Down and out tussen de vuile borden

Voorstelling: Koorts door Theatergroep Carver. Regie: Mirjam Koen; toneelbeeld: Sanne Danz; spel: Beppie Melissen, René van 't Hof, Leny Breederveld, Marlies Heuer, Marc van Eeghem. Gezien: 2/4 Toneelschuur Haarlem. Nog te zien aldaar t/m 4/4, daarna elders t/m 13/6.

Typische losers waren het, de vier stamgasten die voornamelijk zwijgend hun dagen sleten in Café Lehmitz. Ook in Koorts, de nieuwste produktie van Theatergroep Carver, blijkt de groep gefascineerd door de gewone man die het niet ver geschopt heeft in de wereld, al lijkt de situatie deze keer toch minder uitzichtloos dan in de vorige voorstelling.

Immers, wie er van uitgaat dat iemand niet zijn hele leven in een hotel zal doorbrengen als afwasser of keukenhulp, mag veronderstellen dat er voor de personages in Koorts op den duur een betere toekomst is weggelegd. Zeker is dat natuurlijk niet en het zal ook niet voor iedereen gelden, maar in deze voorstelling lijkt in ieder geval de mogelijkheid om nog iets van het leven te maken open te liggen. In Café Lehmitz suggereerde Carver dat die kans voor de personages was verkeken.

Wat voor soort mensen werken in de keuken van een groot hotel? In Koorts zijn nauwelijks aanwijzingen te vinden die iets duidelijk maken over de achtergrond van de vijf werkkrachten, we weten alleen dat één van de twee mannen (Marc van Eeghem) een buitenlander is omdat hij Frans spreekt. Eén van de drie vrouwen (Marlies Heuer) wekt de indruk nog niet lang geleden in de keuken te zijn aangesteld: ze is wat onwennig en houdt zich zo veel mogelijk afzijdig van de anderen - misschien is zij een vakantiehulp. De drie overige afwassers, gespeeld door de vaste kern van Carver: Beppie Melissen, René van 't Hof en Leny Breederveld, zouden weleens de werknemers met de langste dienstjaren kunnen zijn, te oordelen naar hun geroutineerde bewegingen.

De dag begint met het afnemen van de lange, houten tafels. Dan worden stapels borden neergezet, dienbladen met glazen afgewassen en emmers, teilen en pannen uitgestald. Dit alles in koortsachtig tempo, zonder dat er een woord gewisseld wordt. Tijd om elkaar beter dan oppervlakkig te leren kennen is er niet. Dus blijft over de buitenkant en die maakt van bijna iedereen een karikatuur.

Er is, zoals gezegd, een buitenlander die poëzie van Rimbaud uit het hoofd citeert en er is een vrouw die doet alsof ze niet thuis hoort in deze omgeving. Leny Breederveld is het geblondeerde hoerige type dat denkt dat alle mannen voor haar vallen en René van 't Hof is de uitslover die niets liever doet dan treiteren. Beppie Melissen tenslotte is het moeilijkst te typeren. Ze is de bedrijvigste van allemaal en een beetje een moederlijke figuur.

Het is geen wonder dat tussen deze mensen, die dag in dag uit op elkaar zijn aangewezen en werken onder grote druk, spanning ontstaat. Om werkelijk ruzie te maken hebben ze te weinig tijd, maar irritaties als gevolg van kleine pesterijen of gewoon als gevolg van iemands aanwezigheid steken voortdurend de kop op. Dat leidt tot vermakelijke scènes waarin René van 't Hof opnieuw laat zien dat hij tot meesterlijke mime-acts in staat is. Maar hoe komisch deze aparte nummers ook zijn, als geheel stelt de voorstelling teleur.

Koorts is geen documentaire, daarvoor is de toon te absurdistisch; Koorts geeft hooguit een impressie - zij het een magere - van mensen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder. Jammer. Het idee van Beppie Melissen, gebaseerd op Down and Out in Paris and London van George Orwell, is aardig maar vervolgens zijn de improvisaties onder leiding van Mirjam Koen in losse, niet erg diepgravende observaties blijven steken. Ik had de figuren wel beter willen leren kennen.