Jonge Honden

Dat in de uitzendingen van het nieuwe Amsterdamse televisiestation AT5, zoals in de allereerste pornofilms, af en toe iemand onbedoeld door het beeld loopt, is niet zo erg, want alle begin is moeilijk.

Dat af en toe een microfoon omvalt en dat er op de achtergrond allerlei geluiden te horen zijn die een zekere paniek doen vermoeden, ik kan mij er niet druk om maken, want alles moet geleerd worden.

Dat regelmatig verkeerd geschakeld wordt, het doet er niet zo toe, want dat komt met een beetje oefening onder leiding van Erik de Vries of Gijs Stappershoef ook nog wel in orde.

Dat het lokale nieuws zich vastbijt in de remvoering van de Amsterdamse tram en dat de lokale reclame zich vooral afspeelt op het niveau van de sudderlapjes die slagerij Van Kampen in de aanbieding heeft, dat begrijp ik, want niet elke stad heeft de Peter Stuyvesant-allure van New York of Rio de Janeiro.

Dat men een presentatrice heeft uitgezocht, die weliswaar over een mooi stel benen beschikt, maar niet over één greintje professionaliteit en werkelijke nieuwsgierigheid, daarover kan ik heen stappen, want per slot bezit het televisietoestel een knop waarmee je het geluid kunt afzetten.

Dat directeur Feike Salverda nu het soort werk doet waar hij vroeger, toen hij nog bij Vrij Nederland en de VPRO zat, altijd zo op neerkeek, dat kan ik billijken, want niemand is graag werkloos.

Dat Germaine Groenier haar programma niet eenvoudig en serieus aankondigt, maar pontificaal haar hond bij ons introduceert, daar kan ik ook wel inkomen, want weerspiegelt de televisie niet de verpletterende huiselijkheid van de kamer waarin gekeken wordt.

Trouwens, dat honden bij AT5 voortdurend door het beeld lopen, verbaast mij evenmin, want was het niet Woody Allen die eens heeft gezegd dat men in Californië het huisvuil bewaart om het tot televisieprogramma's te recyclen. In Amsterdam maakt men televisie van hondedrollen.

Dat men van de afgelebberde televisiespelletjes dagelijks het meest afgelebberde televisiespelletje brengt, dat Ronnie Tober of iemand die daarop lijkt zingend met een bloemetje in de hand de bruiloften en partijen afgaat, dat de opera wordt gereduceerd tot een Jordanese lampekap, daarover kan ik mij nauwelijks druk maken, want het lokale is in die zin universeel dat van Minneapolis tot Singapore, van Venlo tot Syracuse nu eenmaal altijd precies hetzelfde wordt gebracht.

Maar dat een avondje Amsterdamse Televisie zo'n onvoorstelbare truttigheid uitstraalt dat het oogt als macramé en gehaakte beddesprei, dat het in alles een perfecte imitatie is van de benauwende burgerlijkheid van de jaren vijftig, dat het ruikt naar een geur die ik dacht vergeten te zijn, namelijk die van spruitjes; dat zo'n avondje - hier past alleen maar het verkleinwoord - teruggaat naar de tijd waarin gezelligheid nog regeerde over de kritische zin, dat het geen spoor bevat van de journalistiek die na de affaire-Greet Hofmans zelfs in Nederland in zwang is geraakt en dat het zich volledig overgeeft aan alles waarvan wij dachten dat het door Jasper Grootveld was weggehoest en door Wim Schippers definitief belachelijk was gemaakt, daarover heb ik mij wél verbaasd.

Maar het vreemdst van alles vond ik nog het feit dat de redactie van AT5 - in de geest van de gezelligheid werden wij getracteerd op het onvermijdelijke kijkje in de keuken - vrijwel geheel bestaat uit jonge mensen van een jaar of 25; en ik had met ze te doen, want kijkend naar hun programma's had ik het gevoel dat elke opstandigheid, elk koppig streven naar onafhankelijkheid en originaliteit, hoe onhandig ook, was platgeslagen als een taaie biefstuk. Dat ze maar hadden gesolliciteerd omdat je nu eenmaal een baantje moet hebben, want het is toch ook leuk om met een camera achter je aan een bloemetje af te geven bij de bakker om de hoek?

In mijn geval had zo'n avondje televisie kijken toch nog een gunstige uitwerking. Ik zag die slome honden eens aan, besloot nooit te gaan joggen, stak een sigaretje op, inhaleerde diep, en voelde mij jonger dan ooit.