Libië: brandweer was er vóór de brand

TRIPOLI, 3 APRIL. “Waar is de brand”, vroegen Libische brandweerlieden die gisteren bij de Venezolaanse ambassade in Tripoli arriveerden kort vóór het gebouw door demonstranten werd aangestoken. “De brandweerlieden vertelden te horen te hebben gekregen dat er een brand in de ambassade was”, zei een diplomaat. “Kort nadat we ze hadden weggestuurd, arriveerden de demonstranten, die het gebouw in brand staken. Toen kwamen de brandweerlieden terug.” Van het gebouw bleef een smeulende puinhoop over.

Andere diplomaten vertelden dat de betogers die de Russische ambassade aanvielen door brandweerlieden werden vergezeld. Ze gingen vervolgens door naar andere diplomatieke vertegenwoordigingen van landen die in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties hadden gestemd vóór de Amerikaans-Brits-Franse sanctie-resolutie tegen Libië. Tegelijkertijd brachten vrouwen en meisjes witte boeketten naar ambassades van landen die zich van stemming hadden onthouden, zoals Marokko.

De Libische leider Moammar Gaddafi riep op tot zelfbeheersing, de autoriteiten boden hun verontschuldigingen aan en het officiële Libische persbureau JANA meldde dat oproerpolitie de betogers had willen tegenhouden en daarbij was slaags geraakt met menigten die “in een explosie van woede” ambassades wilden aansteken. JANA sprak van “onverwacht geweld” en voegde eraan toe dat tientallen betogers en politiemannen met verwondingen in ziekenhuizen waren opgenomen. Maar van onafhankelijke zijde was hiervan geen bevestiging te krijgen.

Diplomaten verklaarden in tegendeel dat de politie werkeloos had toegezien hoe de betogers in de aanval gingen. “Ze deden niets tot de menigte haar werk had gedaan”, zei een diplomaat.

Er was een veelheid van aanwijzingen dat het geweld was georganiseerd, nog afgezien van het feit dat, zoals de Russische ambassadeur zei, “niets hier niet is georganiseerd”. Een Europese ambassadeur zei dat in sommige gevallen vóór de woedende menigte - vaak in bussen aangevoerd - al politieversterkingen waren gearriveerd. Een ander zei dat mannen in burger aanwijzingen gaf aan een groep betogers die een korte actie ondernamen tegen de Oostenrijkse ambassade. “We konden alles zien. Gewapende lieden met kalashnikovs vertelden de mensen zelfs welke maat steen ze moesten gooien.”

De demonstranten bestonden in meerderheid uit scholieren en studenten. Volgens een zegsman behoorden ze tot revolutionaire volkscomités, die onder andere tot taak hebben steun voor Gaddafi's bewind te mobiliseren.

Aanvallen op ambasades zijn al vaker Libiës antwoord geweest op ongewenste internationale ontwikkelingen. Op 2 december 1979 vielen ongeveer 2.000 demonstranten, onder wie hulppolitie, de Amerikaanse ambassade aan uit protest tegen de Amerikaanse politiek jegens Iran. Geluidswagens waren ter plaatse om de menigte aan te moedigen. Twee maanden later werden de Franse ambassade in Tripoli en het Franse consulaat in Benghazi aangestoken. Het incident werd in verband gebracht met Franse steun aan Tunesië na de Libische aanval op de Zuidtunesische stad Gafsa. Lsater dat jaar werd de Britse ambassade aangestoken nadat Londen de Libische ambassadeur had uitgewezen wegens plannen om twee Libische opposanten in Groot-Brittannië te vermoorden. In 1984 ten slotte werd de Jordaanse ambassade in de as gelegd toen de onderlinge relaties op een dieptepunt waren beland. (Reuter, AP, AFP)