Ongeruste familie zwaait militairen uit

Tweehonderd Nederlandse militairen vertrokken gisteren per bus vanuit Garderen naar Joegoslavië. Vandaag arriveren zij in Zagreb, waar ze onderdeel zullen uitmaken van het Nederlandse VN-bataljon in Joegoslavië.

GARDEREN, 3 APRIL. In een vermomming die het midden houdt tussen Zorro en het camouflagepak dat papa nu aanheeft, stelt de zesjarige Ronald zich op naast zijn vader. “Op de plaaaats, AAAIT”, schreeuwt de hem onbekende meneer die voor de troepen staat. Ronald doet zo goed en zo kwaad als hij kan zijn vader na. Hij lacht, papa ook, zij het wat benepen.

Zijn tweejarig broertje heeft mama thuisgelaten, vertelt ze. “Hem”, en ze knikt naar haar zoontje die nog steeds stoer naast zijn vader staat het grote mensen-spelletje mee te spelen, “hem heb ik maar meegenomen, al betwijfel ik of hij begrijpt wat er gebeurt. Bij elke auto die vanavond langskomt zal hij wel zeggen: "daar is papa'.”

Papa is de komende zes maanden echter in Joegoslavië, net als de 200 overige militairen die gisteren in Garderen in zes autobussen de reis naar dat land aanvaardden. Daar gaan ze met nog eens 100 Nederlandse collega's (beroeps en dienstplichtigen) onderdeel uitmaken van de VN-vredesmissie. Aanvankelijk zouden de militairen per vliegtuig gaan, maar het vliegveld van Zagreb is gesloten, dus moest dinsdag in allerijl een alternatief gevonden worden. De twintig chauffeurs van de Nederlandse Autobus Maatschappij in Harderwijk wilden allemaal de klus wel klaren, vertelt directeur G.T. van Maanen, daarom moest er geloot worden voor de twaalf die nodig waren en gisteren op hun vrachtje stonden te wachten.

Luitenant-generaal M.J. Wilmink, bevelhebber van de strijdkrachten, sprak de manschappen toe en adresseerde ze correct maar wat onwennig als "dames en heren'. “Eindelijk is het zover”, zei hij, “het moment waarnaar u uitgekeken hebt. U bent waarschijnlijk blij dat 't nu zover is.” “Nou, ik niet”, mopperde een paar meter achter hem een kennelijk ongeruste moeder.

Alsof hij het hoorde vervolgde Wilmink: “Maar we beseffen dat u een stuk onzekerheid tegemoet gaat.” Improvisatievermogen, teamgeest en initiatief zijn volgens Wilmink de deugden waarmee de militairen het in Joegoslavië moeten doen. En weet, gaf hij hen mee, “dat het thuisfront achter jullie staat.”

Nu het thuisfront nog voor de troepen stond, kreeg het er evenwel af en toe moeilijk mee. “Natuurlijk weet je dat dit tot de mogelijkheden hoort”, zegt de Apeldoornse Van de Esschert met een blik op haar zoon Robert en zijn vader die beroepsmilitair is, “maar het blijft altijd verdrietig”. Ze keurt de beroepskeuze van haar man niet af, maar dit soort momenten valt niet mee. “Je bent met de jongen getrouwd, niet met de militair.” Toen haar man aangewezen werd, hadden ze "het even niet leuk' gehad. “Maar het ergste is het voor de kinderen. Over een half jaar kent de kleine hem niet eens meer!”

Over de begeleiding die Defensie voor de achterban inzet heeft ze overigens niets te klagen. “Die is uitstekend. We kunnen dag en nacht voor advies en vragen bij hen terecht.” Ze hebben werkelijk aan alles gedacht. “Ook aan praktische dingen. Of je een langstlevenden testament hebt bijvoorbeeld.” Zorgen? Ach, ja natuurlijk zijn er zorgen. “Maar zolang we niets van Defensie horen, is er niets aan de hand”, luidt de boodschap.

Voor uitgebreid praten voelen de meeste militairen zo kort voor vertrek weinig meer en Wilmink lijkt even alleen te staan in zijn enthousiasme. “Ach, ik doe gewoon mijn werk”, zeg een spraakzame "blauwe baret' afhoudend. De laatste minuten zijn voor het thuisfront. Dat ze volgens hun bevelhebber in Joegoslavië "het vistiekaartje van Nederland' zullen zijn, zal ze even een zorg zijn. Volgens kapitein H. Hameleers, een reservist die als voorlichtingsofficier meegaat (“'n uitdaging, man”) wordt er echter alles aan gedaan de militairen dat in Joegoslavië daadwerkelijk te laten zijn. Voor hun veiligheid wordt hen trouwens op het hart gedrukt tijdens verlof “nooit met minder dan drie man op stap te gaan”. En in verband met de onzekere situatie blijft voorlopig het dragen van het tenue voorgeschreven.

“Hij wou zelf zo graag”, zegt een vrouw, die met rode ogen naar haar zoon zwaait als hij de bus instapt. Plots komt er een verdacht uitgelaten sfeertje onder vooral jonge dienstplichtigen. Een van hen schroeft het volume van zijn gettoblaster nog wat op, een ander heeft de familiezak chips al tevoorschijn gehaald. Met getoeter als voor een schoolreisje rijden de Harderwijker chauffeurs het kazerneterrein af. De laatste touringcar ademt wel veel vakantieverleden: "Natuurlijk avontuurlijk' prijst het een vroegere bestemming aan.