Lente, zomer en......de herfst

DE SEINEN SPRINGEN op rood, maar minister Kok wil tot de zomer vasthouden aan het beeld dat alles onder controle is met de Nederlandse overheidsfinanciën.

Deze strategie kan de minister van financiën en PvdA-leider opbreken als hij over enkele maanden tegenslagen moet vertalen in maatregelen. Want ook al ontwikkelt de vermindering van het financieringstekort zich onder Koks beheer voorspoedig, met de collectieve lasten gaat het de verkeerde kant op en de Nederlandse economie maakt in versnelde mate slagzij. Dat is geen sterke positie met de Europese haven in zicht.

In Den Haag is het voorseizoen aangebroken om de begroting 1993 op te stellen, die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Daarmee zijn ook de politieke schijnbewegingen begonnen waarmee ministers en regeringspartijen zich plaatsen voor de komende slag om de lusten en lasten. Het kabinet praat vandaag voor het eerst over de begrotingsruimte voor 1993 aan de hand van een brief die de minister van financiën heeft opgesteld en met in het dossier een advies van de belangrijkste ambtelijke economische adviseurs van het kabinet.

Kok is voorzichtig begonnen waar de topambtenaren voor een krachtige aanpak pleiten. Hij ziet wel waar het financieel uit de hand dreigt te lopen, maar uitgaande van de afspraak dat tegenvallers binnen de begroting van het betreffende ministerie worden weggewerkt, beperkt Kok zich tot de waarschuwing dat zijn collega's de problemen zelf moeten oplossen. Met een beetje schuiven en wat wisselgeld achter de hand kan hij daarom stellen dat alleen maar een bezuiniging van 1,4 miljard gulden die nog op de lat staat moet worden ingevuld, en dat er overigens geen sprake is van begrotingsproblemen in 1992 en 1993. De overschrijdingen in de sociale zekerheid en de gezondheidszorg van samen twee miljard per jaar laat hij voor rekening van de betrokken ministers. Dat is een handige politieke manoeuvre: nu is De Vries gedwongen om onpopulaire maatregelen aan te kondigen, zoals loslating van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. De Vries is ondertussen begonnen de geesten daarvoor rijp te maken.

LASTENVERLICHTING verschuift bij Kok naar de horizon. Eerst de boel op orde, dreigende extra uitgaven opvangen, overschrijdingen in de sociale verzekeringen en in de gezondheidszorg terugdringen - en pas dan kan tegen de zomer bekeken worden of er nog bereidheid is voor bezuinigingen om ruimte te maken voor lagere lasten.

De economische topambtenaren redeneren in hun advies andersom. Lastenverlichting, schreven ze aan het kabinet, is een absolute vereiste om Nederland economisch te versterken. Samen met de dreigende tegenvallers en de problemen in de sociale zekerheid kwamen ze al gauw bij zo'n acht à tien miljard gulden die voor volgend jaar moeten worden omgebogen. Dat is geen vrolijke mededeling voor een politicus met een slinkende achterban en wellicht daarom heeft Kok de keuzes vooruitgeschoven. Maar de zomer volgt op de lente en de problemen zijn daarmee nog niet verdwenen.

DE NEDERLANDSE economie dreigt ondertussen weg te zakken naar de achterhoede van Europa. De inflatie is stijgende en komt volgend jaar boven de vier procent, de arbeidskosten stijgen, de groei stagneert en de investeringen dalen, zodat de werkloosheid oploopt en de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden verder scheefgroeit. Het gaat niet om incidenten, maar om een structurele verslechtering die aangewakkerd wordt door de stijging van de collectieve lastendruk. Stabilisatie van de lasten, doel van het regeringsbeleid, is binnen enkele maanden uit het zicht geraakt. Het totaal aan premies en belastingen is sinds het aantreden van het kabinet Lubbers/Kok met meer dan tien miljard gulden toegenomen, zonder hogere lokale milieu-heffingen mee te rekenen, terwijl een voorgenomen btw-verlaging uitbleef en de factor-Simons grotendeels buiten de definitie van de collectieve lasten valt. De economische adviseurs van het kabinet zijn daarom van mening dat Nederland een proces van structurele aanpassing moet doormaken. Deze aanpassingen zijn nodig om te voorkomen dat de structuur van de Nederlandse economie er in 1994, aan het einde van de rit van het kabinet Lubbers III, slechter voorstaat dan in 1990. Dit harde oordeel van de ambtelijke adviseurs is ingegeven door de vrees dat zich een herhaling van de Hollandse ziekte uit de jaren zeventig zal voordoen. Toen hebben opeenvolgende kabinetten de verloedering te lang op haar beloop gelaten met als gevolg dat de sanering extra pijnlijk was. Het is nu nog niet te laat, maar de waarschuwingssignalen springen op rood.