jongeren populaire minister van cultuur Jack Lang maakte de grootste promotie. Behalve voor cultuur, de post die hij al elf jaar heeft, wordt Lang ook verantwoordelijk voor het moeilijke ministerie van onderwijs. Lang wordt daarmee de tweede in rangorde binnen de regering na premier Bérégovoy. Een andere populaire politicus, de staatsecretaris voor humanitaire actie Bernard Kouchner, is eveneens gepromoveerd: hij wordt ook minister van gezondheid.

Een aantal omstreden ministers uit de regering-Cresson keert niet terug, met als belangrijkste Lionel Jospin (Onderwijs), nummer twee in de regering-Cresson en leider van een van de drie belangrijke stromingen in de Parti Socialiste. Ook Philippe Marchand, de zwakke minister van binnenlandse zaken, en Henri Nallet, die minister van justitie was, keren niet terug. Nallet is omstreden omdat zijn naam steeds opduikt in de affaires rond de illegale financiering van Mitterrands laatste campagne om het presidentschap.

De regering-Bérégeovoy zal morgen officieel worden geïnstalleerd.

De Franse vakbonden prijzen de nieuwe premier en wijzen op zijn eenvoudige afkomst als spoorwegman en functionaris bij het Franse gasbedrijf. Zij doen echter een beroep op hem om zijn economische beleid bij te stellen. De woordvoerder van de neo-gaullistische RPR noemde de benoeming van Bérégovoy een "non-event', terwijl de vice-voorzitter van de centrum-rechtse UDF erop wees dat hij “de minister van de balstingen, de begrotingstekorten, de werkloosheid en de schandalen was. Serge July, hoofdredacteur van Libération, schrijft: “Als Pierre Bérégovoy er al makkelijk in zou slagen competentie in het regeringsbeleid te brengen en de industriële en financiële sectoren alsmede de Europese partners gerust te stellen, dan nog zal hij er een harde dobber aan hebben om François Mitterrands stemmen te verzamelen die in alle richtingen verstrooid zijn.”“Bérégovoy is geen wondermiddel” schrijft het dagblad Le Figaro. (AFP, AP)