Ik had beter in Egypte kunnen blijven; Anekdotes over Napoleons ballingschap op Sint Helena

Julia Blackburn: The Emperor's Last Island: a Journey to St. Helena. Uitg. Secker & Warburg, 244 blz. Prijs ƒ65. (geb).

-: Het laatste eiland van de keizer. Een reis naar Sint Helena. Vert. Anneke Goddijn en Marianne Verhaart. Uitg. Van Oorschot. 264 blz. Prijs ƒ 44,90.

Op zoek naar een onderwerp voor een boek, haar derde inmiddels, kwam de Engelse schrijfster Julia Blackburn op een lumineus idee: Napoleons zes jaar in ballingschap op Sint Helena. Het bood de mogelijkheid haar eigen belevenissen en overpeinzingen op dat afgelegen eiland te vervlechten met het verhaal van de keizer en de wonderlijke gemeenschap die er om hem heen ontstond. The Emperor's Last Island is een combinatie van geschiedenis en reisverhaal, een genre waar de Engelsen patent op hebben.

Sint Helena is, zoals Blackburn schrijft, further away from anywhere than anywhere else, verder weg van waar ook dan waar ook. Toen Napoleon en zijn gevolg er in 1815 arriveerden was het eiland al van een vruchtbaar paradijs verworden tot een winderig, troosteloos oord waar haast niets meer groeide. Vanaf zijn schip tuurde hij ernaar en zei tegen een van zijn metgezellen: “Dit is geen mooie plaats om te wonen. Ik had beter in Egypte kunnen blijven.”

Toch leeft hij er, zoals zelfs een verslagen keizer betaamt, aanvankelijk in relatieve luxe. Hij mocht niet alleen veel waardevolle objecten meebrengen - een servies van Sèvres porselein, een collectie met parels en diamanten ingelegde snuifdozen, een zilveren kom rustend op de vleugels van gouden zwanen - maar ook een hele hofhouding inclusief een graaf, een generaal en een banketbakker die van gesponnen suiker amberkleurige kastelen en triomfbogen in neo-classicistische stijl kan maken.

Vocht

Maar mettertijd wordt het leven moeizamer. Zijn gevolg krijgt ruzie onder elkaar en de Engelse gouverneur Sir Hudson Lowe maakt hem met zijn pesterijtjes en paranoïa het leven steeds zuurder. De kleding, het behang, zelfs het houten huis Longwood vergaan van de vocht; willen ze een kaartje leggen dan moeten ze eerst het pak in de oven drogen. Hoewel Napoleon een voorliefde voor tuinieren opvat, wordt hij steeds vadsiger en zieker todat hij uiteindelijk, in mei 1821, aan maagkanker overlijdt.

Met de rijkdom aan bizarre details en sprekende anekdotes die Julia Blackburn heeft vergaard tovert ze Napoleon in al zijn wanhoop bijna levend voor ons. Maar des te bleker steken haar eigen belevenissen daarbij af. Haar bezoek aan Sint Helena wordt vaak mooi melancholiek beschreven, maar uiteindelijk is het een anticlimax. Als ze Longwood bezoekt blijkt het huis, op de hardstenen stoep na, een replica te zijn; de nieuwe Franse consul beweert een gipsen afgietsel van de oren van de keizer te bezitten, maar nee, ze mag het niet zien.

Tenslotte geeft ze zelfs ronduit toe wat de lezer al vermoedde: totdat ze dit boek schreef koesterde ze geen bijzondere belangstelling voor Napoleon. Die werd geprikkeld door de gedenkwaardige vondst, in een klein museum ergens op het Frans platteland, van een relikwie van de keizer: zijn testikels, op sterk water.