Mijn ziel is als twee wilde paarden; Rudi Fuchs over Edvard Munch

Rudi Fuchs: Edvard Munch. Vol 5 in Format, a series on art in the nordic countries. Edition Blondal, Hellerup (Denemarken), 1991, 96 blz.

De tentoonstelling "Uit het Noorden' die in 1984 door Rudi Fuchs in het Van Abbemuseum werd georganiseerd, leverde visuele bewijzen voor het bestaan van een noordse culturele identiteit. Ondanks verschillen tussen de Deense schilders Per Kirkeby (1938) en Asger Jorn (1914-1973) en de Noor Edvard Munch (1863-1944) was er toch sprake van iets gemeenschappelijks dat vooral tot uitdrukking kwam in hun kleurgebruik, zoals Fuchs in de catalogus schreef. De kleuren blauw, groen en geel op hun schilderijen hebben te maken “...met het noordse landschap, met het heldere licht en de nabijheid van de zee”.

Dankzij Uit het Noorden was er voor het eerst in Nederland een mooie keuze te zien uit het minder bekende late werk van Munch. Nadat hij in 1909 ontslagen was uit een Deense kliniek waar hij behandeld werd voor een zenuwinzinking, vestigde Munch zich definitief in Noorwegen. Voor die tijd had hij vanaf 1885 voor langere perioden in Parijs en Berlijn gewoond. Na 1909 maakte hij alleen nog korte reizen naar Duitsland, Frankrijk en Italië. In de catalogus uit 1984 maakte Fuchs onderscheid tussen de vroege, "internationale' Munch en de late, eenzelvige schilder die een teruggetrokken bestaan leidde op het landgoed Ekely in de buurt van Oslo.

In dit boek over Munch werkt Fuchs de verschillen tussen het vroege en late werk verder uit. Het late werk is niet langer symbolistisch en allegorisch, maar meer verhalend, soms bijna anekdotisch. Het landschap is minder gestileerd en meer herkenbaar Noors. Het typische noordelijke zomeravondlicht op zijn vroege schilderijen, zoals het bekende Meisjes op de brug (ca. 1901) kwam wellicht min of meer onbewust tot stand, meent Fuchs. Munch zou met een ander, "esthetisch minder dogmatisch oog' om zich heen hebben gekeken naar het landschap en de modellen in zijn atelier. Ver weg van Parijs krijgen zijn schilderijen tenslotte hun karakteristieke, Noordse vorm.

Het portret dat Fuchs van Munch schetst, is nogal schematisch. Meer achtergrondinformatie over de 32 schilderijen die in kleur zijn afgebeeld had aan dit portret reliëf kunnen geven. Zo is er bijvoorbeeld met de late landschappen van een boer die met een wit en een zwart paard zijn akker ploegt wellicht meer aan de hand dan deze idyllische taferelen op het eerste gezicht doen vermoeden. In het boek Munch and Photography (1989) maakt Arne Eggum, conservator van het Munch Museum in Oslo, aannemelijk dat Munch hier verwijst naar Plato's Phaedrus waarin Socrates de ziel vergelijkt met een tweespan en zijn voerman die het goede, witte paard en het slechte, zwarte moet mennen. “Mijn ziel is als twee wilde paarden die mij van twee kanten verscheuren,” noteerde Munch voor zijn opname in de kliniek.

Een impressionist is Munch nooit geweest, benadrukt Fuchs, hij was geen experimentele schilder: “In his traditional understanding of art, a painting could not be a visual experiment; it had to be a meaningful image (-).” Munchs schilderijen hebben, in tegenstelling tot het impressionisme, zelden iets vluchtigs of veranderlijks. Zijn voorstellingen zijn bijna altijd statisch en onbeweeglijk als een icoon. Hoewel Munch steeds zijn eigen, zeer karakteristieke weg is gegaan en hij ook nooit kubistisch of abstract heeft geschilderd, gaat Fuchs te weinig in op de overeenkomsten die er wel zijn tussen Munch en andere moderne schilders uit zijn tijd zoals Henri de Toulouse-Lautrec, Odilon Redon, Maurice Denis en Paul Gauguin.

Verdubbeling

Door de nadruk te leggen op het traditionele karakter van Munchs kunst, gaat hij bovendien voorbij aan de experimenten die ook hij uitvoerde, bijvoorbeeld met fotografie, om tot zijn geladen beelden te komen. De geheimzinnige effecten die de lange belichtingstijden op foto's kunnen veroorzaken, zoals transparantie en verdubbeling van de figuren, hebben Munch altijd geïntrigeerd. Op schilderij als De dood van een Bohémien (1915-18) is dit te zien aan een figuur die door een soort raadselachtige schaduw verdubbeld is.

Ondanks het gebrek aan nuance is dit boek mede door de keuze van afbeeldingen toch goed leesbaar als een korte, persoonlijke inleiding op het oeuvre van Munch. Thema van de Format-serie waarin deze publikatie verscheen, is de kunst uit het Noorden. De eerste delen waren gewijd aan kunstenaars als Per Kirkeby en August Strindberg. Van de aangekondigde boeken wekken vooral die van beeldend kunstenaars als Georg Baselitz, Lawrence Weiner en Donald Judd (over respectievelijk Carl Frederik Hall, Carl Th. Dreyer en Olle Baertling) de nieuwsgierigheid.