Japan bezorgd over lage beurs

ROTTERDAM, 3 APRIL. De Japanse premier Kiichi Miyazawa heeft gisteren vooraanstaande effectenhandelaren bijeengeroepen om de zorgwekkende lage beurs te bespreken. Het Nikkei-gemiddelde voor Japanse aandelen sloot de week licht hoger op 18.559, na vanochtend te zijn geopend op een dieptepunt van 17.898.

Miyazawa riep de handelaren op er alles aan te doen om de beurshandel te stimuleren. Verder vroeg hij bedrijven om de dividenden, die in Japan naar verhouding laag zijn, te verhogen. Het dinsdag gelanceerde noodplan van de regering en de discontoverlaging met driekwart procent op woensdag lijken het vertrouwen in de economie nog niet te herstellen.

Een van de problemen als gevolg van de dalende beurs in Tokio is dat de bezitters van converteerbare obligaties er niet voor kiezen om de obligaties om te zetten in aandelen. Daarvoor zijn de koersen te laag. Het Japanse bedrijfsleven moet daarom meer dan voorzien de komende jaren enorme bedragen aan converteerbare obligaties in contanten gaan aflossen. De daling van de Nikkei-index zet een neerwaartse spiraal in gang van aflossingen, die door het bedrijfsleven worden gefinancierd met de verkoop van effecten, waardoor koersen nog verder dalen.

Met het aflopen van obligaties en warrants - rechten om een nieuw uit te geven aandeel te kopen - is in Japan het komende jaar een bedrag gemoeid van 36 miljard dollar (66 miljard gulden). Voor 1993 en 1994 liggen die bedragen nog hoger, respectievelijk 83,9 miljard (152 miljard gulden) en 40,3 miljard dollar (73 miljard gulden). Geen investeerder zal er bij de huidige koersen over peinzen om zijn obligatie in aandelen om te zetten en ook de uitoefening van zijn warrant heeft geen zin - het aandeel is op de beurs immers veel goedkoper.

De aflopende obligaties moeten dus door de uitgevende ondernemingen worden teruggebetaald en het bedrag waarvoor ondernemers dachten dat warrant-houders zouden gaan investeren kan worden afgeboekt. De schulden die ondernemingen zo oplopen moeten worden gefinancierd. Dat kan door het uitgeven van nieuwe obligaties, die gekoppeld zijn aan de aandelenkoers. Voorwaarde is wel, zegt de Japanse Organisatie van Effectenhandelaren, dat de bedrijven die op deze wijzen willen herfinancieren ten minste 30 procent van hun winst aan dividend uitkeren.

Lenen bij de bank is voor de Japanse bedrijven op dit moment geen alternatief voor het uitgeven van obligaties. De daling van de Japanse aandelenkoersen heeft de vermogenspositie van de Japanse banken uitgehold, zodat zij minder in staat zijn om krediet te verlenen. De uitgifte van obligaties heeft echter als gevaar dat de markt er mee overspoeld wordt, zodat de kapitaalmarktrente oploopt.

Een paar grote ondernemingen hebben al laten weten dat ze niet zullen herfinancieren, maar zullen proberen uit de verkoop van eigen effectenbezit obligaties af te lossen. Veel van de effecten die in bezit zijn van Japanse ondernemingen zijn tijdens de bloeijaren ondergebracht in fondsen, die eind 1989 een bezit van 282,9 miljard dollar beheerden. Op dit moment zit er nog voor 209 miljard in de fondsen omdat er in de tussentijd al veel van de reserve verkocht is. Bedrijven financierden hiermee investeringen, maar steeds vaker ook de aflopende schulden.

Het massaal verkopen van effecten ligt volgens sommigen ten grondslag aan de koersdalingen in maart op de Tokiose beurs. Die hebben overigens tot gevolg gehad dat er nog meer effecten moeten worden verkocht, wat de neerwaartse spiraal oplevert waaronder Tokio de laatste dagen te lijden heeft gehad.