Max Havelaar

Het artikel van W.F. Hermans (CS Literair 20 maart) over de ultieme uitgave van "Max Havelaar' kwam op deze lezer badinerend, zoniet kleinerend over. Het vormde voor mij reden om de eminente Multatuli-kenner eens op zijn eigen feilen te wijzen.

Zo presteert Hermans het om in zijn alom geprezen De Raadselachtige Multatuli (nota bene tweede, herziene druk 1987) ettelijke malen Eduard Douwes Dekkers eerste vrouw als Everdina Huberta baronesse van Wijnbergen op te voeren. Terwijl (ook) uit de facsimile-uitgave van de vijfde door Multatuli bewerkte druk van "Max Havelaar', ingeleid en van verklarende noten voorzien door Hermans en te zamen verschenen met De raadselachtige Multatuli, blijkt, dat "Max Havelaar' is opgedragen aan Everdine Huberte enz. . . Dat deze de correcte voornamen zijn, toont bij voorbeeld de door Dekker zelf opgemaakte huwelijksadvertentie in de Javasche Courant van woensdag 22 april 1846. Uit de advertentie blijkt tevens dat Eduard en Everdine niet in de plaats Tjandjoer, zoals Hermans schrijft, maar in Tjandjor zijn getrouwd. De laatste schrijfwijze wordt door kaarten van West-Java uit die tijd bevestigd. Voorts was de tweede chef van Dekker, J.P.C. Ruloffs (niet hij maar zijn voorganger kolonel A.F. Winter nam Dekker aan als volontair klerk bij de Algemene Rekenkamer van Nederlandsch-Indië), geen directeur maar president van de Rekenkamer. Hermans, die waarschijnlijk de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag in 1986-87 niet wenste te bezoeken omdat hij de voorzieningen in zijn Parijs prefereerde, weet niet dat in de toenmalige Indische bestuursadministratie directeuren alleen aan het hoofd van departementen stonden. Trouwens, ook in de geschriften van en over Dekker kan men deze gegevens aantreffen; niet goed gelezen dus, heer Hermans. Tenslotte, als toeslag op hun tractement ontvingen de residenten geen "cultuuremolumenten', maar "cultuurprocenten'. Zo kan ik wat betreft de hoofdstukken van Hermans over Dekker in Indië nog veel meer onnauwkeurigheden en pertinente fouten opsommen, wat ik hier niet doe zodat hij daarnaar mag gissen.

Wel wil ik nog iets anders onder de aandacht van Hermans en overige Multatulianen brengen. Van de genoemde vijfde druk van "Max Havelaar' zijn door Elsevier in 1881 geen vier maar zes soorten exemplaren uitgebracht, waarvoor ik de afgelopen twee jaar overigens gemiddeld ƒ 37,50 per stuk heb betaald.

Naschrift Willem Frederik Hermans:

Ik schaam me diep, maar meneer, houdt u er alstublieft rekening mee dat ik niet door een geheel Bureau Basisvoorziening Tekstedities van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen geholpen ben.