Geld

Dat kunst ook met geld te maken heeft, in Nederland zeg je dat niet. Dat is vulgair en onzedelijk.

Weliswaar hebben we hier elk jaar een kunstmarkt maar die wordt heel kuis Kunst-Rai genoemd. In het centrum is ook altijd een tentoonstelling, door een onafhankelijke organisator gemaakt. Zo'n smaakvolle, intellectuele bijdrage geeft cachet aan de handel. Vroeger werden tegen de buitenkant van kerken kleine winkeltjes gebouwd - de wisselaars die eerder uit de kerk geranseld waren. De Kunst-Rai is net zoiets: handelaren geschaard rondom de edele devotie van de tentoonstelling.

De musea zie ik in een soortgelijke eerbiedwaardige positie - alleen helpt die status niet erg. Zodra gesproken wordt over vervreemding (tegen geld), steekt er een storm van morele verontwaardiging op. Als een kunstwerk eenmaal in een museum hangt, heeft het geen financiële waarde meer, zeggen de gelovigen; daar is het dan bovenuit getild. Een probleem is alleen dat de buitenwereld daar niet naar handelt. Als een schilderij vervoerd en verzekerd moet worden, blijkt uit de premie dat het toch veel geld waard is. Dat een kunstenaar zijn werk ook maakt om te verkopen, mag je niet zeggen. Al eens eerder heb ik me over het taboe druk gemaakt. Het museum geeft niet alleen een artistieke standaard aan, die waardebepaling wordt onmiddellijk in geld vertaald. Buiten het museum wordt aan kunst goed verdiend maar het museum zelf moet voor alles meestal betalen. Dat is anders dan bij de oude kerk die voor haar geestelijke standvastigheid door de gelovigen met gulle giften in stand gehouden werd. In een ongelovige maatschappij als de onze zou juist het klooster een grote betekenis moeten hebben maar de werkelijkheid is anders.

In Nederland, en elders waarschijnlijk ook, is het gebruik om kinderen niet teveel zakgeld te geven - anders beseffen ze immers de waarde van geld niet meer. Iets van die zorgzaamheid zit ook in de financiering van de cultuur. We zien toch hoe gemeenten en de Raad voor de Kunst al jarenlang jongleren met kortingen en verschuivingen. Iedereen krijgt wat en niemand krijgt genoeg. En inderdaad: van de waarde van het geld zijn we ons pijnlijk bewust geworden.