Een bronzen kameel op lichtblauw beton; Rotterdam op jacht naar kunst

Rotterdam heeft grote culturele ambities. Museum Boymans-van Beuningen wil uitbreiden en binnenkort vestigen het Architectuurinstituut, de KunstHAL ("We gaan ons overal mee bemoeien') en misschien het Vormgevingsinstituut zich in de stad. Onlangs zijn zelfs twee Amsterdamse galeries naar Rotterdam verhuisd. Maar hebben de Rotterdammers wel voldoende belangstelling voor kunst? Wethouder De Rijk: “De mens leeft niet alleen bij brood en een dak boven zijn hoofd.”

Tussen de Mathenesserlaan en de Westzeedijk, naast museum Boymans-van Beuningen, is het één grote modderpoel. Kuilen, hopen zand en grind, graafmachines, mannen in besmeurde overalls, af en aan rijdend werkverkeer. "Hier komt het Nederlands Architectuurinstituut' staat op een bord op een driehoek bouwgrond schuin tegenover het museum. Een maand geleden werd daar de laatste paal voor het instituut in de grond geslagen. Een ander bord kondigt de komst van het "Chabotmuseum' aan in een van de villa's van de Nieuwe Zakelijkheid tegenover Boymans. En helemaal aan de andere kant van een omgewroet Museumpark, tegen de Westzeedijk aan, staat naast het Natuurmuseum het al bijna voltooide casco van een enorme staal-, glas- en betonconstructie die wordt aangekondigd als de KunstHAL. Rotterdam bouwt aan zijn culturele toekomst. Rondom een geheel gerenoveerd Museumpark komen, naast Boymans en het Natuurmuseum, dat kort geleden toestemming tot uitbreiding heeft gekregen, het Architectuurinstituut, de KunstHAL, het Chabotmuseum. En misschien, Rotterdam heeft de hoop nog niet opgegeven, het voorlopig in Amsterdam geplande Vormgevingsinstituut.

Wim Crouwel, directeur van museum Boymans-van Beuningen, zit middenin het bedrijvige gebied. Crouwel is gelukkig met de culturele nieuwkomers die, zo verwacht hij, een uitstraling naar het museum zullen hebben en mogelijkheden bieden tot samenwerking. Crouwel: “Ik geloof in schaalvergroting en concentratie. In Frankfurt bijvoorbeeld heeft men na de oorlog ook bewust een aantal musea op een rij gezet. Dat genereert meer bezoek over en weer en biedt de mogelijkheid te besparen op overhead-kosten.”

Het stuk van de Mathenesserlaan waaraan het museum ligt, en dat inmiddels is omgedoopt tot Museumpark, loopt uit in de Witte de Withstraat. In deze straten hebben zich de laatste jaren steeds meer galeries gevestigd, waaronder Van Krimpen en Art & Project. Ook het centrum voor moderne kunst Witte de With is hier gevestigd. De twee straten vormen een soort culturele as door het centrum, met als zij-as Westersingel en Mauritsweg, waar zich ook een groot aantal galeries bevindt. Van Krimpen en Art & Project verhuisden er zelfs voor van Amsterdam naar Rotterdam. “Dat hadden wij hier nog niet eerder gezien”, zegt Crouwel.

Crouwel wil ook graag uitbreiden, maar dat zit er voorlopig niet in. Onlangs is in de museumtuin het nieuwe Van Beuningen-paviljoen geopend. “Daarmee is ons laatste stukje grond opgesoupeerd. We zitten klemvast. Wij hebben een gigantische collectie moderne kunst van internationale allure. De oude kunst wordt zo veel mogelijk permanent getoond, maar de collectie moderne kunst is vele malen zo groot. Delen daarvan kunnen wij maar een paar keer per jaar laten zien op speciale tentoonstellingen.” Er ligt een plan voor een extra verdieping op het gebouw en het komende jaar zal een ruimtestudie worden gemaakt, “want aan het eind van deze eeuw zullen we zeker moeten uitbreiden”. Sinds kort heeft het museum er een nieuwe dependance bij aan het Weena in het gebouw van de Nationale Nederlanden, waar wisselende exposities van moderne kunst uit de Boymans-collectie te zien zijn. Ooit was er een voornemen de afdeling kunstnijverheid te verplaatsen naar de remonstrantse kerk tegenover het museum, maar die blijft voorlopig gewoon een kerk, al mag die dan af en toe door het museum gebruikt worden voor recepties en openingen. De KunstHAL biedt nieuwe expositiemogelijkheden en met het goed lopende kunsthuis Witte de With, dat zich concentreert op meer geavanceerde moderne kunst, bestaat al een nauwe samenwerking, zegt Crouwel.

Onbegrijpelijk

Er zijn nog een aantal panden in deze omgeving die een kunstbestemming kunnen krijgen. Het oude gebouw van de Nederlandse Dagbladunie aan de Witte de Withstraat bijvoorbeeld, waarvoor verschillende ideeën op tafel liggen. En er zijn plannen om in de onderste verdieping van Witte de With het foto-instituut en het fotoarchief te vestigen. Het Delftse architectenbureau Mecanoo zet een nieuw gebouw neer op de hoek van het Eendrachtsplein en de Rochussenstraat. Een ideale lokatie voor het Vormgevingsinstituut dat Rotterdam zo graag onder zijn vleugels zou hebben, maar dat door de Raad voor de Kunst naar Amsterdam is verwezen.

Alle de Jonge, directeur van de Rotterdamse Kunststichting: “Het is eigenlijk belachelijk dat Amsterdam 100 miljoen van het rijk krijgt voor cultuur en Rotterdam 15 miljoen, terwijl beide steden evenveel aan cultuur uitgeven, namelijk 120 miljoen. Alleen al om dat evenwicht te herstellen zou de trits foto-, architectuur- en designinstituut in Rotterdam moeten komen. Dat past in de traditie van toegepaste kunsten, die hebben hier prioriteit. Dat waar Rotterdam goed in is, zou je juist moeten versterken. Het is onbegrijpelijk dat de Raad voor de Kunst heeft geadviseerd dat, als Amsterdam niet met een goed bod komt, het vormgevingsinstituut alsnog naar Rotterdam gaat. Dat kun je toch geen zware inhoudelijke onderbouwing noemen.”

De KunstHAL is al in een ver gevorderd stadium. Begin oktober is de opening. Interim-directeur Wim van Krimpen, tevens eigenaar van de eerder genoemde galerie, huist tijdelijk op de eerste etage van het belendende Natuurmuseum in een kamer met uitzicht op het nieuwe gebouw. Opvallend is de schuin oplopende vloer van het auditorium die zichtbaar in de zijgevel is verwerkt. De KunstHAL is een ontwerp van Rem Koolhaas van het architectenbureau OMA. Hij maakte gebruik van staal, glas, en wit, grijs en zwart beton. De voor- en achtergevel zullen worden bekleed met geel en roze marmer. Bovenop het gebouw komt een hoge lichtzuil als blikvanger. “Het wordt een van de mooiste gebouwen van Rotterdam met een grote uiterlijke schoonheid”, oordeelt Van Krimpen.

Met een helm op tegen vallend bouwmateriaal, en pas gestorte vloeren van nat beton omzeilend kan ik mij een indruk vormen van het toekomstige gebouw. De constructie heeft iets van een gigantisch dijkhuis met grote tentoonstellingszalen, die ingenieus in elkaar over lopen. De grootste, met een oppervlak van 1250 m², ligt op het niveau van de Westzeedijk. Erboven ligt een zaal van 650 m², beneden een van 1000 m². Het auditorium en het restaurant beneden, dat een terras aan het park krijgt, kunnen van de tentoonstellingsruimten afgesloten worden en ook 's avonds open blijven.

Tussen het Natuurmuseum en de KunstHAL komt een plein ontworpen door Henk Visch, een lichtblauw betonveld met daarop een groot kunstwerk van Visch: een bronzen beeld van een kameel met een drijver. Koolhaas kreeg ook de opdracht het Museumpark te renoveren. Dwars door het gebouw loopt, vanaf de Westzeedijk, een weg die zich voortzet door het park en de verbinding vormt tussen KunstHAL, Architectuurinstituut en Boymans. Voor de KunstHAL komt een groot perk van eenjarige bloemen. Het pad loopt schuin op en gaat over in een brug over het bloemenveld. Aan het eind komt een groot geasfalteerd platform, waarop manifestaties en voorstellingen kunnen worden gehouden. Gedacht wordt aan onder andere Teatro Fantastico, maar de directie van het nieuwe Sophia-kinderziekenhuis dat aan het Museumpark komt, is nog niet zo gelukkig met dergelijke lawaaiige evenementen. “Een mooier uitzicht voor zieke kinderen kan ik me niet voorstellen,” zegt Van Krimpen.

Banaan

Een kanaalachtige vijver door het park mondt uit in het water waarin het Architectuurinstituut komt te liggen. Het NAi is een ontwerp van architect Jo Coenen en zal naar verwachting in het najaar van 1993 opengaan. Coenen stond bij zijn ontwerp één grote tuin van rust voor ogen. Het tentoonstellingsgebouw ligt aan een binnenhof, dat van het verkeerslawaai wordt afgeschermd door een laag archiefgebouw in de vorm van een banaan, dat aan het eind van dit jaar als eerste zal worden opgeleverd. Men kan er als bij een arcade onderdoor lopen. Het entreegebouw is omzoomd door water. Erboven komt een hoog administratiegebouw met een pergola bovenop als symbool voor de beoogde rust.

Het NAi herbergt onder andere archieven en collecties (waaronder zo'n miljoen tekeningen en honderden maquettes), organiseert tentoonstellingen en doet aan onderzoek. Er gaan drie instellingen in op: het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst, de Stichting Wonen en de Stichting Architectuurmuseum. Op het voorlopige programma voor 1993 staan onder andere exposities over Mart Stam en Gerrit Rietveld.

Naast het NAi komt in een villa het Chabotmuseum, een initiatief van een particulier die van een Rotterdams echtpaar een collectie van de schilder Hendrik Chabot (1894-1949) heeft verworven en die samen met zijn eigen verzameling zal exposeren.

De KunstHAL is voor het grootste deel gebouwd met geld van de gemeente en een bijdrage van WVC. Maar straks zal de hal zich grotendeels zelf moeten bedruipen en dat zal waarschijnlijk niet meevallen. De gemeente stelt jaarlijks een bedrag van 1,5 miljoen voor de exploitatiekosten ter beschikking. Er is een stichting opgericht die het gebouw exploiteert, met als voorzitter Neelie Kroes. Om de pretenties waar te kunnen maken moeten sponsors en andere subsidiegevers worden gevonden. “Ik denk dat de mogelijkheden van sponsoring op het ogenblik nogal overschat worden”, zegt Van Krimpen. “Ik vind dat overheden, als zij zulke culturele ambities hebben, zich daar ook voor moeten engageren.” Hij geeft het voorbeeld van de nieuwe kunsthal in Bonn met precies hetzelfde oppervlak, 4000 m2, maar een bouwbudget van 125 miljoen DM, tegen 25 miljoen gulden in Rotterdam, en een jaarlijks exploitatiebudget van 25 miljoen DM. “En zij hebben ongeveer dezelfde plannen als Rotterdam.”

Over de programmering wil Van Krimpen nog niet veel kwijt. “Maar we gaan ons overal mee bemoeien. We zijn bezig met de organisatie van tentoonstellingen op het gebied van moderne kunst, design, architectuur en biënnales op het gebied van fotografie en sieraden. Er komt jaarlijks een grote autodesigntentoonstelling en elke zomer een grote manifestatie in samenwerking met alle Rotterdamse musea. Het is de bedoeling dat er een grote vierjaarlijkse megatentoonstelling van Boymans in de KunstHAL zal worden gehouden. Mede voor dat doel is de hal ook opgericht.” In oktober zal worden geopend met vier tentoonstellingen waaronder de grote Indonesië-tentoonstelling Hofcultuur (Court Arts), die in Amerikaanse musea honderdduizenden bezoekers heeft getrokken.

Wederopbouw

In haar kamer op het Rotterdamse stadhuis sjort wethouder van cultuur Yvonne de Rijk aan een paneel met een modern schilderij. Als je het openvouwt komt er een reusachtige kaart van Rotterdam tevoorschijn. “De stad heeft in de oorlog ernstig geleden”, zegt ze. “Direct na de oorlog was alle aandacht gericht op de wederopbouw. De stad moest vooral in economische zin weer compleet worden gemaakt. Er is veel aandacht aan de haven besteed. Daarna is omstreeks 1984 de stadsvernieuwing op gang gekomen. Daar is in het verleden behoorlijk wat geld voor uitgetrokken en we gaan er voorlopig mee door. Nu moet er ook een soort derde fase komen: de mens leeft niet alleen bij brood en een dak boven zijn hoofd, maar er is ook zoiets als cultuur. Cultuur is mede belangrijk als vestigingsfactor voor bedrijven en burgers. In heel Europa schenken steden meer aandacht aan het culturele aanbod.”

Net als de andere steden heeft Rotterdam te maken met bezuinigingen, maar de stad heeft de laatste jaren de cultuur relatief ontzien. Van de 130 miljoen die de stad moet korten moet de kunstsector drie miljoen opbrengen, waarvan een miljoen door de bibliotheken. De resterende twee miljoen moet komen uit tariefsverhogingen van de kunstinstellingen. Er wordt gewerkt aan een systeem waardoor de lagere inkomens er geen nadeel van ondervinden.

De doorsnee Rotterdammer heeft niet de reputatie een vurig cultuurminnaar te zijn. Hoe moet dat straks als de nieuwe gebouwen er staan? Is er wel voldoende belangstelling voor? De KunstHAL, die op een breed publiek mikt, is bij de opzet uitgegaan van een bezoekersaantal van 150.000 per jaar. “Maar dat is moeilijk te bepalen”, zegt Van Krimpen, “Rotterdam is nog in een culturele opbouwfase en we hebben eigenlijk geen vergelijkbare gebouwen in Nederland. Maar als het Architectuurinstituut er is en goed functioneert net als Witte de With en Boymans, dan denk ik dat het bezoek enorm zal worden gestimuleerd. Het aanbod hier moet ook voor mensen van buiten de stad de moeite waard worden om een retourtje Centraal Station te kopen. We verwachten ook bezoek uit België en Duitsland, zeker met een aantal internationale tentoonstellingen die op het programma staan.”

Directeur De Jonge van de Rotterdamse Kunststichting heeft verwachtingen van “het oprekken van het ambitieniveau”. Met andere woorden: breng de culturele voorzieningen in de stad steeds op een iets hoger niveau en het publiek zal er, in het begin wellicht schoorvoetend, maar toch geleidelijk de weg naar weten te vinden. “Rotterdam heeft misschien een minder kunstminnend publiek, maar het is wel in beweging. Nu de gaten zijn gedicht, ontwikkelt Rotterdam zich naar een volledige stad. Dat is anders redeneren dan wanneer je in een wederopbouwfase zit. Nu moeten wij verder gaan. Wij vinden dat kunst tevens een internationale status moet hebben. We willen contacten met buitenlandse instituten uitbreiden en proberen de internationale kunstwereld hier te krijgen. Bij Witte de With is dat al gelukt. Wij hebben een internationale reputatie met de haven, met bedrijven als Shell en Unilever. Het zou belachelijk zijn om je met kunst op lokaal niveau te bewegen. Poetry International, het Filmfestival, het Rotterdams Philharmonisch, Boymans en Witte de With zijn bij uitstek onze internationale troeven. Voor de toegepaste kunst speelt hetzelfde.”

Weldadig

Een vergelijking met Amsterdam ligt voor de hand. De Rijk: “Rotterdam is een heel andere stad dan Amsterdam. Rotterdam is van oudsher minder intellectueel en meer praktisch gericht. Maar dan nog, waarom zou alles hetzelfde moeten zijn? De steden liggen in ons land te dicht bij elkaar om drie of vier kopieën van elkaar te hebben.”

Crouwel toont zich tevreden over het culturele klimaat in Rotterdam: “Ik ben zes jaar geleden uit Amsterdam hier komen wonen. Het is een stad met een snelle beslisstructuur, die weldadig is om mee te maken. Je hebt mensen zo nodig binnen een dag om de tafel. Dat is al een geweldige omstandigheid. Er is een intensieve samenwerking tussen particulieren en overheid. Alle vergaderingen hier zijn gericht op het praktisch uitvoerbaar maken van waar je mee bezig bent. Er wordt, in tegenstelling tot Amsterdam, weinig gefilosofeerd, en snel beslist, al kunnen ze dingen ook weer even snel laten vallen. Maar het élan, de wil er wat van te maken, dat is een hele stimulans, ik heb daar altijd een kick van gekregen.”

Aan flair en slagvaardigheid ontbreekt het niet in de Maasstad. Maar hoe lang zal het duren voor het cultureel bewustzijn er tot het verlangde niveau is "opgerekt'? Van dat proces lijkt het succes van Rotterdams jongste prestigeobject vooralsnog afhankelijk.