Onze voorouders en de dildo

Over de Amsterdamse Wallen praat ik niet, maar in de rest van Nederland zijn de gouden dagen van de sexshop allang voorbij. De stad waar ik woon, telt er nog vier. De handel heeft zich teruggetrokken in buurten die gelaten wachten op de slopershamer. De klantenkring wordt nu gezocht onder immigranten. Is er nog wel een klantenkring? Het is geen vraag die mij 's nachts uit de slaap houdt. Ik had die bedrijfjes alleen nodig voor een kleine telefonische enquête.

“Verkoopt u ook dildo's? Grote maten?”

Drie van de vier seksbazen hadden geen vage notie van wat ik bedoelde. “Dildo's? Waar hebt u het over?” Van mij zijn ze niet rijk geworden. Ik wou weten of zij het wóórd kenden. Eind jaren zeventig gaf Hans Heestermans het een plaats in het Erotisch woordenboek en in 1984 nam hij het ook op in de grote Van Dale. Dildo = kunstpenis. En een kunstpenis, aldus Van Dale, elfde druk, is een “van kunststof vervaardigde penis, ter vervanging van een echte penis, m.n. om te masturberen.”

Er is nog een woordenboek waarin ik de dildo ben tegengekomen en dat is de aanleiding tot dit stukje. Ik bedoel Koffie, kaffer en katoen; Arabische woorden in het Nederlands door Marlies Philippa, Amsterdam 1989, onlangs heruitgegeven door Thomas Rap. Zij schrijft: “Vanuit het (Amerikaanse?) Engels is dildo in het Nederlands beland. Tot voor kort wisten de etymologen geen enkele verklaring voor het ontstaan van dit woord, maar nu hebben een hoogleraar Arabisch uit Utrecht en een uit New York een hypothese opgesteld, die in het Arabische doeldoel als ezelsbenaming de oorsprong van de dildo ziet.”

“De dildo als speelgoed ter bevrediging van de vrouw duikt voor het eerst op in het Engels van de Elizabethaanse periode, in de tweede helft van de zestiende eeuw... Volgens de hypothese heeft het Engels de dildo via de Spanjaarden leren kennen. Die zouden het woord zelf aan het Arabische doeldoel hebben ontleend. Doeldoel is hetgene wat bungelt, dat heen en weer zwaait...” Men leze het hele verhaal in het stimulende boekje van Marlies Philippa, op de pagina's 60-62.

Weliswaar was dildo volgens een Spaanse encyclopedie “een soort cactus met een zachte, krachtige stam en omhoog staande stekels”, maar “met wat fantasie” kan de schrijfster zich toch voorstellen dat het woord als "kunstpenis' in het Engels is gekomen.

Die Elizabethaanse vindplaats wordt bij haar niet genoemd. Mogelijk gaat het om een gedicht van Thomas Nash uit zijn sterfjaar 1601, The Merry Ballad of Nash his Dildo. De Amerikaan T.R. Smith ontdekte het in twee handschriften, een in de Bodleian Library, Oxford, het andere in de Inner Temple. Hij nam de tekst op in zijn vuistdikke, onvindbare, aan beide zijden van de oceaan in beslag genomen bloemlezing Poetica erotica, New York 1927.

In het exemplaar dat niettemin zijn weg heeft gevonden naar mijn boekenkast, lees ik hoe de dichter in een bordeel toevallig (?) zijn geliefde ontmoet, maar door acute impotentie wordt overvallen. Mismoedig wijst hij zijn onwillige lichaamsdeel terecht:

My little dildo shall supply your kind,

A youth that is as light as leaves in wind:

He bendeth not, nor foldeth any deal,

But stands as stiff as he were made of steel.

Vrij vertaald: “Mijn kleine dildo doet wat jou niet zint, / Een knaap zo licht als blaadren in de wind: / Hij trekt niet krom, wijkt nog geen vingerbreed, / Maar staat zo stijf als uit metaal gesmeed.”

Ook bij Shakespeare duikt een dildo op, helaas in een nietszeggende context (The Winter's Tale, ca 1610; act IV, scene iii, 193-196). Van meer belang, zij het van later tijd, is Signior Dildo, een vermakelijk, vrij lang gedicht van de beruchte Earl of Rochester (1673; Complete poems, ed. David M. Vieth, Princeton University Press 1968). Hier blijkt dat de dildo Italiaanse import was, vervaardigd van leer en verkrijgbaar in de deftigste winkelstraat van Londen, St. James's Street.

Italië dus, niet Spanje. Daar gáát de Spaans-Arabische hypothese! Het woordenboekje Lesbiaans voert dildo terug op Italiaans diletto, genot. Aardig, maar onjuist. Volgens Eric Partridge in Shakespeare's Bawdy is het een Engels woord, via diddle-o afgeleid van to diddle, dat vele betekenissen heeft, waaronder "foppen' en "masturberen'. De dildo als fopspeen voor lagere regionen.

In Frankrijk heette het voorwerp godemichi. En in de Nederlanden? Natuurlijk was het speelgoed hier ook verkrijgbaar, zoals blijkt uit dit vierregelrijm van Jeroen Jeroense:

De juffers die geen worst en krijgen tot haar rooster,

behelpen menigmaal haar met een felpen trooster,

maar Giest, en Trijn, en Hagt, en Griet,

die doen 't tezamen met een biet.

(Koddige en ernstige opschriften, 1698; herdruk 1969). Worst = penis, rooster = vagina, felpen = fluwelen. Een andere voorloper van de dildo was een stokje waarop een narrekop zat gemonteerd - zie de titelplaat van Focquenbrochs Alle de wercken, eerste druk 1675-76.

Eind achttiende eeuw verscheen anoniem, maar ongetwijfeld van de hand van Pieter Boddaert Jr., een poëem waarin sprake is van “een nagebootste mannestaf, met zacht fluweel omtogen”. De dichter vraagt zijn dame hoofs: “Verschaft een weinig melk u 't waar natuurgestreel?” En hij besluit schalks met: “Kies mij, en gij ontvangt een andre pijpkaneel!” Een weinig melk... dat herinnert aan het vers van Nash, waarin de dildo “nourisht with warm water or with milk” zijn werk doet. Anno 1601 was het instrument dus al zover ontwikkeld dat er een hoeveelheid vocht mee naar binnen kon worden gebracht.

Sindsdien heeft het, zover ik weet, geen ingrijpende technische veranderingen meer ondergaan, afgezien van een af en toe uit de nevelen der historie opduikend fantoom als de dubbeldildo, waarover mij geen bijzonderheden bekend zijn.

Het blijft een hinderlijke zaak dat wij niet weten hoe de dildo in het Nederlands heette. Want dat het ding een naam had, spreekt vanzelf. Wat zeiden onze voorouders? Trooster, zoals Jeroen Jeroense? Of vrouwetrooster? Maar daarvoor geeft het Erotisch woordenboek op goede gronden "mannelijk lid'.

Het is deze kwestie die mij nachtenlang uit de slaap houdt. Zelfs het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het onvolprezen WNT waaraan al anderhalve eeuw wordt gewerkt en dat hopelijk vóór het jaar 2000 tegen betaalbare prijs compleet in vijfentwintig dikke delen plus supplementen in de boekhandel ligt - zelfs dat laat mij in de steek.

Tekening: Dringen om de dildo's: consumentenvoorlichting in de Pruikentijd. Midden boven het bureau een zogenaamde dubbeldildo. Frontispiece uit L'Académie des Dames (1775), “à Venise chez Pierre Arretin.” De toeschrijving aan Aretino is onjuist en het plaatje staat in geen relatie tot de inhoud.