Japanse eenvoud inspireert Nederlandse kunstenaars

De schoonheid van de leegte, eerste aflevering van de driedelige documentaire ”Nederland-Japan, vier eeuwen kunst'. Ned.1, 22.35-23.05u.

“Eenvoud!” antwoorden zowel binnenhuisarchitect Benno Premsela als beeldend kunstenaar Maryan Geluk nadrukkelijk op de vraag wat hen het meest inspireert in de Japanse cultuur. Eenvoud en spiritualiteit, daar komt het kort gezegd op neer. Beide kunstenaars komen aan het woord in de eerste aflevering van de driedelige tv-documentaire Nederland-Japan, vier eeuwen kunst, samengesteld door Tineke Hulsbergen. Benno Premsela probeert daarin de essentie van de Japanse geest aan te geven en vertelt hoe weldadig de leegte van een Japans huis op hem overkomt, waar niets overbodigs staat en alle noodzakelijke dingen in kasten zijn weggeborgen. Aan de hand van het Japanse voorbeeld voor zijn eigen ”Japanse lamp' - een ”doosje van papier op vier hoge poten van ijzerdraad' - stelt hij met enige zelfspot dat er veel overeenkomsten zijn maar dat zijn eigen werk toch altijd wat calvinistisch zal blijven. Maryan Geluk probeert meer in symbolische zin volgens een Japanse gedachtenleer terug te keren tot de kern van alles, met andere woorden: de Grote Leegte. In de Deventer Bergkerk toont ze objecten die multi-interpretabel zijn en een volgens haar typisch Japanse combinatie vertonen door tegelijk abstract en zeer emotioneel te zijn.

Een groot gedeelte van de documentaire wordt besteed aan historische achtergronden en de Japanse invloed op het Westen in het algemeen. Grappige beelden van de zeventiende- en achttiende-eeuwse Hollanders in Oosterse interieurs illustreren de beginnende culturele relaties tussen Nederland en Japan, om precies te zijn vanaf het jaar 1600 toen het Nederlandse schip ”De Liefde' strandde op een Japans eiland. In 1638 kregen de Nederlanders als enige westerlingen het recht vanaf een eilandje voor de kust ”zo groot als de Dam in Amsterdam' handel te drijven met Japan en dat bleef zo tot Japan in 1854 werd opengesteld voor het Westen. Grote tentoonstellingen van Japanse kunst in Londen, Wenen en Parijs sloegen vervolgens in als een bom en leidde tot een langdurig Japonisme in alle takken van de Westerse beeldende kunst. Op dat moment wordt het aardige en informatieve programma helaas wat al te vrijblijvend. Art-Nouveau-architectuur en kunstnijverheid worden uitgebreid behandeld maar wat er nou zo typisch Japans is aan bij voorbeeld het huis van Victor Horta blijft in de lucht hangen. Er wordt vaag gesproken van de liefde van de Japanners voor de natuur en hun grote gevoel voor materialen. Verder valt eenmaal het woordje ”pagode' en het karakteristieke van het Japanse woonhuis wordt gereduceerd tot ”papieren schuifdeuren'. Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Beelden van de in 1896 op Clingedael aangelegde Japanse tuin, die nog steeds bestaat, maken echter veel goed. De geestelijke moeder barones Margaritha van Brienen importeerde hiervoor zelf uit Japan sommige noodzakelijke attributen zoals een theehuis. De stenen in de langgerekte ”Rivier van de Levensloop', die de obstakels in het leven symboliseren, vond ze wellicht dichter bij huis.