Onzekerheid kenmerkt keuze voor Noordrand

Kiest Rotterdam voor een luchthaven omdat er nieuwe luchthaven moet komen, of omdat de stad er al een heeft? De erfenis van een planologische fout in de jaren vijftig leidt zo'n veertig jaar na de opening van Zestienhoven tot innerlijke verscheurdheid binnen partijen, onenigheid tussen burgemeesters en ongeloof bij degenen die vinden dat een vliegveld niet twee keer op een verkeerde plaats mag worden neergelegd.

De planologische en economische discussies over Zestienhoven, met name over de barrière die het vliegveld vormt voor de toekomst van de Noordrand, zijn sinds 1970 gevoerd en hebben geen enkel resultaat gehad. Kijk maar, zeggen Burgemeester en Wethouders, het ligt er nog. Inderdaad, zeggen de tegenstanders, laten we het daarom snel sluiten. Tot zover was iedereen het eens in de Rotterdamse politiek.

De keuzes die het gemeentebestuur van Rotterdam over het miljardenproject moest maken, werden gekenmerkt door onzekerheden. Niet in de laatste plaats omdat een Nederlandse gemeente niet eigenhandig kan beslissen over het aanleggen of sluiten van een vliegveld. Voor de meerderheid van de PvdA-fractie bleek die omstandigheid zelfs van doorslaggevende betekenis. Om de achterban uit te leggen dat de impasse rond Zestienhoven zou voortbestaan als de gemeente niet voor het plan koos, beperkte de grootste fractie in de raad zich in de verdediging van de nieuwe luchthaven tot louter negatieve argumenten.

De toezegging van exploitant Schiphol, dat men zal streven naar een volledige nachtsluiting, was voor de meerderheid van de PvdA-fractie voldoende. Garanties worden niet gegeven, maar zowel de raad als het college gokt en hoopt dat op nationaal of internationaal niveau een verbod op nachtvluchten zal zijn uitgevaardigd voordat Nieuw Rotterdam Airport in het jaar 2005 opent.

Als de gemeente niet voor het nieuwe vliegveld zou kiezen, betekende dat niet automatisch dat Zestienhoven van de kaart zou verdwijnen, zo liet fractievoorzitter J. Janse zich op het Binnenhof influisteren. De gemeente kon zich ten minste uitspreken voor sluiting van het vliegveld, vond de fractie van D66. Het rijk zou zo'n uitspraak wellicht als een zwaarwegend advies opvatten.

PvdA-wethouder J. Linthorst (ruimtelijke ordening) wilde daar niet op wachten. Hij ziet in het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen (1988) geen enkele aanwijzing Rotterdam luchthavenloos zal worden. “Zeker niet omdat het procedureel en planologisch steeds moeilijker wordt op een andere plek een nieuw vliegveld te openen”, zei hij gisteravond. “En wij hebben dat vliegveld nu eenmaal.”

Met deze pragmatische zijlijn ging gisteravond het feitelijke raadsdebat, waarin opponenten geen moment de illusie hadden te kunnen tornen aan elkaars onwrikbaar vaststaande standpunten, deels voorbij aan de voor- en nadelen van het Integraal Plan Noordrand. Milieu- en geluidoverlast laten zich moeilijk afzetten tegen werkgelegenheid en een versterkte economische structuur van de stad Rotterdam. Dat geldt des te sterker voor een planologische beslissing waarvan pas over tien tot vijftien jaar de eerste resultaten zichtbaar zijn. Onzekere factoren als technologische ontwikkelingen in de luchtvaart, de aanscherping van het milieubeleid en het feit dat regionale economische ontwikkelingen zich moeilijk laten voorspellen, werkten de polarisatie tussen en binnen de partijen logischerwijze in de hand. Ook wethouder Linthorst gaf gisteravond toe dat op basis van gewijzigde inzichten en wetgeving nog veel kan en zal worden gesleuteld aan het IPNR, voordat eind 1993 de eerste offertes kunnen worden opgevraagd. Maar, geheel in de stijl van dit Nieuwe-Rotterdam-college wilde hij alvast beginnen.

Foto: Na weken van akties wacht de bevolking van Rotterdam-Noord en omliggende dorpen op de beslissing van de raad. (Foto NRC Handelsblad/ Leo van Velzen)