Elke intimiteit is gewenst; Het evangelie van soulzanger Barry White

De zanger Barry White heeft met zijn Love Unlimited Orchstra de ene na de andere gouden plaat gehaald, maar de meeste critici vinden zijn muziek lachwekkend. Op 8 april zal in de Ahoy'-hal in Rotterdam de zwoele symfonische soul te horen zijn die White al twintig jaar maakt. Zijn muziek heeft haar tijd glansrijk overleefd. “Het is de stem van White die zijn Penthouse-clichés onverwacht reliëf geeft; hij zingt echt mooi, in zijn stem klinkt hartstocht door.”

Barry White treedt op 8 april op in de Ahoy'-hal in Rotterdam

Barry White zit in zijn kleedkamer. Het is twintig minuten voor de aanvang van zijn concert in de Phillipshalle te Düsseldorf, maar zijn gezicht vertoont geen spoor van spanning. Het is trouwens onmogelijk je Barry White nerveus voor te stellen. Zijn kolossale lichaam, omhuld door een zwart zijden blouse en een zwarte tentbroek, heeft hij genoeglijk neergezet in een lage stoel en zijn gezicht straalt een Boeddha-achtige rust uit. Hij kijkt me aan met een mengeling van lijdzaamheid en berusting. Natuurlijk wil hij even met mij praten, hoor ik de befaamde stem zeggen, die vanuit het binnenste der aarde lijkt te komen.

Zijn vriendelijkheid verbaast me. Veel kunstenaars worden in hun tijd niet begrepen, maar Barry White heeft het wel erg zwaar te verduren gehad. Twintig jaar al maakt deze zanger-producer-songwriter de ene plaat na de andere en met zijn Love Unlimited Orchestra toert hij keer op keer de wereld rond, zonder dat het hem ooit veel kritische waardering heeft opgeleverd. Integendeel: hoewel White gedurende zijn muzikale loopbaan een klein pakhuis aan gouden en platina platen bij elkaar heeft gezongen, beschouwen de meeste critici zijn muziek nog altijd als een lachwekkend geval van al te softe soul. Barry White wordt niet in de popencyclopedie vermeld en geen enkele serieuze geschiedenis van de soulmuziek verwaardigt zich om zijn naam ook maar te noemen. Barry White and The Love Unlimited Orchestra: voor veel mensen is die naam sinds jaar en dag een synoniem van muzikale kitsch; zwijmelliedjes voor een absurd lage stem en op de achtergrond een kwijlend orkest met slepende violen. Staat White bij zijn trouwste fans bekend als "The Man', zijn vijanden noemen hem smalend "The King of Polyester'. De laatste tijd hebben verschillende artiesten zich weliswaar schatplichtig verklaard aan White - Lisa Stansfield, Soul II Soul -, maar veel heeft het White tot nu toe niet opgeleverd. Niet dat hij zelf gebukt lijkt te gaan onder al die miskenning; tijdens mijn korte gesprek met hem gaat er een bijna kosmische tevredenheid van de man uit.

Crisis

Misschien is White ook een beetje het slachtoffer van zijn tijd geweest. Toen hij platen begon te maken, begin van de jaren zeventig, was het iedereen duidelijk dat de soulmuziek zich in een crisis bevond. Bij Motown was de lange neergang ingezet en verschillende soul-acts die in de jaren zestig groot waren geworden, begonnen in die tijd onder invloed van trends in de rockmuziek te experimenteren met volledig durchkomponierte conceptalbums die de mensen tot nadenken moesten stemmen en de wereld verbeteren. Ook pseudo-psychedelica werd niet geschuwd. Soulzangers die manmoedig geworteld bleven in hun eigen muziek, verloren eenvoudigweg hun publiek en niet zelden hun platenmaatschappij (Marvin Gaye is een uitzondering die de regel bevestigt). De rhythm 'n' blues-soul van zangers als Bobby Womack, James Brown en Otis Redding maakte plaats voor iets dat misschien het beste symfonische soul genoemd kan worden: veel violen, vloeiende melodieën en gestroomlijnde samenzang. Kortom, de Philly-sound.

Barry White paste niet alleen in die stroming, hij was er ook de opvallendste vertegenwoordiger van. Tussen 1972 en 1978 scoorde hij hit na hit met nummers die met groot gemak onder de door hemzelf verzonnen noemer kunnen worden gebracht: Love Music. Transatlantische hits als Never Never Gonna Give You Up (1973), I'm Gonna Love You Just a Little Bit More (1973), You're the First, the Last, My Everything (1974), Can't Get Enough of Your Love Babe (1974), You See the Trouble With Me (1976) en het late juweel It's Ectasy When You Lay Next to Me (1978), zijn delen uit een en dezelfde, oneindige liefdespartituur, waarvan het beroemde Love's Theme uit 1973 de instrumentale samenvatting is. Ook de successen van het nonchalant-zwoele damestrio Love Unlimited, met onder andere White's latere echtgenote Glodean, wijken niet af van het door hem beproefde recept: Under the Influence of Love, I'm so Glad (I'm a Woman) en de klassieker Walking in the Rain (With the One I Love), waarin Barry halverwege zelf de telefoon opneemt en de extatische zangeres met zijn onderaardse stem geruststelt ("Uhh, I love you too'). Het was muziek die leek uit te munten in nadrukkelijke oppervlakkigheid; toen White tijdens zijn hoogtijdagen in Nederland een concert gaf, noemde de recensent van het Algemeen Dagblad hem dan ook smalend "de Amerikaanse tegenpool van James Last'. White's muziek heeft tegen iedere verwachting in haar tijd echter glansrijk overleefd; wie The Collection, de cd met zijn grootste hits draait, merkt dat vrijwel geen enkel nummer verouderd aandoet (met uitzondering van het larmoyante Just the Way You Are, maar dat heeft White dan ook niet zelf geschreven; White's uitstapjes naar het repetoire van anderen hebben zonder uitzondering desastreuze gevolgen gehad.)

Hitsigheid

Zijn vijanden zullen zich ongetwijfeld ergeren aan de beperkte thematiek van de teksten van Barry White: liefde, seks en nog eens liefde - en nog eens seks. Toch schuilt juist daarin zijn kracht. Zijn lyriek bestaat uit tekstregels die zonder uitzondering onderling inwisselbaar zijn, maar tezamen de kracht hebben van een persoonlijk evangelie. Van zijn eerste plaat tot zijn laatste cd (Put Me in Your Mix), bezingt White met een bijna religieuze toewijding de weldadige kracht van de liefde. Die liefde is een aardse liefde, waarbij elke intimiteit gewenst is. Zijn seks heeft dan ook niets te maken met de hitsigheid en veroveringsdrang die de meeste soulzangers typeert; er is bij White dan ook geen sprake van een orgasme, eerder van een eeuwigdurend voorspel. De vrouwen die White in tientallen nummers bemint zijn chique, zwarte dames met lange benen en roodgelakte nagels en zijden onderjurken, die zich in het soft-focus van kaarslicht overgeven aan het eindeloze genot van zijn strelende vingers (dik en met veel ringen). Het is de stem van White die zijn Penthouse-clichés onverwacht reliëf geeft; hij zingt echt mooi, in zijn stem klinkt hartstocht door.

White is zeker geen zanger van het kaliber van Marvin Gaye, maar zijn diepdonkere, suggestieve geluid is zo uniek dat alles wat hij zingt (en zucht en mompelt en kreunt) onmiskenbaar zijn stempel draagt. Een mooi voorbeeld van het evangelie volgens Barry White is te vinden op Put Me in Your Mix (zijn beste album in jaren, ondanks een verschrikkelijke kitsch-uitvoering van de Italiaanse evergreen Volare). Het heet Dark and Lovely, een duet met Isaac Hayes, de enige soulzanger die White in laagte en zwoelheid naar de kroon weet te steken. In dat nummer wordt meer dan tien minuten lang een dame aan de bar op afstand bemind, met zoveel tedere overgave en hoorbaar genot, dat de daad zelf gerust achterwege kan blijven.

Zoiets kan niet gespeeld worden; hoewel Barry White tijdens ons gesprek niets zegt dat ik thuis niet had kunnen verzinnen (“I want to communicate with my audience”), gaat er toch een fascinatie van hem uit. Is het de stem, zijn het zijn ogen, is het zijn overrompelende aanwezigheid? Een van zijn vurigste pleitbezorgsters, de zangeres Lisa Stansfield, verklaarde onlangs in een interview dat ze niet bestand was tegen de onweerstaanbare aantrekkingskracht van de meer dan 150 kilo wegende White: “Toen ik een kwartier met hem gesproken had, wilde ik op de grond gaan liggen en het met hem doen.” Het is niet de eerste gedachte die tijdens mijn praatje met hem bij mij opkomt, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen.

Passief

Later, wanneer White op het podium voor een volle zaal staat, wordt er meer van zijn geheim zichtbaar. Eén ding is vanaf het begin duidelijk: hij heeft een grotere erotische uitstraling dan Prince, Madonna, George Michael en Michael Jackson bij elkaar. Aanhoudend wordt hij bestormd door jonge meisjes die hem willen aanraken en omhelzen; en hij hoeft er niet eens met zijn kont voor te draaien. Sterker nog, White doet bijna niets. Hij gedraagt zich terughoudend, op het passieve af. Zijn "Love Music' zingt hij alsof het hem eigenlijk allemaal teveel is, alsof hij daar alleen staat omdat hij zijn publiek niet teleur wilde stellen. Terwijl zijn Love Unlimited Orchestra zich zichtbaar uit de naad werkt, dept hij voortdurend zijn voorhoofd met zijn zwarte zakdoek en laat zich lijdzaam zoenen en betasten door zijn fans. Hij mompelt zijn liefkozingen vermoeid in de microfoon en neemt met een gelaten glimlach bloemen aan. De fans weten dat die houding niets met routine of verveeldheid te maken heeft. Barry zwoegt ook vanavond onder het immense gewicht van zijn liefde, die eigenlijk te groot is voor één mens om te dragen. Zelfs voor hem.