Simons beraadt zich over vrouwenbesnijdenis

RIJSWIJK, 3 APRIL. Staatssec- retaris Simons (volksgezondheid) zal zich nader beraden over de aanbeveling uit een rapport van WVC om onderscheid te maken tussen verminkende en niet-verminkende vormen van vrouwenbesnijdenis. Het rapport, dat gisteren werd gepresenteerd, is in samenwerking met het Centrum Gezondheidszorg Vluchtelingen tot stand gekomen.

De samenstellers stellen voor om in de wetgeving een onderscheid te maken tussen infibulatie en incisie. De overheid zou onder voorwaarden incisie, waarbij een prik of een sneetje in de voorhuid van de clitoris wordt gemaakt, moeten toestaan, vinden zij. Bij de infibulatie worden de clitoris en de kleine schaamlippen verwijderd en de grote schaamlippen ruw gemaakt, waarna de wondranden aan elkaar worden vastgemaakt.

Het rapport heeft een groot aantal van de 1500 in Nederland verblijvende Eritrese en Somalische vrouwen ondervraagd over de gewoonte die vooral in hun cultuur voorkomt.

De voorzitter van de landelijke vereniging voor obstetrie en gynaecologie, dr. M.D.Kloosterman, meent dat wanneer door een kleine ingreep voorkomen kan worden dat er onder een grote groep vrouwen onrust ontstaat, deze ingreep overwogen moet worden. Kloosterman: “Ik heb wel eens bij een Marokkaans meisje met twee steekjes een maagdenvlies aangezet. Had ik dat niet gedaan dan was ze misschien door de familie vermoord.”

Er is in Nederland nog door geen enkel verzoek geweest om bij een jonge vrouw een besnijdenis uit te voeren, aldus gynaecologe, dr. G. Kenter die in de begeleidingscommissie van het rapport zitting had.