Snel rijk worden

“Wat Duisenberg klaarspeelt, lukt mij ook,” denkt meneer Geld. “Ik breng vanaf volgende maand kleurige stukken papier in omloop en plaats daar mijn handtekening op. Voortaan ga ik iedereen met mijn eigen Geld-biljetten betalen. Dat wordt een winstgevend zaakje.

“Ik laat die biljetten voor een appel en een ei bij de buurman drukken en zet er hoge guldensbedragen op. Wanneer alle andere mensen mijn biljetten als betaalmiddel accepteren, kan ik alles kopen en direct gaan rentenieren.”

De daaropvolgende weken piekert de marktkoopman avondenlang over het uiterlijk van zijn Geld-biljetten. Hij vindt de zonnebloem (vijftig gulden), de snip (honderd gulden) en de vuurtoren (250 gulden) knap waardeloos. Meneer Geld ontwerpt een reeks biljetten met uitgestorven dieren. De dodo (een vogel die voor altijd is uitgevlogen) komt op het Geld-biljet van vijfhonderd gulden. De mammoet (onder andere gevonden in het ijs van de Russische toendra) siert het biljet van vijfduizend gulden. Een afbeelding van de gigantische dinosaurus prijkt op het biljet van tienduizend gulden. Die allang van de aardbodem verdwenen reptielen waren de grootste landdieren die ooit hebben bestaan.

De buurman van Zak Geld vindt het schitterend om de biljetten te drukken. “Maar je moet mij wel betalen met geld van Duisenberg,” zegt hij waarschuwend. “Jouw geld, Zak, is weliswaar veel mooier, maar je zult het wel merken, niemand verkoopt jou straks een nieuwe auto voor vier dinosaurussen. Dat is toch ook logisch?

“Wat koopt jouw autohandelaar op zijn beurt voor die vier flappen, niets toch? Hij kan ze aan niemand kwijt, want iedereen vertrouwt alleen de officiele bankbiljetten van de Nederlandsche Bank. Daarmee kun je overal betalen. Alle mensen vertrouwen erop dat iedereen bankbiljetten aanneemt. Daarom accepteer je ze ook weer als betaling van een ander.

“Bovendien, als iedereen geld gaat drukken, kunnen we er straks in zwemmen en gaan alle prijzen enorm omhoog. De klanten overbieden elkaar in de winkel door met steeds dikkere stapels eigen papiergeld te zwaaien. Die bundels zijn niets waard, want niemand wil nepbiljetten hebben.”

Meneer Geld is teleurgesteld. Wat jammer van zijn briljante idee. Hij zit met de handen in zijn haar. Wat moet hij met al die prachtige biljetten? Zak Geld praat erover met zijn vrouw. “Zouden we er de woonkamer mee behangen?” vraagt hij. Zijn vrouw rilt bij de gedachte. “Nooit van mijn leven.”

Uiteindelijk besluit meneer Geld met de biljetten in zijn kraam te gaan staan. Je bent ten slotte marktkoopman of niet.

“Verras uw vrienden en kennissen met een kolossaal bedrag,” roept hij naar de winkelende voorbijgangers. Zo raakt hij langzaam van zijn Geld-biljetten af.

Wat jammer, dat hij voor miljoenen guldens aan papiergeld verkoopt, en er slechts een paar handenvol munten voor terugkrijgt. Maar zo loopt het meestal af met mensen die denken dat ze snel rijk kunnen worden.